|
De 10 deelnemende landen waren verdeeld over 3 groepen:
-
Groep A: Australië, Joegoslavië, Roemenië en USSR
-
Groep B: Groot-Brittannië, Hongarije en Verenigde Staten
-
Groep C: West-Duitsland, Italië en Singapore
De beste 2 landen van iedere groep gingen naar de finale ronde, de
overige landen speelden voor de plaatsen 7 t/m 10.
Wie anders dan Hongarije als winnaar, met opnieuw Joegoslavië op de
tweede plaats en Sovjet Unie als derde. Hongarije wint in de finalepoule
met 4-0 van Italië en verslaat ook Duitsland en Rusland met dezelfde
cijfers De Joegoslaven krijgen met 2-1 het nakijken, een vijf op vijf.

de Hongaarse kampioenen, let op het oog van Ervin Zador
(2de van rechts, onderste
rij)
Het was zeker geen verrassing dat de wedstrijd tussen Hongarijë en
de Sovjetunie een emotionele aangelegenheid zou worden, de Russen waren immers
drie weken voordien Hongarije binnengevallen om de opstand te onderdrukken.
De ironie van het lot bepaalde dat de wedstrijd geleid zou worden door een
scheidsrechter uit het neutrale Zweden. De Hongaren zochten revanche en de
partij had meer weg van een kleine oorlog, bloedig met ontzettend veel geweld.
In de laatste minuut floot de scheidsrechter af omdat er onder water meer
gevochten werd dan dat er waterpolo gespeeld werd. De 4-0 van dat ogenblik
werd als einduitslag behouden. Onder gewapende politiebegeleiding moesten
de Russen het bad verlaten, ook al om het gevecht niet buiten het zwembad
te laten hervatten. De 5.500 aanwezige toeschouwers hadden zich immers
volledig tegen de Russen gekeerd. In die laatste minuut had de Valentin Prokopov het oog
van de Hongaar Ervin Zador met een vuistslag open geslagen. Na de wedstrijd
vertelde Ervin Zador: "Wij voelden aan dat we niet alleen voor onszelf
aan het spelen waren, maar voor alle Hongaren. Deze wedstrijd was de
enige manier om terug te vechten tegen de Russische inval." Zador wordt
overigens beschouwd als één der grootste waterpolospelers aller
tijden. Hij was 21 jaar, toen hij naar Helsinki kwam. In de strijd
tegen de Russen scoorde hij twee van de vier doelpunten. Hij was ook één
van de zes Hongaren die na de Spelen naar het Westen vluchtte, maar
ook de enige die nooit terugging. Ook niet toen de Hongaarse regering hem
in september 2006 naar Boedapest uitnodigde om de 50ste verjaardag van die
heugelijke overwinning te vieren. In de Verenigde Staten werd hij zwemcoach
en Mark Spitz was één
van de talenten die hij klaarstoomde.

De enige bekommernis van de hevig bloedende Zardor: kan ik
de volgende wedstrijd spelen?
In April 2006 vond de première plaats van de film
Freedom's Fury, met Lucy Liu en Quentin Tarantino als producers. De
film is een documentaire over de fameuze Russische invasie in 1956,
met de waterpolowedstrijd als één
van de hoogtepunten. De documentaire volgt de geschiedenis van de jonge
ster Ervin Zádor. Mark Spitz spreekt de verhaal van Freedom’s
Fury in.
Voor een talrijk opgekomen thuispubliek lieten de Australische
zwemmers zich van hun beste zijde zien: zowel bij de mannen als de vrouwen
wonnen ze alle vrije slag nummers en veroverden het team acht gouden, vier
zilveren en twee bronzen medailles. De mannen wonnen vijf van de zeven
titels.

Murray Rose
Na Johnny Weismuller was de 17-jarige Murray Rose de eerste
die twee vrije slag nummers won: 400 en 1500m met de titel plus het
wereldrecord in de 4x200m als toetje. Rose was geboren in Schotland,
maar na de tweede Wereldoorlog verhuisden zijn ouders naar Australië,
waar hij leerde zwemmen. Hij was gekend voor zijn strikte vegetarische
levensstijl, wat hem de bijnaam The Seaweed
Streak opleverde.
In totaal zette hij 15 wereldrecords neer. Een laan dicht bij het Olympisch
stadion werd naar hem genoemd. Tijdens de Spelen van Rome in 1960 won
hij goud op de 400m vrij, zilver op de 1500m en brons in de 4x200m.

Dawn Fraser
Dawn Fraser won goud in de 100m vrij en 4 x 100m. Later
zou ze als eerste vrouw onder de minuut duiken in het koninginnenummer
en dat wereldrecord werd pas in 1973 gebroken, acht jaar nadat Frasier
haar badpak aan de wilgen hing. Een verplicht stoppen overigens, de
Australische zwembond had haar tien jaar geschorst. Ze was nooit een
makkelijke meid geweest, maar alles bereikte een hoogtepunt op de Olympische
Spelen van Tokio in 1964: ze droeg een oud zwempak dat volgens haar
beter zat, maar daarmee waren de sponsors niet akkoord, marcheerde zonder
toestemming mee in de openingsceremonie en klom in een vlaggemast aan
het paleis van keizer Hirohito om een Olympische vlag te stelen. De
keizer vergaf haar het echter en schonk haar de vlag als aandenken, haar
schorsing werd na 4 jaar opgeheven. In totaal veroverde ze acht Olympische
medailles, waarvan vier gouden. Tijdens de Spelen van Sydney werd ze in ere
hersteld en liep ze de fakkel het stadion in. Opnieuw controverse in de schoolslagnummers. Omdat het
bovenkomen na de slag de snelheid afremde, verkozen heel wat zwemmers om
onder water te blijven zwemmen. Zes zwemmers werden gediskwalificeerd, omdat
ze veel te lang onderbleven. De regels waren immers veranderd, na het eerste
bovenkomen na start of keerpunt, diende men na iedere slag boven water
te komen. De Japanner Masaru Furukawa omzeilde die regel, hij kwam na de
start helemaal niet boven en bleef onder water tot net voor elk keerpunt.
Dat leverde hem het goud op. Uiteraard kreeg hij opvolgers, maar heel wat
van hen kregen problemen wegens zuurstoftekort. Het verplichtte de FINA om
de regels weer eens te herzien: het hoofd moest boven water komen na iedere
cyclus.

David Egmont Theile
David Egmont Theile won de 100m rug en dat deed hij vier
jaar later nog eens over in Rome. Om zich optimaal op de Spelen voor te bereiden
stelde hij zijn doktersstudies even uit. Enkele officiëlen hadden tijdens
de schiftingswedstrijden opmerkingen over zijn keerpunt en vroegen hem
een demonstratie daarvan te geven. Dat weigerde hij pertinent. Hij won
de finale in een nieuwe wereldrecordtijd. In 1962 studeerde hij af als
arts.

Pat McCormick
Opnieuw twee duiktitels voor de Amerikaanse Pat McCormick.
Ook bij de mannen normaal gezien twee gouden medailles, maar de Russische
en de Hongaarse kamprechters gaven in het torenspringen favoriet Gary
Tobian zulke lage cijfers dat de overwinning onverwacht naar de Mexicaan
Joaquim Capilla ging, met amper 0,3 punten verschil. De Mexicaan had
voordien brons gehaald op de 3m-plank.

Bobby Joe Morrow
Driemaal goud voor de Amerikaanse sprinter Bobby Joe Morrow:
100m, 200m en 4x100m. Net voor de Spelen had een hardnekkig virus hem echter
parten gespeeld, waardoor hij 5 kilo was afgevallen. Het belette
hem niet het wereldrecord 200m van Jesse Owens scherper te stellen.
Twee internationale gebeurtenissen zorgden voor de eerste
boycot. Britten en Fransen waren betrokken bij de Suez crisis, reden waarom
Egypte, Libanon en Irak forfait gaven. De Russische inval in Hongarije was
oorzaak van de afwezigheid van de Nederlanders, Zwitserland en Spanje.
De derde boycot kwam van de Volksrepubliek China, dat niet aanvaardde dat
Formosa aan de Spelen deelnam.
Oost- en West-Duitsland vormden één team. Vanaf 1968 presenteerden
ze elk een eigen selectie.

Betty Cuthbert
De 18-jarige Australische Betty Cuthbert kreeg de titel
Golden Girl,
nadat ze drie keer goud won in de loopnummers: 100m, 200m en 4x100m.
In dit laatste nummer haalde ze de achterstand tegen de Engelsen op
en vestigde ze meteen ook een wereldrecord. Op de Spelen van Rome in
1960 kwam een Hamstringblessure roet in het eten gooien, ze moest opgeven
na één
race. Maar vier jaar later in Tokio vierde ze haar come back, met winst
op de 400m. "De enige perfecte race uit mijn leven", zei ze zelf.
Daarmee werd ze de enige vrouwelijke atlete die goud veroverde in de
drie loopnummers. Tussen 1956 en 1964 liep ze 18 wereldrecords: 60m,
100 yards, 220 yards, 400m, 4x100m en 4x200m. In 1979 werd ze door Multiple
Sclerose getroffen. Op de Spelen van Sydney in 2000 verscheen ze in het stadion,
gezeten in haar rolstoel, waarop de olympische vlam bevestigd was.

De Sovjetatleet Vladimir Kuts won de 5.000 en 10.000 m.
De Spelen werden betiteld als de Friendly
Games, maar dat
gold dan zeker niet voor het waterpolo.
De olympische ruitermedailles werden in Stockholm verdeeld, als gevolg
van Australische quarantaine regels.

Mildred Mc Daniel
Mildred Mc Daniel, bijnaam Tex, won het hoogspringen bij
de vrouwen. De Amerikaanse was pas laat met sporten begonnen, op het
college beloofde de sportleraar een nieuw paar schoenen aan ieder meisje
dat in het basketbal 10 vrijworpen omzetten kon. Mc Daniel slaagde daarin
en werd in het basketteam opgenomen. Maar ook de atletiektrainer zag iets
in dat meisje en stoomde haar klaar voor hoogspringen, verspringen, horden
en estafette. Het hoogspringen werd echter haar favoriete nummer, in 1956
werd ze voor de Olympische Spelen geselecteerd en daar versloeg ze niemand
minder dan Yolanda Balach voor het goud. Balach had met 1m75 net voor de
Spelen het werelrecord scherper gesteld. Toen haar zege vaststond liet McDaniel
de lat op 1m76 leggen en bij haar tweede poging ging ze erover.
In het turnen twee blikvangers: de Oekrainer Viktor Chukarin
haalde vijf medailles, waarvan drie gouden, de Hongaarse Agnes Keleti
bracht haar Olympisch totaal op tien medailles door vier keer goud te winnen
en tweemaal zilver.
Het Amerikaanse basketteam zorgde voor de grootste dominantie
uit de Olympische geschiedenis: ze scoorden dubbel zoveel punten als
alle tegenstanders en wonnen iedere wedstrijd met minstens 30 punten verschil.

Chris Brasher
Commotie in de 3000m steeple, die gewonnen werd door de
onbekende Brit Chris Brasher. De scheidsrechters diskwalificeerden
hem echter omdat hij de Noor Ernst Larsen zou gehinderd hebben en daardoor
ging de overwinning naar de Hongaar Sandor Rozsnyoi. De Brit ging hiertegen
in beroep en dat beroep werd gesteund door Larsen, de Duitser Heinz
Laufer en tot ieders verrassing ook door de sportieve Hongaar. Brasher
kreeg het goud uiteindelijk toch goud.
De Hongaar Laszlo Papp werd de eerste die drie keer goud
won in het boksen.
<< 1952 1960
>>
|