|
De 13 deelnemende landen werden in 4 groepen verdeeld:
-
Groep A: Italië, Japan en Roemenië
-
Groep B: Australië, Oost-Duitsland en USSR
-
Groep C: Brazilië, Joegoslavië, Nederland en
Verenigde Staten
-
Groep D: België, Hongarije en Verenigde Arabische
Republiek
De beste 2 landen van iedere poule gingen naar de twee
halve finale groepen. De nummers 1 en 2 van die halve finales speelden
om de medailles, de nummers 3 en 4 om de plaatsen 5 t/m 8. Het tornooi
was voorzien voor 16 landen, maar uiteindelijk schreven er maar 13
in.

alweer wonnen de Hongaren
België verloor zijn openingswedstrijd met 5-0 tegen de latere winnaar
Hongarije. De Verenigde Arabische Republiek werd met 5-8 wandelen gestuurd.
In de halve finale gingen onze landgenoten met 6-2 de boot in tegen
Joegoslavië en
met 7-5 tegen Nederland. Het 5-3 verlies tegen Duitsland en de 3-5
winst tegen Roemenië in de eindstrijd leverden een zevende plaats op
in de eindrangschikking. Meteen ook het laatste optreden van een Belgische
waterpoloploeg op Olympische Spelen.
De Hongaren waren opnieuw superieur, alleen in de halve finale werd één
puntje prijs gegeven: 4-4 tegen Joegoslavië. Alle andere wedstrijden
werden gewonnen. Joegoslavië eigende zich het zilver toe, de Sovjet-Unie
was goed voor brons.
Bij de Joegoslaven overigens een zekere Ivo Trumbic, die
in het begin van de jaren zeventig Nederlands bondscoach zou worden en onze
noorderburen naar grote hoogten stuwde. Zijn grootste succes met deze ploeg
behaalde hij op de Spelen van 1976 in Montreal waar hij brons veroverde.
Van 1946 tot 1962 speelde hij (aanvankelijk als keeper!) voor PK Jadran
in Split, daarna verkaste hij naar Mladost in Zagreb. Toen hij in 1969
zijn actieve spelersloopbaan afsloot was hij met PK Jadran driemaal
en met Mladost viermaal landskampioen geworden en met dat laatste team
veroverde hij ook twee keer Europa Cup I. 1959 was zijn debuut voor het nationale team van Joegoslavië,
hij speelde in totaal 152 interlands. In Tokio werd hij uitgeroepen
tot "beste
verdediger" en
kreeg hij met zijn ploegmaats zilver. Vier jaar later in Mexico was
het pas echt bingo: goud voor Joegsolavië en Trumbic uitgeroepen tot
beste speler van het Olympisch toernooi. In 1970 vertrok hij naar het
buitenland en diende hij meerdere clubs in Griekenland, Italië, Nederland
en Duitsland. Zo trainde hij tot 2005 de Nederlandse ploeg AZ&PC.

Don Schollander
Don Schollander was de eerste zwemmer die vier gouden medailles
won. In Mexico vier jaar later, voegde hij daar nog een vijfde aan
toe, plus een zilveren. In Tokio won hij de 100m en 200m vrije slag, en
finishte hij met zijn Amerikaanse ploegmaats als eerste in de 4x100m
en 4x200m vrije slag. De 18-jarige blonk vooral uit door zijn soepele stijl
en krachtige beenslag.
Bij de vrouwen zorgde de Australische Dawn Fraser voor
een unieke prestatie door voor de derde opeenvolgende keer goud te halen
op de 100m vrije slag. Haar kwajongensstreken nekten haar echter en de Australische
zwembond schorste haar voor 10 jaar. Toen dat nadien werd teruggeschroefd
naar vier jaar, kon ze de moed niet meer opbrengen om terug aan die
loodzware trainingen te beginnen. Inmiddels was ze ook in de politiek gestapt
en haar eerherstel werd bezegeld tijdens de Olympische Spelen van 2000 in
Sydney. Fraser liep tijdens de opneingsceremonie met de olympische fakkel
in het stadion.

Kevin Berry
De Australiër Kevin Berry was net 15 geworden, toen hij in 1960 in in
Rome voor het eerst op Olympische startblokken stond. Een zesde plaats was
toen zijn deel. Hij werd door de Paus ontvangen en prompt bood hij de heilige
vader zwemlessen aan. De jaren nadien ontplooide hij zichzelf tot ‘s
werelds mooiste vlinderslagzwemmer, en werd hij eigenaar van drie van de
vier erkende wereldrecords. In die periode brak hij liefst 12 wereldtijden.
In Tokio dachten sommigen dat hij op zijn terugweg was, maar dat zette hij
eventjes recht door de 200m vlinder te winnen in een nieuwe wereldrecordtijd,
zijn vijfde verbetering over de afstand. In de 4x100m wissel hielp hij zijn
ploegmaats aan brons.

Ingrid Kramer hernieuwde haar titel op de 3m plank

Gaston Roelants
Belgisch goud voor Gaston Roelants in de 3000m steeple,
een afstand die hij nog jaren zou domineren.
Een tweede Belgische medaille voor Patrick Sercu in de sprint,
terwijl Walter Godefroot brons haalde in de wegwedstrijd.
Kunstturnster Larissa Taynina uit de Sovjet Unie voegde
6 medailles toe aan haar verzameling, op drie Olympische Spelen verzamelde
ze liefst 18 medailles, waarvan vier keer een gouden.
Opnieuw een 'gehandicapte' medaillewinnaar, de Hongaarse
schermster Ujlaky-Rejto Ildiko won goud, al was ze doof geboren. In
haar carrière
veroverde ze in vijf opeenvolgende Spelen zeven Olympische medailles.

Anton Geesink
Voor het eerst judo en volleybal op Olympische Spelen, met
succes voor de thuisatleten bovendien. In het volleybal wonnen de Japanse
juffers het goud, bij de mannen drie judotitels voor het land van de rijzende
zon. Alleen Anton Geesink kwam roet in het eten gooien, de Nederlander
won goud in de Open categorie. De Japanner Akio Kaminaga werd gevloerd
en dat verlies kwam hard aan bij het thuispubliek.
Regerend wereldkampioen Osamu Watanabe won het worstelen
vrije stijl, waarbij hij geen enkel punt verloor en bekroond werd als de
enige Olympische kampioen die nooit verslagen werd.
De pentathlon voor vrouwen stond voor het eerst op het programma.

Bob Hayes
Robert Lee ((Bullet
Bob) Hayes won de 100m en verbeterde zijn
eigen wereldrecord. Die 9.99 werd echter niet erkend omwille van te
sterke rugwind. Vervolgens haalde hij ook nog goud op de 4x 100m estafette.
In dit nummer klokte hij met 8.5 in de laatste rechte lijn de snelste
tijd ooit over 100m. Dit leverde de Amerikaanse ploeg een wereldrecord
op en het was meteen het einde van de sprintercarrière van Bullet
Bob. Eind 1964 tekende hij een contract bij de Dallas Cowboys, bij
wie hij de twee daaropvolgende jaren de meeste touchdowns liet optekenen.
In 1971 won hij met zijn ploeg de zo gegeerde Super Bowl.
Het boksen bij de zwaargewichten kende de Amerikaan Joe
Frazier als winnaar.
Abebe Bikila uit Ethiopië was de eerste marathonloper
die zijn titel kon verlengen, en dat amper zes weken na een appendix operatie.

Al Oerter
Al Oerter veroverde voor de derde opeenvolgend maal goud
in het discuswerpen en dat ondanks een discus (!) hernia, die hem noodzaakte
een stalen harnas rond het lichaam te dragen. Vier jaar later voegde
hij er nog een vierde gouden plak aan toe. Na de Spelen van 1968 stopte
Oerter met discuswerpen, maar in 1977 begon hij weer te trainen in
een poging om in 1980 een vijfde maal te winnen. Hij slaagde erin zich
te kwalificeren, maar door de Amerikaanse boycot van de Spelen in Moskou
kreeg hij de kans niet om een vijfde maal te winnen.
<< 1960 1968
>>
|