|
De 13 deelnemende landen speelden opnieuw een knock-out toernooi.
In de voorronde was België vrijgeloot, in de kwartfinale versloegen
onze landgenoten de Hongaren met 7-2, Tsjecho-Slowakije ging in de
halve finale met 5-1 onderuit.
Thuisland Frankrijk won echter het goud, België kreeg 3-0 op zijn donder.
Voor het zilver herpakten de Belgen zich en wonnen ze met 4-3 van de Zweden
en met 2-1 van de Verenigde Staten.

de winnaars uit Frankrijk
In die Amerikaanse ploeg een zekere Johnny Weismuller, de
meest bekende Tarzan van het witte doek (zie ook de beroemde spelers
op deze site). Hij was in 1922 de eerste om onder de minuut te duiken
in de 100m vrije slag. Wereldrecord dat hij afsnoepte van een andere
zwem- en waterpololegende Duke Kahanamoku. Bovendien verwees Weismuller
diezelfde Kahanamoku tijdens de Spelen in Parijs naar de tweede plaats
in het koninginnenummer, en dat op dezelfde dag dat hij brons veroverde met
het Amerikaanse waterpoloteam. Hij voegde daar ook nog eens het goud
aan toe van de 400m vrije slag en de 4 x 200m vrij. Vier jaar later
deed dat nog eens over met goud op 100m vrij en 4 x 200m vrij.
De zwemcompetitie werd betwist in het eerste Olympisch
zwembad van Tourelles, speciaal voor de Spelen gebouwd in hartje Parijs.
Voor het eerst werden, voor een betere oriëntatie, ook lijnen uitgelegd met kurken
noppen.

Het torenspringen in het splinternieuwe zwembad van Tourelles
Gertrude Ederle (USA) won de bronzen medaille op de 100 m vrije slag. Twee
jaar later zwemt ze als eerste vrouw het kanaal over, twee uur sneller dan
de mannen tot dan toe.

Johnny Weissmuller, hier na de 400 m vrije slag op de foto
met de Australiër
Andrew Charlton (brons) en de Zweed Arne Borg (zilver), startte in
Parijs een immense carrière. Vijf maal olympisch goud, 36 Amerikaanse
titels, en dit alles zonder één wedstrijd te verliezen in zijn
tienjarige carrière. Zijn wereldrecord van 51 seconden op 100 yard
vrije slag hield liefst 17 jaar stand.
Voor het eerst wordt de Olympisch leuze Citius,
Altius, Fortius gebruikt
en ook voor het eerst
een grote afvaardiging van Afrikaanse en Aziatische landen.
De Spelen worden later wereldberoemd dank zij de film Chariots
of Fire van Hugh Hudson, waarin het verhaal beschreven wordt van de
Britten Harold Abrahams en Eric Liddell, die goud haalden op de 100m
en 400m.
Fenomenaal succes van de vliegende Finnen Paavo Nurmi en
Ville Ritola in het lange afstandslopen: Nurmi won eerst de 1.500 meter
en ongeveer een uur later ook de 5.000 meter. Later zou hij ook nog
de individuele crosscountrywedstrijd winnen. Ritola won de 10.000 meter
in een nieuw wereldrecord (30.23.2) en de 3.000 meter steeple, en werd
tweede achter Nurmi op de 5.000 meter en de crosscountry. Samen met
de rest van Finse team wonnen beide heren ook nog de 3.000 meter en
de crosscountry bij de teams. Het Finse loopsucces werd vervolledigd
met de overwinningen van Albin Stenroos op de marathon, Jobbi Myyrä in
het speerwerpen en Eero Lehtonen in de moderne vijfkamp.
Bij het roeien ging de overwinning bij de acht zonder stuurman
naar de Amerikaanse ploeg. Een van die acht roeiers was Benjamin Spock,
die later wereldbekend zou worden als kinderarts.
De Belgische delegatie deed het vrij goed in Parijs met
13 medailles. Zo was er voor het eerst goud in het boksen met de overwinning
van Jean Delarge. Eveneens goud voor zeiler Leon Huybrechts en de schermers
Charles Delporte en Maurice Van Damme.

Voor het eerst worden de atleten ondergebracht in een soort
'Olympisch dorp', niets meer dan een groep houten barakken met weinig
comfort.
<< 1920 1928
>>
|