contact | login

Waterpolo Geschiedenis : Waterpolo op de Olympische Spelen

1904StLouis1928 - Amsterdam

De 14 deelnemende landen speelden opnieuw het knock-out tornooi. Met nu enkel een extra tornooi voor het brons, waaraan die landen konden deelnemen die van de finalisten hadden verloren.

Verrassing van formaat was het goud voor Duitsland. Na verlengingen wonnen de Duitsers met 5-2 van de eerste Europese kampioen Hongarije, hoewel ze halfweg nog met 0-2 in het krijt stonden.

Voor de Hongaren de start van een opvallende reeks: tussen 1928 en 1980 veroverden ze op alle Olympische Spelen een medaille en in totaal reven ze zeven Olympische titels binnen.

De Fransen eigenden zich het brons toe na drie keer winst: 8-1 tegen de Engelsen, 2-1 tegen de Verenigde Staten en 8-0 tegen Argentinië.

De Belgen verpletterden in de voorronde Ierland met 11-1, maar gingen in de kwartfinales met 3-5 onderuit tegen de latere winnaar Duitsland. Meteen ook het sein voor inpakken en wegwezen.

duitsland
De Duitse 'gouden' ploeg

Bij de Duitsers Erich Rademacher, nickname Ete, in het water, in die tijd de beste Duitse zwemmer. In totaal zwom hij 30 wereldrecords bij elkaar. In 1924 was hij eigenaar van de wereldrecords 100m, 200m, 400m en 500m schoolslag. Op het einde van zijn sportcarrière kon hij terugblikken op 998 overwinningen, waaronder acht Duitse titels 100m schoolslag. In Magdenburg werd een zwembad naar hem genoemd.

rademacher
Erich Rademacher

Zwemmen

Johnny Weissmuller won de 100m vrije slag en de 4 x 200m vrij.

De Amerikaanse Albina Osipowich van Aiken van haar kant deed hem dat bij de vrouwen na. Bij haar thuiskomst na de Spelen werd ze in Worcester geestdriftig ontvangen. De inwoners van haar geboorteplaats verzamelden bovendien $4.000, waardoor ze kon verder studeren aan de Universiteit.

In de 400m vrije slag was dee Argentijn Alberto Zorilla een "lucky winner". De twee favorieten Andrew Charlton en Arne Borg beloerden mekaar in de binnenbaan en zwommen een tactische wedstrijd. En hadden dus helemaal geen oog voor de Argentijn die in één van de buitenbanen op een diefje naar de overwinning zwom.

crabbe
Clarence Crabbe

Ook een andere 'vedette' maakte zijn opwachting tijdens de Spelen van 1928: Clarence Buster Crabbe. Zij het bescheiden voor zijn kunnen: in de 1500m vrije slag veroverde hij het brons. Vier jaar later was het bingo met goud op de 400m vrije slag, met het wereldrecord als toetje er bovenop. O ironie van het lot, dat record stond op naam van niemand minder dan Johnny Weismuller, en van die legende nam hij in 1933 ook nog eens de rol van Tarzan over, zowel op het witte doek als in een TV-serie.

In 1928 werd het zwemmen voor het eerst wetenschappelijk benaderd, David Armbruster, coach aan de Iowa University filmde zijn schoolslagzwemmers onder water, iets wat de Japanners hem prompt nadeden. Met succes overigens, want Yoshiyuki Tsuruta won de 200m schoolslag en was daarmee de eerste Japanner op een olympisch podium.

braun
Zus Braun

Bij de dames hommels in het Nederlandse thuisfront: het conformistische deel van de bevolking sprak van onzedelijk gedrag en de geheiligde zondagsrust zou worden geschonden.

Daar trokken de Nederlandse zwemsters zich geen moer van aan en met 1.22.0 op 100m rug veroverde Zus Braun de allereerste gouden Olympische medaille voor Nederland. Daaraan voegde ze ook nog eens het zilver toe over 400m vrije slag.

Vier jaar later in Los Angeles was ze torenhoog favoriet om zichzelf op te volgen, maar net voor de finale werd ze ernstig ziek en moest ze zelfs meerdere weken in Amerika blijven alvorens ze gezond terug naar huis kon. Opmerkelijk was ook dat ze getraind werd door haar moeder die nog andere Nederlandse zwemsters naar medailles begeleidde.

Olympische Anekdotes uit 1928

De puriteinse koningin Wilhelmina weigerde de Spelen te openen, omdat ze het een uiting van heidendom vond. Bovendien verviel daardoor iedere vorm van staatsteun, zodat de organisatoren op zoek moesten naar privé kapitaal.

De Belgische ploeg haalde voor het eerst geen enkel Olympische titel, iets wat tot dan toe nog niet was gebeurd, met uitzondering van de Spelen van 1896 en 1904, waaraan België niet deelnam. België won amper 1 zilveren en twee bronzen medailles.

Voor het eerst werd ook het Olympisch vuur ontstoken, niet door één of ander bekende sportfiguur, maar wel door een lokale medewerker van het gasbedrijf.

Duitsland neemt voor het eerst weer deel sinds het einde van Wereldoorlog I en wint meteen 11 medailles.

De dames beginnen hun eerste atletiekspelen.

paavoNurmi
Paavo Nurmi

Paavo Nurmi wint zijn negende gouden medaille met winst op de 10.000m en tweemaal zilver op de 5.000m en de 3.000m steeple. Zijn laatste Olympisch trofeeën overigens, want hij werd uitgesloten van de Spelen van Los Angeles vier jaar later. Vooral onder impuls van de Zweedse officials, met IAAF president en tevens IOC ondervoorzitter Sigfrid Edström aan het hoofd, die vonden dat de reisonkosten die Nurmi had aangerekend voor een meeting in Duitsland niet door de beugel konden. Jaloezie, volgens heel wat neutrale waarnemers.

In de 100m baart Jack London opzien: hij gebruikt startblokken i.p.v. de klassieke in de grond gegraven putjes.

Een koninklijk olympisch kampioen in het zeilen: kroonprins Olaf van Noorwegen wint met zijn team in de 6 meter-klasse.

De marathon kwam dit maal in positieve zin in het nieuws: de kleine Algerijn Mohammed Boughera El Ouafi wint het nummer en is daarmee de allereerste Afrikaanse medaillewinnaar in een atletieknummer, al liep hij op dat ogenblik voor Frankrijk.

 

<< 1924                                                                                                1932 >>