|
De 16 deelnemende landen werden over 4 groepen verdeeld. De beste 2 landen
van iedere groep gingen naar de tweede ronde. Hier werden de 8 landen verdeeld
over 4 groepen.
De nummers 1 en 2 van iedere groep speelden om de medailles, de nummers
3 en 4 om de plaatsen 5 t/m 8. Onderlinge resultaten telden voor het gehele
toernooi. Opnieuw goud voor de Hongaren en opnieuw zilver voor de Duitsers.
Verrassend het brons van België, met Gérard Blitz weer eens van
de partij.
België eindigde als winnaar van Groep 1, na overwinningen tegen Uruguay
(1-0) en de Verenigde Staten (4-3) en een 1-1 gelijkspel tegen Nederland.
In de halve krijgen ze 3-0 aangesmeerd van de later Olympisch kampioen
Hongarije, maar door de 6-1 winst tegen de Engelsen, eindigden onze
landgenoten als tweede in deze reeks. In de finale tenslotte opende
de 4-1 winst tegen Frankrijk perspectieven, maar door het 4-1 verlies
tegen gastland Duitsland, samen met het 3-0 verlies in de halve finale tegen
Hongarije, zorgden ervoor dat België op de derde plaats strandde.

de winnaars uit Hongarije:
Hazai, Bozsi, Brandi, Németh, Halassy, Homonnai, Bródy.
De Hongaarse waterpolospeler Olivier Halassy wint zijn tweede medaille,
al werd zijn ene been vanaf de knie geamputeerd na een tramongeluk.
Buiten het vorige waterpolo-zilver en -goud tijdens de Spelen van 1928 en
1932, kroonde hij zich ook tot Europees kampioen 1500m vrije slag en veroverde
hij in totaal 25 Hongaarse zwemtitels.
De 17-jarige Nederlandse "Rie" Mastenbroek won drie gouden en één
zilveren medaille. In de finale van de 100m vrije slag lag ze na 50m
op de vijfde plaats, met nog tien meter te zwemmen was ze derde. In een furieuse
eindspurt walste ze echter over iedereen heen. Drie dagen later was ze tweede in de 100m rug. De dag nadien zorgde
ze voor de beslissing in de 4x100m vrij. In de strijd om de eerste
plaats haalde ze de 20 meter achterstand op van haar ploeg tegen Duitsland
en zwom ze in een ruk naar het goud. De vierde finale op vijf dagen
was de 400m vrije slag. Ragnhild Hveger leidde de race tot op 25 meter
van de finish, maar de Hollandse perste er weer een vernietigende spurt
uit en won zelfs met één
meter verschil. Na de Spelen schonk ze één van haar gouden
plakken om geld in te zamelen voor de bouw van een dorp voor gehandicapten.

Rie Mastenbroeck
Na de Olympische Spelen kreeg Mastenbroek ruzie met haar trainster en stopte
ze met wedstrijdzwemmen. Omdat ze een job als zwemlerares aannam ontnam de
zwembond haar het amateursstatuut, waardoor ze niet meer kon meedoen aan
internationale wedstrijden. Tijdens haar carrière verbeterde de Rotterdamse
in totaal negen wereldrecords: zes op de rugslag, drie op de vrije slag.

Dina Senff
De Nederlandse Dina Senff veroverde goud op 100m rug, waarin ze Mastenbroek
overigens versloeg. Dit was wel de meeste besproken wedstrijd van de Spelen.
De favoriete Amerikaanse Eleanor Holm ('Ik train op kaviaar en Champagne')
was door haar eigen teamleider uitgesloten van de Spelen omwille van die
champagneperikelen. Maar het meest spectaculaire moest nog komen. Senff miste
haar keerpunt volledig, vond er niet beter op om terug te zwemmen en het
keerpunt te hernemen, maar won alsnog de wedstrijd.
De Nederlandse dames wonnen overigens vier van de vijf nummers. De 12-jarige
Deense Inge Sorensen, brons op 200m schoolslag, is nog steeds de jongste
medaillewinnaar in een individueel nummer.
Bij de mannen opnieuw een Japanse supprematie, drie van
de zes nummers gewonnen. De Amerikaanse Marjorie Gestring , winnares van de 3-meter plank bij het
duiken, was amper 13 jaar en negen maanden oud, waarmee ze nog steeds de
jongste gouden medaille uit de Olympische geschiedenis is.

Marjorie Gestring in actie.
De Spelen van de schande werden ze genoemd, omdat Hitler Jesse Owens (winnaar
van vier gouden medailles) niet zou gegroet hebben. 'Volledig foute
informatie', openbaarde Owens in een interview in 2002, 'toen
ik voorbij Hitler kwam, stond hij recht, wuifde naar mij en ik wuifde
terug. Het was integendeel onze eigen president Roosevelt die me onheus
bejegende.'

Jesse Owens
De Spelen van Berlijn gingen de geschiedenis in als de Spelen van de nieuwste
technologieën. Telefunken en Fernseh zonden meer dan zeventig uur uit
naar 25 speciaal opgerichte stands verspreid over de stad. Zeppelins brachten
de bioscoopjournalen naar andere Europese steden, terwijl de resultaten meteen
na de wedstrijden via telex naar de media werden verstuurd.
De Spelen werden ook wereldberoemd dank zij Gods
of the stadium,
een film van Leni Riefenstahl.
De Duitser turner Konrad Frey veroverde drie gouden medailles, één
zilveren en twee bronzen, terwijl concurrent en landgenoot Alfred Schwarzmann
drie keer goud bemachtigde en twee keer brons.
De Franse wielrenner Robert Charpentier won eveneens drie keer goud,
terwijl ploegmaat Guy Lapebie tevreden was met twee keer goud en éénmaal
zilver. In dat wielrennen overigens ook heibel: in de sprintfinale
hinderde de Duitser Toni Merkens de Nederlander Arie Van Vliet. In plaats
van diskwalificatie kreeg hij een boete van 100 Mark en daarmee mocht hij
het goud behouden.
De Belgische oogst was opnieuw pover: amper twee bronzen
plakken: die van het waterpolo en van het wielerteam in de 100km.

het podium van het verspringen:
Naoto Tajima (brons), Jesse
Owens (goud), Luz Long (zilver)
Verspringer Luz Lutz Long kreeg
posthuum de medaille Pierre de Coubertin. Na een dramatische kwalificatieronde
van Jesse Owen, waarin hij zich bijna niet voor de finale plaatste,
gaf de Duitser hem goede raad en Owens won. De Duitser stierf in 1943
in een Brits militair hospitaal, na gewond te zijn geraakt in Sicilië.
Voor het eerst ook basketbal en handbal op de Spelen, wel outdoor gespeeld
en soms in verschrikkelijke omstandigheden. Zo versloegen de Amerikaanse
basketters de Canadezen met 19-8 in een gietende regen en op een modderig
veld. Door die modder was dribbelen onmogelijk, vandaar die lage score. En
toch had die Amerikaanse winst aan een zijden draadje gehangen: bij aanvang
van de Spelen wilde de Internationale Basketbal Federatie nog vlug de regels
wijzigen. Alle spelers boven 1m90 zouden niet aan de Spelen mogen deelnemen,
gelukkig werd die regel niet aanvaard.

Werner Seelenbinder
Pech voor de Duitse worstelaar Werner Seelenbinder, als
fervent communist en antifascist was hij vast van plan om Hitler bij
de huldigingceremonie, met één of ander obsceen gebaar, te
tonen wat hij van hem dacht. Spijtig genoeg voor hem eindigde hij pas
vierde.
Seelenbinder werd in 1944 geëxecuteerd, omwille van betrokkenheid bij een verzetsorganisatie.

De Engelse roeier Jack Beresford (rechts) won goud in de dubbel scull, meteen
zijn vijfde medaille op vijf opeenvolgende Spelen.
<< 1932 1948
>>
|