|
De 14 deelnemende landen speelden opnieuw het knock-out tornooi. Met nu
enkel een extra tornooi voor het brons, waaraan die landen konden deelnemen
die van de finalisten hadden verloren.
Verrassing van formaat was het goud voor Duitsland. Na verlengingen
wonnen de Duitsers met 5-2 van de eerste Europese kampioen Hongarije,
hoewel ze halfweg nog met 0-2 in het krijt stonden.
Voor de Hongaren de start van een opvallende reeks: tussen 1928 en
1980 veroverden ze op alle Olympische Spelen een medaille en in totaal
reven ze zeven Olympische titels binnen.
De Fransen eigenden zich het brons toe na drie keer winst: 8-1 tegen
de Engelsen, 2-1 tegen de Verenigde Staten en 8-0 tegen Argentinië.
De Belgen verpletterden in de voorronde Ierland met 11-1,
maar gingen in de kwartfinales met 3-5 onderuit tegen de latere winnaar
Duitsland. Meteen ook het sein voor inpakken en wegwezen.

De Duitse 'gouden' ploeg
Bij de Duitsers Erich Rademacher, nickname Ete, in het water,
in die tijd de beste Duitse zwemmer. In totaal zwom hij 30 wereldrecords
bij elkaar. In 1924 was hij eigenaar van de wereldrecords 100m, 200m,
400m en 500m schoolslag. Op het einde van zijn sportcarrière kon hij terugblikken
op 998 overwinningen, waaronder acht Duitse titels 100m schoolslag. In
Magdenburg werd een zwembad naar hem genoemd.

Erich Rademacher
Johnny Weissmuller won de 100m vrije slag en de 4 x 200m
vrij.
De Amerikaanse Albina Osipowich
van Aiken van haar kant
deed hem dat bij de vrouwen na. Bij haar thuiskomst na de Spelen werd
ze in Worcester geestdriftig ontvangen. De inwoners van haar geboorteplaats
verzamelden bovendien $4.000, waardoor ze kon verder studeren aan de
Universiteit.
In de 400m vrije slag was dee Argentijn Alberto Zorilla
een "lucky winner". De twee favorieten Andrew Charlton en Arne
Borg beloerden mekaar in de binnenbaan en zwommen een tactische wedstrijd.
En hadden dus helemaal geen oog voor de Argentijn die in één
van de buitenbanen op een diefje naar de overwinning zwom.

Clarence Crabbe
Ook een andere 'vedette' maakte zijn opwachting tijdens
de Spelen van 1928: Clarence Buster Crabbe.
Zij het bescheiden voor zijn kunnen: in de 1500m vrije slag veroverde
hij het brons. Vier jaar later was het bingo met goud op de 400m vrije slag,
met het wereldrecord als toetje er bovenop. O ironie van het lot, dat
record stond op naam van niemand minder dan Johnny Weismuller, en van die
legende nam hij in 1933 ook nog eens de rol van Tarzan over, zowel op het
witte doek als in een TV-serie. In 1928 werd het zwemmen voor het eerst wetenschappelijk benaderd, David
Armbruster, coach aan de Iowa University filmde zijn schoolslagzwemmers onder
water, iets wat de Japanners hem prompt nadeden. Met succes overigens, want
Yoshiyuki Tsuruta won de 200m schoolslag en was daarmee de eerste Japanner
op een olympisch podium.

Zus Braun
Bij de dames hommels in het Nederlandse thuisfront: het
conformistische deel van de bevolking sprak van onzedelijk gedrag en
de geheiligde zondagsrust zou worden geschonden.
Daar trokken de Nederlandse zwemsters zich geen moer van
aan en met 1.22.0 op 100m rug veroverde Zus Braun de allereerste gouden Olympische
medaille voor Nederland. Daaraan voegde ze ook nog eens het zilver toe over
400m vrije slag.
Vier jaar later in Los Angeles was ze torenhoog favoriet
om zichzelf op te volgen, maar net voor de finale werd ze ernstig ziek
en moest ze zelfs meerdere weken in Amerika blijven alvorens ze gezond
terug naar huis kon. Opmerkelijk was ook dat ze getraind werd door haar moeder
die nog andere Nederlandse zwemsters naar medailles begeleidde.
De puriteinse koningin Wilhelmina weigerde de Spelen te
openen, omdat ze het een uiting van heidendom vond. Bovendien verviel daardoor
iedere vorm van staatsteun, zodat de organisatoren op zoek moesten naar privé kapitaal.
De Belgische ploeg haalde voor het eerst geen enkel Olympische
titel, iets wat tot dan toe nog niet was gebeurd, met uitzondering van de
Spelen van 1896 en 1904, waaraan België niet deelnam. België won
amper 1 zilveren en twee bronzen medailles.
Voor het eerst werd ook het Olympisch vuur ontstoken, niet
door één
of ander bekende sportfiguur, maar wel door een lokale medewerker van het
gasbedrijf.
Duitsland neemt voor het eerst weer deel sinds het einde van Wereldoorlog
I en wint meteen 11 medailles.
De dames beginnen hun eerste atletiekspelen.

Paavo Nurmi
Paavo Nurmi wint zijn negende gouden medaille met winst op de 10.000m en
tweemaal zilver op de 5.000m en de 3.000m steeple. Zijn laatste Olympisch
trofeeën overigens, want hij werd uitgesloten van de Spelen van Los
Angeles vier jaar later. Vooral onder impuls van de Zweedse officials, met
IAAF president en tevens IOC ondervoorzitter Sigfrid Edström aan het
hoofd, die vonden dat de reisonkosten die Nurmi had aangerekend voor een
meeting in Duitsland niet door de beugel konden. Jaloezie, volgens heel wat
neutrale waarnemers.
In de 100m baart Jack London opzien: hij gebruikt startblokken i.p.v. de
klassieke in de grond gegraven putjes.
Een koninklijk olympisch kampioen in het zeilen: kroonprins Olaf van Noorwegen
wint met zijn team in de 6 meter-klasse.
De marathon kwam dit maal in positieve zin in het nieuws: de kleine Algerijn
Mohammed Boughera El Ouafi wint het nummer en is daarmee de allereerste Afrikaanse
medaillewinnaar in een atletieknummer, al liep hij op dat ogenblik voor Frankrijk.
<< 1924 1932
>>
|