|
De 12 deelnemende landen werden verdeeld over 2 groepen:
-
Groep A: Australië, Frankrijk, Italië, USSR, West-Duitsland
en Zuid-Korea
-
Groep B: China, Griekenland, Hongarije, Joegoslavië, Spanje
en Verenigde Staten
De beste 2 landen van iedere poule plaatsten
zich voor de halve finales, de nummers 3 en 4 speelden in groep D om de 5de
t/m 8ste plaats, de nummers 5 en 6 in groep E om de 9de t/m 12de plaats. Voor
de plaatsingsgroepen D en E telden ook de onderlinge resultaten uit de voorronde
mee.

Joegoslavië
In de voorronden een sterk Duitsland in groep
A, met winst in alle vijf de wedstrijden. In groep B ging het er spannend aan
toe. Op de openingsdag speelden USA en Joegoslavië
de herhaling van de finale van vier jaar voordien. Nu trokken de Amerikanen
met 7-6 aan het langste eind, maar 's anderendaags verloren ze met 9-7 van
een verrassend Spanje. Omdat de Spanjaarden 6-6 gelijk speelden tegen Hongarije
en 8-10 klop kregen van Joegoslavië vielen ze uit de halve finale. In
die halve finales nipte 7-8 winst van de Amerikanen tegen Rusland, terwijl
Joegoslavië de Duitsers met 14-10 afdroogde. Opnieuw
een finale Joegoslavië-USA
dus, en opnieuw Joegoslaafse winst: 9-7. Halfweg stonden the Yankees nochtans
2-4 voor, in het derde kwartje kwamen de Joegoslaven op gelijke hoogte (5-5)
en in het laatste kwartje geen verschil (6-6). Verlengingen dan maar en daarin
was Joegoslavië de betere. De Sovjet-Unie versloeg Duitsland met 14-13
voor het brons. De Joegoslaven werden voor de tweede maal naar het goud geleid
door coach Ratko Rudic (foto), die de volgende twee Spelen de Amerikanen onder
zijn hoede zou nemen.

Chris Duplanty
Chris Duplanty was slechts reserve goalie en
speelde amper 34 seconden voor de Verenigde Staten. De twee volgende Spelen
was het echter bingo, hij verdedigde niet alleen het Amerikaanse doel, maar
was tevens teamkapitein. In 1996 kreeg hij de onderscheiding Most
Dominant Goalie.
Geboren in Californië, studeerde hij in
1984 af aan de Punahou School op Honolulu. Met zijn schoolteam had hij op vier
jaar tijd drie staatskampioenschappen gewonnen. Liefst vier Universiteiten
wilden hem binnenhalen USC, UCLA, Stanford and UC Berkeley, Duplanty koos uiteindelijk
voor UC Irvine, waarmee hij in 1987 het nationaal kampioenschap won. Bovendien
trainde het nationale team in Newport Beach en dat lag in de onmiddellijke
omgeving. En op die trainingen gaf hij altijd present. Niet eens geselecteerd
speelde hij voor ballenjongen, de jongens in het water vroegen hem zelfs wat
hij kwam doen, het was tenslotte vrijdagavond en dat betekende 'stappen'. Op één
van de trainingen gaf de nationale goalie forfait, de coach vroeg Duplanty
om in te springen. En vanaf toen ging hij steil opwaarts. Enkele maanden later
was hij zelfs lid van het nationale zevental. In 1992 in Barcelona mocht hij
al wat meer meedoen, maar de grote doorbraak kwam in eigen land nog eens vier
jaar later.

Aleksandar Šoštar
Aleksandar Šoštar verdedigde het
doel bij gouden medaille winnaar Joegoslavië, 12 jaar later in Sydney
won hij met zijn team het brons.
Bij de mannen een oppermachtige Mat Biondi. De
Amerikaan had zijn zinnen gezet op het record van landgenoot Mark Spitz, maar
'sneuvelde' op vijf keer goud. In de 200m vrij moest hij tevreden zijn met
een bronzen plak en in de 100m vlinder met zilver.

Matt Biondi
Net voor de Spelen had hij het wereldrecord 100m
vrij naar 48.42 gevijzeld. Zijn 48.63 in de finale waren goed genoeg voor het
goud. Met zijn 1m98 en bijna 100kg was hij groot en zwaar voor een zwemmer,
maar hij had zo'n smetteloze stijl dat hij werkelijk door het water kliefde.
In 1992 stopte hij met zwemmen, nadat hij tijdens de Spelen van Barcelona zilver
won over 50m vrij en goud in 4x100m vrij en 4x100m wissel. Hij was ook een
goede waterpolospeler, maar daarin won hij nooit een olympische medaille.

Duncan Armstrong
Duncan Armstrong was één van de
spelbrekers in de gouden race van Biondi. De Australiër won de 200m
vrij in de nieuwe wereldtijd van 1.47.25, nadien veroverde hij zilver in de
400m vrij. Na zijn sportloopbaan werd hij sportreporter en thans legt hij zich
toe op het geven van mediatraining.

Anthony Nesty
De Surinamer Anthony Nesty hield Biondi van het
goud in de 100m vlinder, de grootste verrassing van de Spelen wellicht en nog
steeds het enige Surinaamse Olympisch goud ooit. Met het minieme verschil van éénhonderste
van een seconde tikte hij aan voor de Amerikaan, die zich vertwijfeld afvroeg
waarom hij zijn nagels had geknipt. Voor de organisatie was deze uitslag een
nog grotere verrassing, bij de huldiging konden ze zelfs het officiële
Surinaamse volkslied niet spelen. Nesty bleef trainen in de Verenigde Staten.
Bij de WK van 1991 in Perth versloeg hij Michael Gross. Na zijn actieve sportcarrière
bleef Nesty in de Verenigde Staten, als coach van het 'Swim Florida Team' in
Sarasota.

Tamás
Darnyi
Tamás Darnyi lukte zijn eerste dubbel:
winst op 200 en 400m wissel, vier jaar later in Barcelona deed hij dat nog
eens over. Op zijn vijftiende raakte de Hongaar blind aan het linkeroog, een
gevolg van een sneeuwbal was de uitleg. Kwatongen beweren echter dat zijn coach
hem bij een woede-uitbarsting een schoen naar het hoofd zou gegooid hebben.
Vier laseroperaties redden zijn gezichtsvermogen gedeeltelijk. In totaal verbeterde
de Hongaar zes wereldtijden. Opnieuw heibel met de zwemreglementen in Seoel.
Het is al eeuwen bekend dat het doorbreken van de wateroppervlakte de snelheid
afremt, niet alleen bij schoolslag, maar ook in de rugnummers. De Amerikaan
David Berkhoff had daar iets op gevonden. In de reeksen bleef Berkhoff 40 meter
onder water, waarbij hij enkel een dolfijnslag met de benen gebruikte. Voor
het keerpunt kwam hij terug boven, ver voor op zijn tegenstanders. En toch
won hij de 100m niet, de Japanner Daichi Suzuku, die de techniek al tien jaar
toepaste, kwam in de finale iets eerder boven en won in 55.05, 13/100ste voor
Berkhoff. Eén van de commentatoren noemde de stunt de Berkoff Blastoff,
de Berkhoff lancering. De kamprechters konden echter niets doen, maar de
reglementen werden vlug bijgestuurd: de zwemmers moesten na 15 meter bovenkomen.
Beter voor hun gezondheid en veiligheid heette het.

Kristin Otto
Kristin Otto was de meest succesvolle bij de
vrouwen met zes gouden plakken in de prijzenkorf: 50 en 100m vrije slag, 100m
vlinder, 100m rug en beide estafettes. Een waar spurtfenomeen. In 1989 hield
ze het zwemmen voor bekeken en studeerde ze aan de Universiteit van Leipzig
af als journaliste. Een schone madame bovendien, je kan haar elk weekend bewonderen
op de Duitse TV-zender ZDF, waar ze de Sportprogramma's presenteert.

Janet Evans
Janet Evans was de beste over 400 en 800m vrij
en 400m wissel. Haar 4.03.85 op de 400m waren ook goed voor het wereldrecord.
In Barcelona vier jaar later veroverde ze opnieuw goud op de 800m en zilver
over 400m. Ze was de eerste zwemster die in de 1500m onder de 16 minuten dook.
In 1996 vonden de Spelen in Atlanta plaats. Er waren al wat voortekens geweest
dat er sleet zat op de prestaties van Evans, in eigen land kwam ze niet eens
op het podium en na de Spelen stopte ze met competitie. Zoals zovele Amerikaanse
atleten is ze nu professioneel aktief in de wereld van de 'motivatie'.

Krisztina Egerszegi
In de 200m rug een ukkie op het hoogste schavot.
Amper veertien en slechts 45 kilo zwaar, maar toch al goed voor de overwinning
in de 200m rug en zilver over de halve afstand, na Otto. Vier jaar later in
Barcelona won Krisztina Egerszegi zowaar drie keer goud: beide rugnummers en
400m wissel. Nog eens vier jaar later in Atlanta opnieuw goud op 200m rug en
brons over 400m wissel. Met een voorsprong van 4sec15 zwom ze het grootste
verschil ooit in een olympische finale. Ze besloot niet deel te nemen aan de
100m rug, maar haar 1.01.15 als startzwemster in de 4x100m wissel was sneller
dan de tijd waarmee de Amerikaanse Beth Botsford de 100m rug finale had gewonnen
(1.01.19).

Greg Louganis
De Amerikaan Greg Louganis wordt algemeen beschouwd
als de beste schoonspringer aller tijden. Tijdens de Spelen van 1976 won hij
als 16-jarige zilver op de 3-meter plank. 1980 ging omwille van de boycot ook
aan hem voorbij, maar in 1984 en 1988 lukte hij de dubbel-dubbel. Zijn overwinning
op de 3 meter in Seoel was echter dramatisch. Bij zijn laatste kwalificatiesprong
raakte hij de plank met het achterhoofd. De bloedende Louganis kroop uit het
water maar plaatste zich voor de finale die hij ook won. Hij studeerde vele
jaren klassieke dans en dat zou wel eens de basis van zijn elegantie kunnen
zijn. Hij overklaste zijn tegenstrevers ruimschoots met enorm hoge scores.
Dieptepunt in 1990 wanneer bleek dat hij HIV positief was en uitkwam dat hij
dat ook al in 1988 was bij zijn accident op de Spelen. Dat had hij echter verzwegen.
Nu staat echter wetenschappelijk vast dat het HIV virus niet in open water
kan overleven. Nodeloze paniek dus, niet één van de andere duikers
was in gevaar geweest.

Canadees Johnson verslaat Carl Lewis met meters voorsprong
36 uur later verlaat
hij de Spelen via het achterpoortje
Het belangrijkste nieuwsfeit van deze Spelen
was de positieve dopingcontrole van Ben Johnson. Zeker niet het eerste dopinggeval
van de Spelen, wel het meest spraakmakende. 36 uur na zijn zege op de 100m
mocht Johnson zijn medaille terug inleveren, de Canadees had aan de Stanozolol
gezeten. Carl Lewis wreef zich in de knuisten. Begin 2007 komt Johnson opnieuw
in het nieuws met de melding dat Carl Lewis hem destijds geflikt heeft...

Ingrid Berghmans
Opnieuw goud voor België, zij het in een
demonstratiesport. Ingrid Berghmans wint het judo bij de vrouwen. Zes keer
wereldkampioen, acht keer Europees kampioen, 95 medailles op grote toernooien
en daarmee werd ze één van de eerste vrouwelijke topatletes
in Belgenland.
Brons voor schutter Frans Peeters en judoka Robert Van de Walle.

Christa Luding-Rothenburger
De Oostduitse Christa Luding-Rothenburger zorgde
voor een unicum, in het spurtnummer op de wielerbaan veroverde ze zilver, nadat
ze enkele maanden voordien tijdens de Winterspelen ook al goud en zilver won
bij het snelschaatsen.
Moord tijdens de openingsceremonie: de witte
duiven, symbool van de vrede, werden gelost. De beestjes zetten zich op de
rand van de Olympische toorts. Die werd aangestoken en de beestjes werden levend
geroosterd.
Vier gouden plakken voor de Russische turner
Vladimir Artemov, de Roemeense Daniela Silivas wint er drie.
Ongelooflijke prestaties van de Amerikaanse sprintster
Florence Griffith Joyner, die drie keer goud en éénmaal zilver
haalde. Nadat ze in de halve finales van de 200m het wereldrecord al had scherper
gesteld, pitste ze daar 100 minuten later in de finale nog een hoop af: 21.34.
Tijdens de Amerikaanse selectiewedstrijden had ze de hectometer afgewerkt in
10.49, een fenomenaal wereldrecord dat op dat moment in Ierland, Turkije, Nieuw-Zeeland
en Noorwegen zelfs een nationaal record bij de mannen zou geweest zijn. In
Seoel overhaalde ze de Amerikaanse coach haar ook op te stellen in de 4x400m
zodat ze vier keer goud kon veroveren. De Russische Olga Bryzgina stak daat
echter een stokje voor en hield de Amerikaanse achter zich. Flo-Jo was zoveel
sterker dan haar concurrenten, en haar wereldrecords op 100 en 200m houden
nog steeds stand. Geruchten over doping staken de kop op, die nog versterkt
werden toen ze op 38-jarige leeftijd overleed in haar slaap. De officiële
doodsoorzaak na de autopsie was de dood als gevolg van een aangeboren hersenaandoening.
Volgens haar advocaat werd ze behandeld voor epilepsie en stikte ze in haar
pil bij een aanval. Flo-Jo viel ook op door haar extravagante sportkledij en
door haar 15 cm lange en bizar gekleurde vingernagels. Haar wederhelft was
Al Joyner, die in 1984 goud won bij het hinkstaPspringen, Jackie Joyner-Kersee,
die zes Olympische medailles veroverde in de zevenkamp en het verspringen,
was haar schoonzus.

Steffi Graf
Voor het eerst sedert 64 jaar opnieuw tennis
op de Spelen, de Duitse Steffi Graf voegt een Olympische titel toe aan haar
vier Grand Slam overwinningen van dat jaar. In de finale verslaat ze de Amerikaanse
Chris Evert.
In het gewichtheffen moeten twee Bulgaren hun
gouden medaille inleveren nadat ze een dopingcontrole ontliepen. Hun team wordt
uit de Spelen geworpen.
De Canadese zeiler Lawrence Lemieux zorgde in
de Finn klasse voor de meest 'ophefmakende prestatie'. In de finale zeilde
hij op plaats twee en was hij dus zeker van zilver. In zijn opmars op dat ogenblik
lag zelfs het goud voor het rapen. Plots trok een gekapseisde boot de aandacht
van de Canadees, bovendien vochten de twee inzittenden om boven water te blijven.
Lemieux bedacht zich niet, gooide het roer om en redde beide zeilers van een
zekere verdrinkingsdood. Weg zilver, de Canadees finishte als 21ste,
maar zijn ongewoon menselijke daad werd bekroond met dePierre de Coubertin
medaille.
In de tweede ronde bij de bantamgewichten, verloor
een lokale bokser van een Bulgaar door scheidsrechterlijke beslissing. De Koreaanse
coaches waren razend, ze sprongen de ring in, vielen de scheidsrechter aan
en begonnen een geveht in regel. Toen dat allemaal niet hielp doofden ze de
lichten in de zaal en vertrokken, al werden er op dat ogenblik nog andere wedstrijden
gebokst.
<<
1984 1992
>>
|