|
De 16 deelnemende landen waren verdeeld
over 4 groepen:
-
Groep A: Italië, Japan, Roemenië en Verenigde
Arabische Republiek
-
Groep
B: Argentinië, Brazilië, Duitsland en USSR
-
Groep C: Australië,
Joegoslavië, Nederland en Zuid-Afrika
-
Groep D: België, Frankrijk,
Hongarije en Verenigde Staten
De beste 2 landen van iedere poule gingen
naar de halve finale groepen 1 en 2. De nummers 1 en 2
van de halve finale groepen speelden om de medailles, de nummers 3 en 4 om
de plaatsen 5
tot en met 8.
Het Belgische liedje was vlug uitgezongen, in de voorronde
kregen onze landgenoten van alle tegenstrevers op hun donder: 2-3 van Frankrijk,
9-4 van Hongarije en 5-2 van de Verenigde Staten. In de finalepoule opnieuw Italië als verrassend winnaar. Na twee keer
een 3-3 gelijkspel tegen Hongarije en Sovjet Unie, volstond de 2-1 winst
tegen Joegoslavië voor het goud.

Eraldo Pizzo
Eraldo Pizzo, bijgenaamd Il
Caimano, was één van de pijlers
van het Italiaanse zevental. Hij werd de Pele van het waterpolo genoemd en
ook als één der beste waterpolospelers ter wereld beschouwd.
Hij nam deel aan de Spelen van 1964, 1968 en 1972. Met zijn ploeg Pro Recco
speelde hij in Serie A van de Italiaanse competitie 450 wedstrijden, goed
voor elf titels en een Italiaanse beker. In zijn hele carrière scoorde
hij meer dan 1200 doelpunten. Op 42-jarige leeftijd stopte hij zijn spelerscarrière
en werd hij sportief directeur van zijn club Pro Recco.

John Konrads
De in Litouwen geboren John Konrads was zeven jaar oud
toen hij met zijn ouders, grootmoeder en twee zussen naar Australië verhuisde.
Op 14-jarige leeftijd werd hij voor de Olympische Spelen van Melbourne
geselecteerd, vier jaar later won hij in Rome de 1500m vrije slag
en brons in de 400m en de 4x200m. Tijdens de voorbereiding op de Spelen
van 1960 had hij liefst acht wereldrecords in zijn bezit: alle afstanden
tussen 200m en 1650 yards. Op één week tijd had hij er zelfs
zes gebroken. In 1959 won hij alle Australische titels. In heel zijn
carrière
brak hij liefst 26 wereldrecords. Hij en zijn zuster Ilsa werden
de Konrad Kids genoems, Ilsa bezat namelijk ook 12 wereldrecords,
maar liet het op de Olympische Spelen, omwille van zenuwen, steeds
opnieuw afweten. De zilveren medaille in Rome met de estafettploeg
4x100m was haar enig Olympische eremetaal. Na de Spelen aanvaardde John
Konrads een zwembeurs aan de University
of Southern California.

John Devitt
Australiër John Devitt verdiende in Rome niet alleen
applaus omwille van zijn zwemmen, maar ook omwille van zijn houding tijdens
een controverse. Hij won de 100m vrije slag van de Amerikaan Lance Larson
in de felst bevochten wedstrijd aller tijden. In Rome werd voor het laatst
zonder electronische tijdopname gezwommen. De meerderheid van de aankomstrechters
koos Devitt als winnaar, maar de tijdopnemers noteerden 55.1 voor de Amerikaan
Larson en 55.2 voor Devitt. De Amerikanen contesteerden uiteraard de eerste
plaats van de Australiër, die uiteindelijk toch als winnaar werd aangeduid,
zij het met dezelfde tijd als Larsson, 55.2. Tijdens de hele discussie,
waarin harde woorden vielen, bleef Devitt ijzig kalm. Eén van de reporters
schreef:
Hij wekte de indruk dat dit alles uiteindelijk
maar een sport was, en door deze houding
won hij meer aanzien dan eender
welke medaille hem had kunnen geven.
Devitt won nog drie andere
Olympische medailles: zilver over 100m vrij op de Spelen van Melbourne
in 1956 en goud in de 4 x 200m tijdens diezelfde Spelen. In zijn loopbaan
brak hij 4 wereldrecords. Bij de vrouwen won de Amerikaanse Christine von Salza met driemaal goud
en eenmaal zilver en was daarmee de koningin van het zwembad.

Anita Lonsbrough
De 19-jarige Britse Anita Lousbrough won de 200m schoolslag in de nieuwe
wereldrecordtijd van 2:49.5. Nu werkt ze als sportjournalise bij The
Daily Telegraph.
Jeff Farrell won 2 keer goud met de Amerikaanse estafetteploeg, nadat
hij zes dagen voor de Olympische trials accuut geopereerd was van appendicitis.

Ingrid Krämer
In het duiken werd de Amerikaanse overheersing doorbroken.
De mannen haalden in beide nummers nog goud en zilver, maar bij de vrouwen
tweemaal de Duitse Ingrid Krämer op het hoogste schavotje.
De Italianen hadden kosten noch moeite gespaard: aan de
voet van de Monte Mario werd een marmeren stadion met 80.000 plaatsen gebouwd,
iets verderop het zwembad. Men probeerde om zo veel mogelijke antieke
gebouwen bij de Spelen te betrekken. Het turnen vond plaats in de
Thermen van Caracalla, het worstelen in de Basilica
di Masseznio, de
marathon startte aan de voet van het Capitool en eindigde onder de triomfboog
van Constantijn.

Roger Moens kijkt de verkeerde kant op
Roger Moens had forfait moeten geven voor de Spelen van
1956, in Rome was hij dé grote favoriet voor de 800 m. Moens was
nog steeds wereldrecordhouder, maar had niet de grote topvorm te pakken.
In de laatste rechte lijn lag Moens voorop, maar toen hij over zijn schouder
achterom keek zag hij niet dat de onbekende Nieuw-Zeelander Peter Snell hem
aan de andere zijde voorbijliep en won. Moens finishte als tweede. Snell
domineerde vier jaar later niet alleen de 800m met een nieuw wereldrecord,
maar hij veroverde ook het goud op de 1500m. Zijn tijd op de 800m zou 36
jaar later tijdens de Spelen van 2000 nog goed genoeg geweest zijn voor het
zilver en maar een fractie verwijderd van het toenmalige goud.
Het Belgische wielrennen zorgde opnieuw voor enkele medailles:
Leo Sterckx werd tweede op de sprint over 1 km, Willy Vanden Berghen behaalde
brons in de wegwedstrijd. André Nelis van zijn kant, haalde brons
in het zeilen, na het zilver van vier jaar voordien.
De Deense zeiler Paul Elvstroem won zijn vierde opeenvolgende
medaille op een individueel onderdeel. De enige twee atleten die dat
ooit konden evenaren zijn Al Oerter en Carl Lewis.
De Hongaarse schermer Aladar wint zijn zesde opeenvolgende
medaille in een teamonderdeel.

Wilma Rudolph
De Amerikaanse Wilma Rudolph, bijgenaamd De
Zwarte Gazelle,
die op jonge leeftijd polio kreeg, wint drie gouden medailles: 100m,
200m en 4 x 100m. Net voor de finale van dit laatste nummer verstuikte
ze haar enkel, maar ze verbeet de pijn en hielp haar ploeg aan de zege.
Voor de tweede maal op rij geen Amerikaanse winnaars in
de sprintnummers. De Duitser Armin Hary, die net voor de Olympiade
het wereldrecord op 10 rond bracht, won de 100m, de Italiaan Livio Berruti
de 200m.
In de 400m haalde de Amerikaan Otis Davis het op de meet
van de Duitser Carl Kaufmann. Beiden klokken 44.9 af, meteen een dubbel
wereldrecord.
De Ethiopische soldaat Abebe Bikila won de marathon op blote
voeten, iets wat hij vier jaar later nog eens overdeed.

Cassius Clay
De achttienjarige Amerikaan Cassius Clay wint het boksen
bij de lichtzwaargewichten.
De Amerikaan Rafer Johnson verslaat in een legendarische
strijd de Taiwanees Yang Chuan-Kwang in de tienkamp.

Rafer Johnson
Johnson betwistte zijn eerste tienkamp in 1954, na amper
vier wedstrijden was het wereldrecord al van hem. Hij kwalificeerde
zich voor de Olympische Spelen van 1956 in Melbourne, zowel op de tienkamp
als het verspringen. Door blessure gaf hij forfait voor dat verspringen,
in de tienkamp eindigde hij als tweede. Meteen ook zijn laatste nederlaag
in dat nummer. 1957 en 1959 waren dramatische jaren, een auto ongeluk
hielden hem weg van de sintelbaan. In 1958 en 1960 echter verbeterde
hij tweemaal het wereldrecord. Yang Chuan-Kwang was niet alleen zijn
belangrijkste opponent tijdens de Spelen van Rome, maar was ook zijn trainingspartner
en een heel goede vriend. Beiden studeerden immers aan de UCLA. Na
de overwinning in Rome kapte Johnson met competitiesport en werd hij filmacteur,
met o.a. een rol als DEA agent in de James Bond film Licence
to Kill. In 1968 werkte hij mee aan de verkiezingscampagne van
Robert Kennedy en was hij één
van de mannen die diens moordenaar Sirhan Sirhan met een worstelgreep
in bedwang hield. Zijn dochter Jennifer speelde beach volley op de
Spelen van Sydney in 2000.
Constantijn II van Griekenland zorgde voor koninklijk goud
in de Draak-klasse bij het zeilen.
De Japanse mannen haalde de overwinning in het turnen,
de start van vijf opeenvolgende gouden medailles.
De Zweedse kanoër Gert Frederikssin won zijn zesde
olympische titel.
De Deen Knut Jensen zakte tijdens het wielrennen in elkaar:
het gebruik van amfetamines werd hem fataal.
Bij de vrouwen gingen 15 van de 16 medailles naar de Russische
turnsters.
Een kleine vergissing met grote gevolgen: de Fin Vilho
Ylönen schoot
een schitterende bullseye, spijtig genoeg niet in zijn eigen roos en daarmee
zakte hij van de tweede naar de vierde plaats.
De Australiër Herb Elliott won de 1500m, en dat op een ongelooflijk
dominante wijze: 20 meter voorsprong na een verscheurende eindspurt en een
halve seconde afgenepen van het eigen wereldrecord. Zijn enig Olympisch optreden
overigens, na de Spelen kapte hij immers met topsport om een professionele
carrière uit te bouwen. Hij was net 22 jaar oud.
Tussen 1957 en 1967 domineerde Iolanda Balazs het hoogspringen
bij de vrouwen. Ook nu weer was ze de beste. Met 1m91 lukte ze in 1961
een wereldrecord dat liefst tien jaar stand hield.

Iolanda Balazs
<< 1956 1964
>>
|