|
De 21 deelnemende landen speelden eerst kwalificatiewedstrijden waarna de
16 beste landen over 4 groepen verdeeld werden. De beste 2 van iedere groep
gingen naar de halve finales. De nummers 1 en 2 van de halve finale groepen
speelden om de medailles, de nummers 3 en 4 om de plaatsen 5 tot en met 8.
In de kwalificatiewedstrijd plaatste België zich met 6-5 winst tegen
Zuid-Afrika. Ook in die voorronde driemaal winst voor de Belgen: 5-4 tegen
Spanje, 3-1 tegen Brazilië en 4-0 tegen opnieuw Zuid-Afrika. In de halve
finales echter gingen onze landgenoten tweemaal onderuit: 4-2 tegen de Verenigde
Staten en 5-1 tegen Italië.
Voor de plaatsen 5 tot 8 werd met 4-3 van Nederland verloren,
terwijl de wedstrijd tegen de Sovjet Unie op een 3-3 gelijkspel eindigde.
Goed voor de zesde plaats in de eindrangschikking.
Nederland eiste een favorietenrol op en won in de voorronde met 3-2 van
Joegoslavië. De Joegoslaven dienden echter klacht in, die aanvaard werd.
In de replay ging Nederland met 2-1 onderuit, weg Olympische dromen. Het goud ging naar de ongenaakbare Hongaren met zes keer
winst in zes wedstrijden, voor Joegoslavië en opnieuw een verrassend
Italië.

de Hongaarse ploeg
De
Hongaar Dezsö Gyarmati was één van ‘s
werelds grootste waterpolospelers, hij speelde zowel links- als rechtshandig
en dit op alle plaatsen in de ploeg. Met 58,5 seconden over 100m vrije
slag, was hij in die tijd de snelste waterpolospeler. In totaal speelde
hij liefst 108 keer voor het Hongaarse team. Ook als trainer verging
het hem goed: goud met de Hongaren op de Olympische Spelen van 1976,
zilver in 1972 en brons in 1980. Hij was getrouwd met Eva Szekely (inmiddels
ook ervan gescheiden), die in 1952 op de Olympische Spelen de 200 schoolslag
won, waarover verder meer. Hun dochter Andrea volgde de sportieve voetsporen
van pa en ma en haalde in 1972 in Munchen zilver in het rugnummer en
brons in vlinderslag. Ze trouwde met Mihaly Hesz, olympisch goud K1 in 1968.
Een andere Hongaar Kálmán Markovits speelde 132 keer met
het nationale zevental, veroverde waterpologoud in 1952 en 1956 en brons
in 1960. De Europese titel hielp hij mee winnen in 1954, 1958 en 1962. Na
zijn sportieve carrière werd hij een prima trainer, met Barcelona
haalde hij in 1981 de Supercup binnen.
Ook in het Hongaarse team: Istvàn Szivos Sr. Hij haalde
ook 4 jaar later het Olympische goud. Zijn zoon Istvàn Szivos Junior
deed hem dit over op de Olympische Spelen van Montreal in 1976 en haalde
ook 1 maal Olympisch zilver en 2 maal Olympisch brons.
Kleinzoon Marton Szivos speelt momenteel in het nationale
team van Hongarije.
Op de Spelen in Helsinki echter ook heibel met een Belg. Na de Spelen van 1948 besliste de FINA de reglementen te wijzigen, men wilde het waterpolo meer dynamisch maken en één van de wijzigingen was het feit dat de spelers niet meer op hun plaats moesten blijven liggen bij een fluitsignaal. Deze reglementswijziging werd voor het eerst uitgetest tijdens de Europese Kampioenschappen van 1950 in Wenen. Tot ieders tevredenheid overigens. Meteen volgde dan ook de beslissing om het Olympisch waterpolotornooi volgens de nieuwe regels te spelen.
Tijdens die Spelen een eerste opdoffer, het water van de baden van Uunisaari en Humallhti was zo deksels koud, dat beslist werd alle wedstrijden in het Olympisch Zwemstadion zouden gespeeld worden.
En zoals al zo dikwijls gebeurde in het verleden zorgde de wijziging van de reglementen voor heel wat problemen. De partij tussen Nederland en Joegoslavië werd geleid door onze landgenoot Fons Delahaye, een zeer gerespecteerd scheidsrechter met 128 internationale partijen op zijn palmares en die samen met de Nederlander Jan de Vries de waterpoloregels had herschreven. De Joegoslaven hadden de dag voor de wedstrijd al gevraagd om Delahaye te vervangen, uit schrik dat hij te zeer het kamp van onze noorderburen zou kiezen en ook Delahaye zelf was met dat verzoek naar de FINA gestapt. Maar die organisatie wilde niet wijken en de Belg zou en moest deze partij leiden.
Na een harde en ruwe partij, door Nederland met 3-2 gewonnen, dienden de Joegoslaven klacht in wegens fouten van de scheidsrechter. De klacht werd aanvaard, de partij diende herspeeld en de Joego’s wonnen dit keer met 1-2.
En nog was het niet gedaan, ook de wedstrijden tussen Spanje en Italië leidde tot protest, en na het duel tussen Nederland en Hongarije stormden de Hongaarse spelers en officials af de Italiaanse scheidsrechter, ze bespuwden hem en lieve woordjes als 'bastaard' en 'scoundrel' waren niet uit de lucht. Wat was er dan gebeurd? De Magyaren waren vlot met 1-4 aan de leiding gekomen, maar onze noorderburen vochten verbeten terug en sleepten een 4-4 gelijkspel uit de brand. En dat was volgens de Hongaren dank zij de Italiaanse scheidsrechter.
Het grote minpunt van dit hele gebeuren was het feit dat de FINA op geen enkel ogenblik de zijde van haar scheidsrechters koos.
Elf zwemtitels te verdelen: zes bij de mannen met vier Amerikaanse
overwinningen, één Franse en één Australische
en vijf voor de vrouwen, waarvan de Hongaarsen er vier wonnen. De vijfde
was voor de Zuid-Afrikaanse Joan Cynthia Harrison (100m rug).
De Fransman Jean Boiteux klopte in de 400m vrije slag de
Amerikaanse favoriet Ford Kono en verpulverde daarbij het wereldrecord
met liefst 10 seconden. In de 4x200m vrij behaalde hij met zijn ploegmaats
brons. Meteen was hij ook de eerste Franse zwemmer met een Olympische
medaille, en dat bleef hij tot Laure Manaudou in
beeld kwam
in 2004.

Jean Boiteaux
Het beeld van zijn vader, die met Baskische beret op het hoofd in het water
sprong om zijn zoon te feliciteren, ging de wereld rond. Normaal had dit
tot diskwalificatie moeten leiden, want nog niet alle zwemmers waren aangekomen.
Boiteux kwam uit een echte zwemfamilie, ook zijn moeder en oom werden geslecteerd
voor de Olympische Spelen, terwijl zijn vader, broer en zus nationaal hoge
toppen scheerden. 19 jaar, maar toch al houder van 2 wereldrecords, 10 Europese
en 14 Franse records, een mooi palmares.

John G. Davies
De 19-jarige Australiër John Griffith Davies was de
Amerikanen te snel af over 200m schoolslag. Door die zege kreeg hij
een beurs aangeboden aan de University of Michigan. Na zijn sportcarrière
werd hij in de Verenigde Staten een beroemde advocaat en naturaliseerde hij
zich ook tot Amerikaan. Ronald Reagan benoemde hem in 1986 tot rechter. Zo
leidde hij ondermeer het proces dat de zwarte Rodney King had aangespannen
tegen de agenten die hem gemolesteerd hadden. De videobeelden van dit brutale
geweld in Los Angeles gingen de wereld rond.

de Hongaarse vrouwenploeg zwemmen
De Hongaarse Katalin Szoke, 16 jaar oud, veroverde goud op de 100m vrije
slag en de 4x100m vrij.
Haar landgenote Eva Szekely won de 200m schoolslag, zij het met de
nodige controverse. Eén van de regels bij schoolslag was dat de zwemmer
of zwemster de armen parallel moest bewegen. Szekely was de allereerste die
revolutionaire maar toegelaten vlinderslag zwom en daarmee veroverde ze moeiteloos
goud. Vier jaar later in Melbourne werd het reglement aangepast, vlinderslag
werd een discipline apart, maar de Hongaarse haalde toch nog zilver in haar
favoriete schoolslagnummer, en dat met de klassieke schoolslag. In 1957 vluchtte
ze met man en dochter naar de Verenigde Staten, omdat haar man, de beroemde
waterpolospeler Deszo Gyarmati door de Hongaarse geheime politie bijna doodgmarteld
werd. Eén jaar later keerde ze echter terug naar haar heimat, omdat
ze voor het leven van haar ouders vreesde. Tussen 1940 en 1958 zwom ze 10
wereldrecords, 10 Olympische besttijden en zo maar eventjes 107 Hongaarse
records.

Patricia McCormick
In het duiken waren negen van de twaalf medailles voor USA.
De Amerikaanse Patricia McCormick won beide duiknummers en deed dat vier
jaar later in Melbourne nog eens over. Alleen landgenoot Greg Louganis
kon haar die dubbel-dubbel later nadoen. Wat de zege in Melbourne nog mooier
maakte was het feit dat ze amper acht maanden daarvoor moeder was geworden.
Zelfs tijdens haar zwangerschap trainde ze stevig door en zwom ze 800
meter per dag en dat tot twee dagen voor de geboorte. Haar man John McCormick
was Amerikaans kampioen torenspringen en dochter Kelly won zilver op de 3-meter
plank tijdens de Olympische Spelen van 1984 en brons vier jaar later.

Emil Zatopek
De Tjech Emil Zatopek won als eerste atleet zowel de 5.000m,
de 10.000m en de marathon tijdens dezelfde Olympische Spelen. Niemand had
echter de deelname van Zatopek op de marathon serieus genomen, aangezien
hij nog nooit aan zo een wedstrijd had deelgenomen. Op training had hij echter
wel al meerdere malen deze afstand gelopen. Het gevolg was dat Zatopek alle
anderen overklaste. Toen de Argentijn Reinaldo Gorno als tweede over de meet
kwam had Zatopek al meer dan honderd handtekeningen uitgedeeld.

Lis Hartel
De Deense Lis Hartel was één van de eerste vrouwen die toelating
kreeg om tegen de mannen uit te komen in de ruitersport. Zij won het zilver
in het dressuurnummer, ondanks het feit dat ze tijdens haar zwangerschap
in 1944, op 23-jarige leeftijd, vanaf de knieën verlamd was als gevolg
van kinderverlamming.

Josy Barthel wint in een verschroeiende eindspurt
Dank zij een fenomenale eindspurt veroverde de verrassende
Josy Barthel het goud in de 1.500 meter, de eerste Luxemburgse winnaar. Van
1977 tot 1984 werd hij Minister in het Groot-Hertogdom. Bovendien werd een
stadion en een gymnasium naar hem genoemd. Voor het eerst opnieuw Japanse
en Duitse atleten, bij deze laatsten alleen Westduitsers. Het Hongaarse 'Gouden Team' won het voetbal met 2-0 tegen Joegoslavië.

Ingemar Johansson
In de boksfinale bij de zwaargewichten werd de Zweedse bokser
Ingemar Johansson gediskwalificeerd. Blijkbaar raakte hij in paniek van de
zwaaiende vuisten van de Amerikaan Edward Sanders en begon rond te
hollen in de ring. De jury diskwalificeerde hem voor "gebrek aan vechtlust". Johansson
zelf hield vol dat hij die rondjes liep om zijn reuzegrote tegenstander
te vermoeien om hem in de slotronde te kunnen afslachten. Niettemin kreeg
hij het zilver niet, in 1982 kreeg hij het dan toch toegewezen. Johansson
werd nadien beroemd en werd als een van de top 100 boksers aller tijden
beschouwd. Zijn memorabele wedstrijden voor de wereldtitel tegen de Amerikaan
Floyd Patterson maakten hem wereldberoemd.

Nina Romashkova
De Sovjet Unie en Israel namen voor het eerst deel aan Olympische Spelen.
Het eerste Russische goud werd door Nina Romashkova gewonnen in het
discuswerpen. De Russische turnsters vierden de eerste overwinning van een
opeenvolgende reeks van acht. Omdat ze geen problemen wilden met de Russen,
willigden de Finse organisatoren alle Russische eisen in: er werd een apart
Olympisch dorp voor hen gebouwd en ze beschikten over een apart trainingsstadion.
De eerste contacten tussen de Sovjets en de andere atleten verliep zeer stroef,
maar toen de Amerikaan Bob Richards met 4m55 het polsstokspringen won
waren de Sovjets de eersten om hem geluk te wensen en te omhelzen. Vanaf
dan was het ijs gebroken en de verbroedering een feit.
De twee Belgische atletiekmedaillewinnaars van 1948 kwamen
niet meer aan de bak: Gaston Reiff, op het einde van zijn sportcarrière,
werd volledig weggedrukt in de finale van de 5.000 m en Etienne Gailly
kon niet aanwezig zijn omdat zijn regiment van de para's in Korea vocht.
De wielrenners hielden de Belgische eer hoog. André Noyelle won de
wegwedstrijd voor ploegmaar Robert Grondelaers. België haalde ook nog
de gouden medaille in het ploegenklassement dankzij de vierde plaats
van Lucien Victor.
In het roeien, twee zonder stuurman, waren Bob Baeten en Michel Knuysen
goed voor het zilver.
<< 1948 1956
>>
|