|
De 12 deelnemende landen werden in 2 groepen verdeeld:
-
Groep A: Duitsland,
Hongarije, Joegoslavië, Nederland, Rusland en Spanje
-
Groep B: Griekenland,
Italië, Kroatië, Oekraïne, Roemenië en
de Verenigde Staten
De beste 4 landen van iedere poule plaatsten zich voor de kwartfinales, de
nummers 5 en 6 speelden een halve competitie om de 9de t/m 12de plaats.

De Spaanse winnaars
In de voorronde van groep A stond er geen maat op het Hongaarse zevental,
dat een vijf op vijf lukte: 8-7 tegen Rusland, 8-9 tegen Duitsland, 10-8 tegen
Nederland, 7-8 tegen Spanje en 12-8 tegen Joegoslavië. De Spanjaarden
kregen zelfs tweemaal op hun donder, na het verlies tegen de Hongaren kregen
ze er ook met 7-9 van langs van de Joegoslaven. In groep B een oppermachtig
Italië, met eveneens een vijf op vijf: 10-7 tegen USA, 8-6 tegen Oekraïne,
10-8 tegen Kroatië, 10-8 tegen Grekenland en 10-9 tegen Roemenië.
Het enige verlies van de Amerikanen in de voorronde overigens, in de kwartfinale
gingen ze echter met 5-4 de boot in tegen Spanje, dat zich goed herpakt had.
Hongarije versloeg daar de Grieken met 12-8, Joegoslavië ging met 6-8
onder tegen de Kroaten en Italië was de Russen te sterk met 9-11.

Manuel Estiarte
Ongemeen spannende wedstrijden in de halve finales: met 7-6 tegen Italië stootten
de Kroaten voor het eerst door naar de finale. Na de reguliere speeltijd was
het 4-4, in de eerste verlenging liepen de Italianen 5-6 uit, maar het laatste
kwartje was volledig voor de Kroaten die de Italianen het scoren beletten en
zelfs twee keer de weg naar de netten vonden. Spanje haalde het in de andere
halve finale eveneens met 7-6 van de Hongaren. Bij het ingaan van de laatste
periode stonden de Hongaren nog 5-4 voor, maar in een machtig slotoffensief
haalden de Spanjaarden het laken naar zich toe. Voor het brons opnieuw verlengingen,
met een hoge score als eindresultaat. Bij affluiten 16-16 op het scorebord,
een nog nooit gezien score in een eindstrijd. In de eerste verlenging liepen
de Italianen 3 doelpunten uit, de Hongaren speelden alles op alles in de laatste
verlenging maar strandden uiteindelijk op 18-20. En dan die eindstrijd tussen Spanje en Kroatië. De Kroaten leken voor
de grootste verrassing van het tornooi te gaan zorgen toen ze na het eerste
kwartje 0-1 voorstonden en halfweg zelfs 1-3. De Spanjaarden kwamen echter
terug en bij het ingaan van het laatste kwartje was alles te herdoen: 5-5.
Meteen was het liedje van de Kroaten uitgezongen, de Spanjaarden, onder magistrale
leiding van Manuel Estiarte, plaatsten een kurkdroge 2-0 en haalden voor het
eerst Olympisch goud.

Daniel Ballart Sans
Bij de winnaars Daniel Ballart Sans in het water, die vier jaar voordien ook
had meegeholpen om zilver binnen te halen. In totaal deed hij mee aan vier
opeenvolgende Spelen.

Jordi Sans Juan
Teamgenoot Jordi Sans Juan speelde liefst twintig jaar voor het national team,
goed voor 483 wedtrijden en vijf Olympische Spelen. Thans is de 41-jarige Sans
directeur van Unió de Federacions Esportives de Catalunya.
Goallie Jesús Miguel Rollán bouwde een mooie carrière
uit en wordt door velen beschouwd als één van de beste doelverdedigers
aller tijden. Ook hij nam aan vijf opeenvolgende Spelen deel en genoot dus
mee van het behaalde zilver in Barcelona en het goud van Atlanta. Zijn bijnaam
was Chava. Hij was persoonlijk bevriend met de Spaanse prinses Christina, en
het was hij die in Atlanta de prinses zijn goede vriend, de handballer Inaki
Urdangarin voorstelde, waarmee de prinses één jaar later ook
trouwde. Hij verdedigde het Spaanse doel tijdens de wereldkampioenschappen
van 1998 en 2001, waar eveneens goud werd gehaald. In 2004 stopte hij met keepen.
In 2006 sprong hij uit het raam van een hotel in Barcelona. Men neemt aan dat
een depressie tot deze zelfmoord leidde.
Bij de mannen bezorgde Fredje Deburghgraeve België de eerste gouden zwemmedaille
ooit. Vier jaar voordien in Barcelona had hij de lachers op zijn hand, toen
hij, nog voor het startschot, van de startblok het water in gleed. Nu in Atlanta
zette de man uit Roeselare echter orde op zaken en lukte hij in de reeksen
al een nieuw wereldrecord 100m schoolslag: 1.00.60. Die wereldtijd hield vier
jaar stand en werd door de Rus Oman Sloednov gebroken. In mei 2000 stopte hij
met zwemmen, omdat hij er niet in geslaagd was zich voor de Olympische Spelen
van Sydney te plaatsen. Nochtans had hij er op dat ogenblik een prachtige carrière
opzitten. Atlanta was helemaal geen uitschieter, Fredje was in 94 al derde
geworden op de 100m schoolslag tijdens het WK in Rome. Eén jaar later
kroonde hij zich in dat nummer tot Europees kampioen in Wenen en tikte hij
als derde aan in de 200m schoolslag. In 1996 was het dus bingo in Atlanta en
weer twee jaar later kroonde hij zich tot wereldkampioen in het Australische
Perth. En passant had hij zich ook het wereldrecord 100m schoolslag in 25m-bad
toegeëigend, met 58.79 dook hij als eerste onder de magische 59 secondengrens.

Danyon Loader
Danyon Loader was de beste over 200m en 400m vrije slag, hij
was meteen de eerste Nieuw-Zeelander om zwemgoud te veroveren. Later werd hij
ook de eerste van zijn land om wereldrecords te zwemmen, zij het in klein bad:
3 keer over 200m vlinder en éénmaal 400m vrij. Die laatste besttijd
hield bijna vier jaar stand en werd toen gebroken door ene meneer Ian Thorpe.
Na de Olympische Spelen van Atlanta werd hij met een studiebeurs aangetrokken
door de University of California Berkeley.
Net als vier jaar voordien in Barcelona was Kieren Perkins
de snelste over 1500m vrij. Zoals zovelen begon ook de Australiër te zwemmen als revalidatie,
hij was zwaar gewond geraakt aan het been toen hij door een glazen ruit tuimelde.
Tijdens de Spelen van Barcelona verpulverde hij het jarenlange record 1500m
en bracht het naar 14.43.00, iedere 100m in minder dan 59 seconden. Waanzinnig.
De wereldtijden over 400m en 1500m vrij die hij in 1994 zwom hielden stand
tot 1999 en 2001, zijn landgenoten Ian Thorpe en Grant Hackett snoepten ze
hem af. Tijdens de Spelen van Atlanta startte hij zeker niet als favoriet,
integendeel zijn landgenoot Daniel Kowalski werd als winnaar naar voor geschoven.
Perkins kon zich amper voor de finale kwalificeren en werd toen ook nog ziek.
Zijn deelname was in gevaar, maar hij besloot toch te starten. In baan 8 domineerde
hij de race en gaf iedereen het nakijken. Vier jaar later in Sydney was hij
er opnieuw bij. Nu, in eigen land, was landgenoot Grant Hackett hem voor, waarmee
Perkins nog eens zilver toevoegde aan zijn medailles. Beide zwemmers doken
nogmaals onder de 15 minuten.

Denis Pankratov
Denis Pankratov was de beste in beide vlindernummers. Zijn
bijnaam De
Duikboot dankte hij aan zijn fenomenale onderwatertechniek, waarmee
hij lang onder water bleef en toch hoge snelheid ontwikkelde. Ook hier werden
de reglementen vlug bijgeschaafd: een zwemmer mocht na de start of keerpunt
niet langer dan vijftien meter onderwater blijven. Tijdens de EK in Wenen had
hij het negen jaar oude wereldrecord van Pablo Morales op 100m vlinder naar
52.32 gebracht. In Atlanta neep hij daar nog eens 4/100ste af. Met zijn team
veroverde de Rus ook zilver in de 4x100m wissel. Ook Pankratov was astma patiënt.

het Amerikaanse vrouwen team op de 4x100m
De Amerikaanse Amy Van Dyken haalde vier keer goud: 50m vrij, 100m vlinder,
4x100m vrij en 4x100m wissel. Toen ze 18 maanden oud was constateerden de artsen
dat ze astma had. Op 6-jarige leeftijd begon ze met zwemmen als therapie en
het duurde zes jaar voor ze een volledige lengte aankon. Kort daarop won ze
haar eerste wedstrijd en toen ging het alleen maar bergopwaarts. Vier jaar
na Atlanta voegde ze nog twee gouden plakken aan haar totaal toe, beide in
de estafettes. En dat na twee zware schouderoperaties. Na de Spelen stopte
ze haar zwemcarrière. Zoals zovele Amerikaanse topatleten kan je haar
inhuren als spreekster.
De Ierse Michelle Smith won drie keer goud en één
keer brons en zorgde daarmee voor de grootste verrassing van de Spelen: winst
op de 400m vrij, de 200m en 400m wissel en derde op de 200m vlinder.

Michelle de Bruin-Smith
Geruchten over 'verboden snoepjes' deden al vlug de ronde, maar
konden nooit bewezen worden. Die geruchten werden nog versterkt door het feit
dat haar trainer en echtgenoot, de voormalige Nederlandse discuswerper Erik
de Bruin, zelf vier jaar geschorst werd voor Testosterongebruik. In 1998 werd
ze door de FINA vier jaar geschorst wegens dopingverdacht. Haar urine bleek
met alcohol bewerkt te zijn. Ze ging hiertegen in beroep bij het Internationaal
Sportgerecht, maar verloor. Dit zette haar aan om Rechten te gaan studeren
aan de Universiteit van Dublin, maar haar zwemcarrière was voor de 28-jarige
Ierse voorbij.

Penny Heyns
De Zuidafrikaanse Penny Heyns was de beste in beide schoolslagnummers,
de 100m won ze in een nieuw wereldrecord 1.07.02. Na de Spelen vertrok haar
coach Jan Bidrman naar Calgary University in Canada en de prestaties van Heyns
gingen bergafwaarts. Ze nam dan maar een drastisch besluit en volgde haar coach
naar Canada. In de voorbereiding voor de Spelen van 2000 bleek ze plots vroeger
in form dan verwacht. Eén jaar voor de Spelen verpulverde ze het vijf
jaar oude wereldrecord 200m schoolslag en bracht het naar 2.24.51. Tijdens
de 100m schoolslag dook ze met 1.06.95 als eerste onder de magische grens van
1.07. En iedere keer als ze het water indook sleutelde ze opnieuw aan haar
besttijden. Tijdens de Pan Pacific Championships in Sydney zwom ze een ongelooflijke
1.06.52. In Los Angeles tikte ze na 50m aan in 30.83. In 1999 was ze, op drie
maanden tijd, goed voor 11 wereldrecords. Begin 2000 een domper op de feestvreugde,
haar beste vriendin, de Canadese schoolslagzwemster Tara Sloan, sterft na een
auto ongeluk. Heyns stond aan haar bed toen ze stierf. Deze tragedie kwam ze
niet te boven en op de Spelen van Sydney slaagde ze er niet in zich voor de
200m finale te plaatsen, en eindigde ze pas derde in de 100m schoolslag. Kort
daarna kondigde ze haar afscheid aan en dat na 14 wereldrecords.

Claudia Poll
De van oorsprong Duitse Claudia Poll was de eerste zwemster
die goud veroverde voor Costa Rica. In Atlanta versloeg ze Franzi van Almsick
en Dagmar Hase in de 200m vrij. Vier jaar later in Sydney was ze goed voor
brons op 200 en 400m vrij. In 2002 werd ze door de FINA geschorst wegens doping.

Ulla Werbroeck
Voor België waren het bijzonder succesvolle Spelen met
zes medailles. Na de gouden plak van Fredje Deburgghraeve, ook goud voor judoka
Ulla Werbroeck in de categorie -72 kg.
Verder twee keer zilver voor zeiler Sebastien Godefroid en
judoka Gella Vandecaveye en twee keer brons voor de judoka's Marie-Isabelle
Lomba en voor Harry Van Barneveld.
Ook nu weer een drama: op 27 juli, tijdens een concert in
het Olympisch dorp, ontplofte een bom, waarbij twee doden vielen (1 door een
hartaanval) en 111 gekwetsten.
Ophef bij de toewijzing van deze spelen aan Atlanta. Velen
vonden dat de Spelen van 1996, exact 100 jaar na de eerste moderne Olympische
spelen, in bakermat Athene moesten gehouden worden. Het grote geld van de thuishaven
van frisdrankengigant Coca Cola won het echter.
Het Amerikaanse Dream Team II won weer met groot machtsvertoon
de gouden medaille. Dit maal zonder Michael Jordan: hij spendeerde zijn tijd
liever aan golf. De beelden van Charles Barkley die danst op het liedje YMCA
van de Village People, gingen de wereld rond.
De organisatie van de spelen verliep verre van vlekkeloos.
Er waren enorme problemen met verkeersopstoppingen en er was veel kritiek te
horen over het fout dat de spelen 'overgecommercialiseerd' waren. Ook waren
er veel te weinig artsen voor de atleten aanwezig. Veel Amerikaanse dokters
durfden niet in te staan voor de atleten uit schrik voor dure rechtszaken.
Juan Antonio Samaranch sloot
de slotceremonie dan ook voor het eerst in zijn loopbaan als IOC
voorzitter niet af met de woorden "Dit waren de beste Spelen ooit", maar met
een droog "Well done Atlanta". Carl Lewis won voor de vierde keer goud in het verspringen, wat zijn totaal
op negen gouden medailles bracht.

Donavan Bailey
De Canadees Donavan Bailey won de 100m in 9.84, een nieuw
wereldrecord, voor de Namibiër Frankie Frederickx (9.89) en Ato Boldon (9.90), een man
uit Trinidad-Tobago. Schitterende tijden en geen Amerikanen op het podium
in eigen land. Bailey, een geboren Jamaïcaan die later Canadees werd,
was oorspronkelijk basketter, startte met atletiek toen hij al 24 jaar was
en nam die sport pas drie jaar later au-sérieux. Voor de Canadezen
was die overwinning een heus eerherstel voor de schande die Ben Johnson hen
had aangedaan. Eén jaar later nam Bailey het in Toronto op tegen Michael
Johnson, die in Atlanta zowel de 200 als de 400m gewonnen had. Een race om
uit te maken wie nu de snelste atleet aller tijden was, maar ook een ongewone
race: niet alleen waren er 2 miljoen dollar te winnen, maar de afstand was
een ongebruikelijke 150 meter. Bailey won de 2 miljoen dollar nadat Johnson
na 100m opgaf met een quadriceps kwetsuur. Tijdens de Spelen van Sydney in
2000 bleef hij met een longontsteking aan de kant en één jaar
later hield hij de sport voor bekeken. Oorspronkelijk was Bailey een succesvol
effectenmakelaar, maar nu heeft hij zijn eigen bedrijf DBX Sport Management,
dat atleten begeleidt.

Michael Johnson
Uitzonderlijk knappe prestaties van de Amerikaan Michael
Johnson, die zowel de 200 als de 400 m won. Op de 200m liep hij een onmogelijke
19.32, nieuw wereldrecord uiteraard. Tijdens de WK in 1999 schroefde hij het
wereldrecord van de 400m naar 43.18. Beide records houden nog altijd stand.
Johnson won vijf gouden medailles bij Olympische Spelen en was liefst negen
keer wereldkampioen. Op de Spelen van Sydney vier jaar later was hij de beste
over 400 en 4x400 meter. Daarna stopte hij met atletiek en nu is hij een veel
gevraagde TV-commentator. Johnson liep 22 400m-wedstrijden onder de 44 seconden
en 17 200m-wedstrijden onder de 20 seconden.

Marie-José Perec
Bij de vrouwen evenaarde de Franse Marie-José Perec de prestatie van
Johnson, ook zij won de 200 en de 400m. Vier jaar eerder had ze op de 400m
ook al goud gehaald in Barcelona.

Kerri Strug
Amerikanen koesteren de eigen atleten nauw aan het hart, zeker
als ze ook nog eens een ontroerende prestatie leveren. En dat deed de turnster
Kerri Strug, die alle harten stal nadat ze, ondanks een enkelblessure, het
goud voor de Amerikanen in de landenwedstrijd veilig stelde.

Naim
Süleymanoğlu
Naim
Süleymanoğlu werd de eerste gewichtheffer die drie keer achtereen
Olympisch goud won. Deze in Bulgarije geboren Turk won ook zeven wereldtitels,
werd zes keer Europees kampioen en verbeterde 46 wereldrecords. Amper 1m50
groot is hij één van de vier gewichtheffers die erin slaagde
om zijn drievoudig lichaamsgewicht te tillen, het leverde hem de bijnaam The
Pocket Hercules op. Oorspronkelijk kwam hij uit voor Bulgarije en daardoor
miste hij de geboycotte Spelen van 1984. Omdat het communistische regime
de Turkse minderheid in het land verplichtte om Bulgaarse namen aan te nemen
was hij in die tijd gekend als Naum Shalamanov. In 1986, tijdens het WK in
Melbourne, koos hij het hazepad, de Turken ontvingen hem uiteraard met open
armen en sindsdien werd hij beroemd onder zijn nieuwe Turkse naam. De Bulgaren
maakten hem het leven uiteraard zuur, ze weigerden zijn nieuwe nationaliteit
te erkennen en gingen hiermee pas akkoord toen de Turkse regering hen 1 miljoen
dollar betaalde. In 1988 op de Spelen van Seoel nam Naim
Süleymanoğlu voor het eerst deel als Turks atleet. Na het WK
van 1989 stopte hij met competitie, amper 22 jaar oud. Bij de val van het
communistische regime datzelfde kon zijn familie naar Turkije overkomen.
De overwinningsdrang was echter danig groot en hij begon terug aan de competitiesport,
met de olympische titel in Barcelona als hoogtepunt. Vier jaar later in Atlanta
voor de derde maal goud. Meteen ook zijn zwanenzang, want in Sydney haalde
hij zijn aanvangshoogte van 145 kg niet, hij mocht daarmee het vierde goud
vergeten.
Voor het eerst professionele wielrenners op de Spelen, na
zijn vijfde zege in de Ronde van Frankrijk won de Spanjaard Miguel Indurain
de individuele tijdrit. De Zwitser Pascal Richard veroverde het goud op de
weg.
Een record aantal van 197 deelnemende landen, vijf atleten
werden wegens doping huiswaarts gestuurd.

André Agassi
Andre
Agassi won tennisgoud bij de mannen, Lindsey Davenport bij de vrouwen.

Kurt
Angle
Goud voor Kurt
Angle in het worstelen vrije stijl + 90kg en dat ondanks een gebroken nek.
Het legde hem geen windeieren, hij werd professionele worstelaar bij het vernieuwde
ECW (Extreme
Championship Wrestling), bij ons beter bekend als catch.
<<
1992 2000
>>
|