|
De 15 deelnemende landen waren verdeeld over 2 groepen:
-
Groep A: Brazilië, Cuba, Hongarije, Spanje, USSR, Verenigde
Staten en West-Duitsland.
-
Groep B: Griekenland, Italië, Japan, Joegoslavië,
Mexico, Nederland, Oost-Duitsland en Verenigde Arabische Republiek.
De beste 2 landen van iedere poule plaatsten zich voor de
halve finales, de overige landen speelden plaatsingswedstrijden voor
de plaatsen 5 t/m 15.
Aanvankelijk zouden 16 landen deelnemen aan dit toernooi,
maar een 'kleine' vergetelheid
besliste daar anders over: het Australische NOC vergat zijn team in
te schrijven en kon daarom, volgens de regels van het IOC, niet deelnemen.
Tja. Joegoslavië haalde het in de finale met 13-11 van de Sovjet-Unie, Hongarije
won het brons dank zij de 9-4 winst tegen Italië. De Joegoslaven waren
werkelijk outstanding, in de halve finale hadden ze Hongarije naar huis gespeeld
met 8-6 en die hadden tot dan toe nog geen enkele wedstrijd verloren. Alleen
in de voorronde lieten de Joegoslaven twee steekjes vallen: 5-4 verlies tegen
Italië en 4-4 tegen Oost-Duitsland.

De Joegsolavische winnaars
Bij
de Joegoslaven Mirko Sandic in de ploeg, het nummer 10 was niet alleen
de langste maar ook de zwaarste speler van de winaars. Van 1958 tot
1974 speelde hij liefst 235 wedstrijdens voor de nationale ploeg. Ook
vier jaar vroeger, tijdens de Spelen van Tokio, was hij erbij toen
zijn team zilver haalde. Op vierjarige leeftijd leerde Sandic zwemmen,
maar hij was al 16 toen hij voor het eerst waterpolo speelde bij zijn club
Partizan, die toen nog in de tweede liga uitkwam. Met die ploeg speelde hij
meer dan 1000 wedstrijden en werd hij elfmaal kampioen van Joegoslavië,
zeven keer bekerwinnaar en werden zo maar eventjes 5 Europese titels binnengehaald.
Mirko Sandic was een keiharde spits die van een stevig partijtje genoot.
Niets kon hem stoppen, zelfs geen gebarsten trommelvlies. Sandic behaalde
het universitaire diploma Buitenlandse Zaken en werd in Singapore,
Maleisië en
Indonesië commercieel manager van JAT Yugoslav Airlines. Van
1975 tot 1980 coachte hij het 'Singapore National Water Polo
Team', dat brons won op de Aziatische Spelen. Daarbuiten trainde
hij ook twee Joegoslavische ploegen "GOC" en "Partizan",
de nationale ploegen van Egypte en Maleisië, het New
South Wales State Team en Queensland
State Team.

Debbie Meyer
Met goud in de 200m, 400m en 800m vrije slag werd Debbie Meyer de eerste
zwemster die op dezelfde Spelen drie individuele titels won. Elke
wedstrijd werd met groot verschil gewonnen, ondanks een zwaar ongestelde
maag. Tussen 1967 en 1970 verbeterde ze 15 wereldrecords: eentje
op de 200m, vijf op 400m, vijf op 800m en vier op 1,500m. Ze was
astma patiënte, maar dat belette haar niet om in haar hele carrière
20 wereldrecords te zwemmen. Toen ze na het seizoen 1970 met competitiesport
stopte, was niet iedereen ervan overtuigd dat ze alles uit haar carrière
had gehaald.

Felipe Munoz
Het zwemstadion werd gek toen de Mexicaan Felipe Munoz tot
ieders verrassing de 200m schoolslag won.
De Oostduitser Roland Matthes won beide rugnummers,
de eerste twee van een reeks van acht olympische medailles. Hij wordt
beschouwd als één der best rugzwemmers aller tijden,
zijn bijnnaam was dan ook de Rolls Royce van het Zwemmen. Niemand kon
hem tussen 1967 en 1974 kloppen, hij zwom 21 wereldrecords en voegde
aan zijn Olympisch goud drie wereldtitels toe en vier Europese. 'Hij
lag niet in, maar op het water', analyseerde een expert zijn
bijzonder fraaie zwemstijl. Bovendien kon hij beide benen 90 cm uit
elkaar bewegen, en dat deed niemand hem na. Vier jaar later in Munchen
was hij samen met Spitz de vedette van het zwemmen. Na de Spelen
van 1976 stopte hij met zwemmen, datzelfde jaar trouwde hij die andere
zwemlegende Kornelia Ender, maar zes jaar later scheidde het koppel.
Het uithangbord van de DDR verdween in de anonimiteit, de propagandamachine
van de DDR nam hem zijn scheiding bijzonder kwalijk en vooral het
feit dat hij niet volgzaam was, was uiteraard olie op het vuur. Men
dreigde hem uit zijn geneeskundestudies te schrappen, hij vloog uit
het huis dat de Staat hem bij zijn overwinningen gecshonken had.
Matthes viel in een diep dal, dat duurde tot de val van de muur.
Zelfs de massa keerde zich tegen hem, ze strooiden scherven op de
oprit van zijn garage en terroriseerden hem als hij ging tanken.
Hij kreeg zelfs het verwijt naar het hoofd geslingerd dat hij een
gepriviligeerde was van President Honecker. In 1989 verhuisde hij
naar het Westen, waar hij als arts afstudeerde en zich specializeerde
in de orthopedische chirurgie.

Mike Wenden
De Australiër Mike Wenden won de 100m en 200m vrije slag. Zeker
geen stijlvolle zwemmer, wel een vechtertje dat er vanaf het startschot
invloog. In het koninginnenummer brak hij ook het wereldrecord en hield
Don Schollander en een zekere Mark Spitz achter zich. In de estafettes
veroverde hij met zijn teammaats zilver en brons. Wenden had wel heel
wat hoogteproblemen in Mexico, zijn hart pompte twee weken lang zo
snel dat hij moeite had bij het zwemmen en praktisch niet slapen kon.
Na de finale van de 200 m verloor hij het bewustzijn en zonk hij
naar de bodem van het bad. Teammaat Bob Windle haalde hem terug boven.

Ada Kok
De Nederlandse Ada Kok won de 200m vlinder. Vlak
voor die finale was ze zo verkrampt dat ze de rits van haar trainingsbroek
niet open kreeg, een official hielp haar dan maar. Tussen 1963 en 1967
brak ze negen wereldrecords over 100m en 200m vlinder.

Klaus Dibiasi
De Italiaan Klaus Dibiasi won het goud in het torenspringen
en daarmee doorbrak hij de Amerikaanse hegemonie. In 1964 was hij al
goed geweest voor zilver, de drie daaropvolgende Olympiades was hij
echter de beste. Dibiasi was in Oostenrijk geboren uit Italiaanse ouders,
zijn vader was tevens zijn coach.
Gaston Roelants kon door een knieblessure zijn titel
op de 3000 m steeple niet verdedigen.
Belgische medailles voor gewichtheffer Serge Reding
(zilver) bij de zwaargewichten, brons voor de tandemspecialisten Daniel
Goens en Robert Van Lancker. Een povere oogst.
De eerste Spelen met sexetests, maar ook de eerste
met dopingcontroles. En meteen prijs: de Zweed vijfkamper Hans-Gunnar
Liljenwall bleek alcohol te hebben gebruikt, samen met hem werd de
hele Zweedse ploeg moderne vijfkamp gediskwalificeerd. Ook voor de
eerste maal een tartanpiste.

Bob Beamon
Het wereldrecord van 8m90 door Bob Beamon gesprongen
tijdens de finale hield liefst 23 jaar stand. De ijle hoogte had zeker
een beslissende rol gespeeld in die verbetering van maar liefst 55cm.
De officials wreven zich de ogen uit, het electronische meettoestel
kon de afstand gewoon niet aan. Manueel gemeten dan maar. In 1991 sprong
Mike Powell 8m95.
Ook de sprinters profiteerden van die ideale omstandigheden.
Het was dan ook niet verbazend dat heel wat records sneuvelden: Jim
Hines won de 100m in 9,95, Tommie Smith de 200m in 19.83, Lee Evans
de 400 m in 43,86 en Dave Hemery de 400m horden in 48,1.
Bij het hinkstapspringen werd het wereldrecord tot
vijfmaal toe gebroken en dat door drie verschillende atleten.
Voor het eerst atleten van Oost- en West-Duitsland
in aparte teams.

Dick Fosbury
Een andere opvallende figuur was de Amerikaan Dick
Fosbury, die met zijn spectaculaire Fosbury Flop een nieuw tijdperk
inluidde bij het hoogspringen.

Vera Caslavska
Grote lieveling van het Mexicaanse publiek was de
Tjechische turnster Vera Caslavska, allround kampioene en, op de balk
na, goud in alle nummers. Een paar dagen na de Spelen trouwde ze in
de kathedraal van Mexico City met haar landgenoot Josef Odlozil, die
vier jaar eerdere in Tokio zilver had gehaald op de 1500m

het podium van de 200m
De zwarte USA atleten brachten in het Olympische
dorp een protestbeweging op gang tegen de rassendiscriminatie in hun
land. Ze droegen allen een insigne Olympic
Project for Human Rights.
Dit protest bereikte zijn hoogtepunt op het schavotje na de 200m: tijdens
het Amerikaanse volkslied balden Tommie Smith en John Carlos hun in
een zwarte handschoen gehulde vuist. Dit werd hen niet in dank afgenomen,
ze werden uit het olympische dorp gezet.
Opnieuw liet de marathon van zich spreken: de Tanzaniaan
finishte als laatste met een ontwrichte knie.
Eerste deelname van de Belg Jacques Rogge in de yachting.
Er zouden er nog twee volgen als atleet en momenteel is hij Voorzitter
van het IOC.
<< 1964 1972
>>
|