h2opolo.beH2Opolo.be

Publicaties over waterpolo

1938

image405.jpg 

Cover van de Zweedse versie van het boek Vizipoli dat de Hongaar Márton Homonnai (1906-1969) oorspronkelijk publiceerde in 1935. Het boek werd voor de Zweedse zwemfederatie samengesteld door Erik Bergvall (1880-1950). Bergvall was zelf een waterpolospeler die in 1908 voor de Zweedse ploeg geselecteerd werd voor de Spelen van Londen. Beroepshalve was hij sportjournalist en sport official. Hij ontwikkelde het naar hem genoemde Bergvall systeem, een knockout systeem dat tijdens het waterpolotornooi van de Olympische Spelen van 1912, 1920 en 1924 gebruikt werd.

image410.jpg

In het Amerikaanse Collier’s Weekly verscheen op 19 februari 1938 het artikel Don' Splash Please van de Amerikaanse sportjournalist Arthur J. Daley (1904-1974), waarin de auteur zijn afkeer voor het 'nieuwe' waterpolo niet kon onderdrukken en duidelijk zijn heimwee naar het ruwe American Style spel etaleerde.

Arthur Daley was in 1936 de eerste journalist ooit die door The New York Times naar het buitenland werd gestuurd voor een sportopdracht. In 1936 versloeg hij de Olympische Spelen van Berlijn, In zijn hele carrière publiceerde hij zo'n 11.000 kolommen en in 1956, werd hij voor zijn hele werk bekroond met de Pulitzer Prize. Daley schreef ook artikels voor heel wat tijdschriften over verschillende sporttakken, hoewel baseball waarschijnlijk zijn favoriete sport was. Daarnaast publiceerde hij ook verschillende boeken.

Niet waterspatten alsjeblief

Voordat waterpolo 'sissy' (= meisjesachtig) werd, moest je een gecombineerde worstelaar, basketbalspeler en menselijke octopus zijn om je voor het universitaire team te kunnen kwalificeren. En als je zestien minuten verdrinking, doorworstelen en 'trachten om niet te sterven voor je lieve oude Alma Mater' overleefde, kon je misschien winnen. Het spel was een beetje ruw.

Zoals een paar van Newfoundland honden stonden Joe Ruddy en Lou Handley het water van zich af te schudden aan het einde van de bad, en ze vulden hun longen met lucht alsof ze een week lang niet voldoende hadden geademd. Het was rond de eeuwwisseling het einde van de eerste helft van de waterpolowedstrijd voor het nationaal kampioenschap tussen het oude Knickerbocker AC en de Boston  AA.

"Wat voor een pak slaag kreeg ik in deze wedstrijdhelft,” hijgde Handley.

Ruddy telde zijn armen, benen, handen en voeten om er zeker van te zijn dat er niets ontbrak.

"Ze gaf me een geweldige massage op de bodem van het zwembad," antwoordde Joe. "En daarbij heb ik het over een kereltje in dat team - Lou, waar is Harry Reeder."

Precies op dat zelfde ogenblik schreeuwde iemand van Boston A.A. opgewonden:

"Waar is Tommy Baxter?"

Ze vonden de twee onder in het glinsterende groene water van het bad, verstrengeld in elkaars armen. Geen van beiden kon de energie of de houdgreep van de andere doorbreken, twee menselijke octopussen bewusteloos op de vloer van het zwembad. Beiden werden naar het ziekenhuis gevoerd. Reeder kwam binnen het half uur terug bij, maar bij Baxter lukte dat niet voor de volgende dag, hij ondervond er een beetje hinder van, maar was voorts onbeschadigd.

Dat was de manier waarop vroeger waterpolo gespeeld werd, toen alles was toegestaan, behalve de tegenstander op het hoofd slaan met een slagersbijl. Maar net zoals de vrouw die de broek aanheeft, is de sport “niet meer wat ze geweest is”. Het meest viriele spel ooit werd 'sissy'. Ooit was waterpolo duidelijk een Amerikaanse sport, opgesteld in een Amerikaanse tempo en gebouwd volgens spetterende Amerikaanse regels. Het was een spel enkel voor diegenen waarvan de verzekeringspolis volstort was. Het was onderwater worstelen en onderwater chaos, waar men altijd klaar moest zijn om met lucht gevulde longen in te ruilen voor met water gevuld longen. Maar het oude spel sterft een langzame en natuurlijke dood. De hogescholen creëerden wetten tegen de wreedheden en dat deden ook de landen van de wereld. Alles wat overblijft is 'hard-ball' waterpolo, een bleke kopie van een eens wellustige sport.

Nu is er om te beginnen een verkeerde benaming. Hard-ball waterpolo is een 'zacht' spel en soft-ball waterpolo is het 'harde' spel. En het internationale spel dat op de Olympische Spelen beoefend wordt is het ‘harde bal’ type. De oude sport werd ooit in al zijn furie van kust tot kust gespeeld . Maar nu niet meer.
Het internationale speltype heeft andere regels - sissy regels - met praktisch geen lichaamscontact toegestaan. Er is zelfs een regel in de code die een oldtimer volledig verbijsterd achterlaat. Regel XV, Sectie O, verklaart:

"Het zal een fout zijn water in het gezicht van een tegenstander te spetteren."

Schaduwen van Joe Ruddy en alle titanen uit het verleden! Niet watterspetteren alsjeblief ! Verdraaid en dan ! Water-polo zonder spatten? Ongelooflijk gewoon.

Voorbij zijn de dagen van een stoere jonge man zwemmend in de richting van het doel, bal in de hand, en dan ineens onderduikend omdat zijn vrolijke tegenstanders naar beneden doken om hem hoe dan ook te torpederen.
Voorbij zijn de kolkende, kokende wateren die tot wit gevlekt schuim geslagen werden door de felle strijd onder water.

In grote lijnen enkele feiten en cijfers die in het kort een statistisch beeld geven van het spel. Waterpolo wordt gespeeld door twee teams van elk zes spelers, in een zwembad met een lengte van 60 tot 75 voet en een breedte van 20 tot 40 voet. Indien mogelijk is het ondiepe gedeelte niet minder dan 1m80 diep. Aan beide uiteinden van het zwembad is een doel, een boord van vier voet breed en achttien duim hoog.  Als een deel van deze boord door een zwemmer met de bal in de hand wordt aangeraakt, worden drie punten gescoord. Als hij de bal van achter een onzichtbare lijn op vijftien voet naar het doel gooit en hij raakt de boord worden twee punten geteld. Een penalty doel, goed voor een punt, wordt van buiten diezelfde vijftien voet lijn gegooid.

Voor de oude dierbare Alma Mater

Om het spel  te starten of om het na het scoren van een doelpunt te hervatten, nemen de twee teams plaats aan de uiteinden van het bad en de scheidsrechter werpt de bal, met een diameter van zeven duim en voor 7/8ste opgepompt, in het midden van het bad. Daarna volgt door beide teams een wilde rush om de bal in bezit te krijgen.
Daarna wordt de bal achterwaarts gespeeld en meteen vooruit gegooid in de richting van het doel van de tegenstrever, waarbij het geworpen doelpunt over het algemeen boven het aangeraakte verkozen wordt. De spelers zwemmen vrije stijl met de bal in een vuist geklemd, en watertrappelen om hem naar een ploegmaat te gooien.
De regels van de American Style zijn thans een beetje strenger dan ze tijdens de hoogdagen van Joe Ruddy waren zo'n twintig jaar geleden, maar er is nog genoeg ruimte voor een aantal goede, ouderwetse neerwaarts tegenhouden. Regel VIII, deel 2D, bijvoorbeeld, luidt als volgt:

"Een speler in balbezit mag tien seconden onder water worden gehouden of net zo lang hij balbezit behoudt.”

Ondanks zijn robuustheid verspreidde de sport zich als wildvuur van de Atlantische naar de Stille Oceaan en terug. Op een bepaald ogenblik uit het afgelopen derde van een eeuw hield vrijwel elke atletiekclub in het land die zich bezig met waterpolo American Style, en zo’n dertig tot veertig college team sloegen elkaar bont en blauw in een poging om niet voor de lieve oude Alma Mater te moeten sterven.
De sport bloeide tot 1909 onder de vaderlijke blik van de Amateur Athletic Union. Maar het jaar nadien verstootte de A.A.U. haar onhandelbare kroost en kon ze de controle de volgende 23 jaar niet hervatten.

De reden?
Wel het spel werd ruwer en ruwer en in 1910 ontmoette New York AC Chicago AA voor het nationale kampioenschap. Halfweg de eerste helft verloor de scheidsrechter lichtjes zijn greep op de strijders. Het spel ontwikkelde al vlug tot een vechtpartij
Joe Ruddy, een schraal ventje van 190 pond, raakte in een bittere strijd verwikkeld met Fred Gunther, de 220 pond zware spits van de Chicago AA. Om een totaal onverklaarbare reden was Gunther verbolgen over de achterwaartse wurg- en beengreep die Rubby op hem klemde.
Dus sloeg hij Joe keurig op de kaak, net op het ogenblik dat ze zich een weg naar de oppervlakte vochten. En dan, vlak voor de geschrokken scheidsrechter, plaatste de heer Ruddy een plotse en stevige vuist tegen het rechter oog van de heer Gunther.
Daarop ontstak die vuistslag een vonk in het water. Ruddy weigerde het zwembad te verlaten zoals geëist en prompt begon een massale vechtpartij. De eerste helft werd nooit beëindigd, maar de sport wel. De A.A.U. blies ze op.
Maar de clubs en hogescholen - in afnemende aantallen echter – speelden verder op deze manier. Inmiddels begon het internationale spel het Amerikaanse te vervangen met de Los Angeles AC als centrale figuur in de nieuwere stijl.

Het is werkelijk uitzonderlijk dat Joe Ruddy elke discussie over waterpolo volledig domineert. Hij was in deze sport een veel grotere figuur dan Jack Dempsey, Bobby Jones, Jesse Owens en Babe Ruth in de hunne.
Dit nieuwe ‘hard-bal’ spel is niet zo saai als afwaswater maar het is er niet ver van af. Het fluitje van de scheidsrechter speelt gedurende de hele wedstrijd een schelle en constante tune. Er zijn meer ‘don'ts’ (niet doen) en ‘thoushall-nots’ (je zal niet) dan in een strenge school voor ingetogen jonge dames.
Wanneer twee Amerikaanse teams het internationale spel spelen gapen de toeschouwers beleefd en zijn ze enorm blij dat de totale speelduur slechts zestien minuten is. In het spel oude stijl van het rough-and-ready (‘ruw maar doeltreffend’) (of moet het ruw-en-Ruddy zijn?) waren zestien minuten van verdrinking, zwoegen en dergelijke ongeveer alles wat het menselijk lichaam kon doorstaan.

Nochtans hebben wedstrijden tussen verschillende landen, zelfs onder de ‘sissy’ internationale code, iets meer pit, om de eenvoudige reden dat alles op internationale schaal altijd gekibbel en ontevredenheid opwekt in weerwil van het feit dat de sport verondersteld wordt om de vriendelijke betrekkingen tussen naties te verstevigen.

In 1932 waren er natuurlijk de klassieke Olympische Spelen in Los Angeles. Brazilië speelde tegen Duitsland en het Braziliaanse temperament is niet bepaald flegmatisch. In de eerste plaats had het team de nodige problemen om op de Olympische Spelen te geraken, de Olympische ploeg met een lading koffie sturen was immers de enige manier om geld in te zamelen. De koffie was een geschenk van het Braziliaanse Olympisch Comité en moest onderweg naar Los Angeles verkocht worden om reis van de atleten te betalen. De helft van de koffie was al verkocht nog voor Californië werd bereikt. Dus ontscheepte de helft van de atleten. Meer koffie werd in San Francisco gevent en weer werden enkele Brazilianen ‘vrijgelaten’ van de boot. De laatsten vertrokken met het restant van de koffie naar Seattle. Zoals je kan merken waren de Brazilianen niet meteen in hun meest charmante stemming op het ogenblik dat de Olympische Spelen begonnen.

Neergeslagen voor een doelpunt

Zo begonnen ze aan de waterpolowedstrijd. Duitsland lag met Brazilië in het bad en had al snel een zeer comfortabele voorsprong, tot grote verontwaardiging van de verzamelde Zuid-Amerikanen. Naarmate de tijd verstreek, verstreek ook hun humeur sneller. Volgens hen was de scheidsrechter niet alleen zwaar bijziend, maar had hij tevens onmiskenbaar Duitse neigingen. Het pistool voor het einde van de wedstrijd weerklonk. Het was net de knal van een pistool aan het begin van een race. Elke Braziliaan uit de wedstrijd liep naar de arme scheidsrechter. De reusachtig grote goalie, blijkbaar opgebouwd uit de ijzeren staven van een brouwerijvrachtwagen, was de winnaar. Hij ving de scheidsrechter op de vijfde rij van de tribune, sloeg hem neer en stond klaar om hem een opstopper te geven toen de Californische gendames hem te pakken kregen. Hoewel dit zou kunnen aangeven dat de internationale tak van waterpolo tenslotte niet zo'n sissi spel, geloof ik het niet. Als je vier jaar moet wachten tussen waterpolo gevechten, is het helemaal geen waterpolo, maar meer water ping-pong.