|
Een heel eigenaardige competitie ditmaal. De 6 deelnemende
landen, België, Frankrijk, Groot-Brittannië, Hongarije, Oostenrijk
en Zweden, speelden een knock-out toernooi, waarin Groot-Brittannië alle
drie wedstrijden won en de gouden medaille veroverde. Hierna was er nog een
toernooi om de tweede plaats waaraan de landen konden deelnemen die van de
winnaar hadden verloren. Vervolgens was er ook nog een toernooi om de derde
plaats, hieraan konden de landen deelnemen die van de winnaar en het nummer
twee hadden verloren.
In de voorronde ging België met 7-5 onderuit tegen
favoriet Groot-Brittannië. In de herkansingen herpakten
onze landgenoten zich echter en stuurden ze Hongarije wandelen met
6-5 en Frankrijk met 4-1. In de kwalificatiewedstrijd voor de derde
plaats ging Oostenrijk voor de bijl met 5-4, de wedstrijd voor de tweede
plaats werd van Zweden verloren met 4-2. Absurde situatie eigenlijk:
de Britten winnen goud met drie, weliswaar gewonnen, wedstrijden, België dook
vijfmaal het water, de Zweden en de Oostenrijkers viermaal, Hongarije
en Frankrijk elk slechts twee. In de Britse ploeg Paul "Raddy" Radmilovic, in Wales
geboren zoon van een Macedonische vader en een Ierse moeder, die vier
gouden medailles won op de vijf Olympische Spelen waaraan hij deelnam.
In de Belgische ploeg Joseph Pletinckx, de derde Belgische speler die
een medaille won in dezelfde discipline in vier olympiades.

het Britse team
Voor het eerste vrouwen bij het zwemmen, maar enkel in de 100 m vrije
slag, de 4 x 100m vrij en het duiken. Bij de mannen 100m, 400m en
1500m vrije slag, 100m rug, 200m en 400m schoolslag en de 4 x 200m
vrije slag op het programma.
De vrouwelijke deelneemsters werden wel verplicht om een onderbroek aan te doen onder hun zwemkleren en ze moesten een overjas aandoen tot net voordat de starter afriep "op uw plaatsen!".
De eerste winnares was Fanny Durack
uit Australië die de 100m vrije slag won in 1:22.2, even snel als het
toenmalige olympische record bij de mannen van Alfred Hajos uit Hungarije
in 1896.

de Australische zwemsters Fanny Durack en Mina Wylie
goud en zilver op de 100 meter vrije slag in 1912
Tijdens deze Spelen een opmerkelijk optreden van Duke Kahanamoku
uit Hawaii (zie ook de pagina beroemde
spelers op
deze site), die goud won op de 100m vrije slag in een volledig nieuwe
stijl, geleerd van de oudere inboorlingen van zijn eiland. De stijl
wordt nu beschouwd als de klassieke crawl. Zijn enorme longinhoud liet
hem bovendien toe langer dan zijn tegenstanders onder water te blijven.
Tijdens de schiftingen evenaarde hij het wereldrecord om het te breken
in de finale: 1.03.4. In die eindstrijd lag hij zo ver voorop aan het
keerpunt, dat hij even halt hield om het deelnemersveld te overschouwen.
Ondanks deze korte pauze won hij toch nog met twee meter voorsprong.

Duke Kahanamoku
Vier jaar later, tijdens de Spelen van Antwerpen veroverde
hij het goud op de 100m vrije slag, met winst op zijn maatje Pua Kealoha
en met een wereldrecord in de halve finale en de finale. Toch scheelde
het weinig. Door de schuld van hun afgevaardigde hadden de Amerikaanse zwemmers
zich niet aangeboden voor de halve finales. Het was echter de Australiër
Cecil Healy, de grootste tegenstander van Kahanamoku, die bij de juryleden
kwam pleiten om de Amerikanen toch te laten deelnemen aan de finale.
Het resultaat was dat de drie Amerikanen samen met een Italiaan een derde
halve finale zwommen. In die finale werd Healy door Kahanamoku verslagen.Dit
staat nu nog steeds bekend als een van de sportiefste gebaren van de geschiedenis
van de Olympische Spelen. In 1924 in Parijs eigende the
Duke zich in het koninginnenummer
het zilver toe, na de ongenaakbare Johnny Weissmuller, terwijl zijn
broer Samuel Kahanamoku brons haalde. Later trad hij op in 28 Holywood
films en speelde hij een zeer grote rol in de wereldwijde introductie
van de surfsport. Een kleine anekdote: nadat hij in 1911 het werldrecord
brak stuurde de Amateur Athletic Union officiëlen in New York een boodschap:
Onaanvaardbaar. Niemand zwemt zo vlug.
De Hawaiiaanse aankomstrechters zouden beter chrono’s
gebruiken en geen wekkers!

De start van de 100m vrije slag, mooi is anders.
De held van deze Spelen was de Amerikaanse atleet Jim Thorpe,
een Indiaan van Ierse afkomst, die, na zijn overwinningen in de vijfkamp
en tienkamp, geridderd werd tot "De grootste atleet ter wereld".
Zijn medailles werden hem echter afgenomen toen uitkwam dat hij, tegen
betaling, baseball had gespeeld. Na zijn dood, 70 jaar later, werd
hij in ere hersteld en werden de medailles alsnog aan zijn familieleden
overhandigd.
Het waren de eerste Spelen waarbij de vijf continenten
vertegenwoordigd waren.
Opnieuw zorgde de marathon voor een drama. Onder een loden
hitte stortte de 21 jarige Portugees Francisco Lazaro in elkaar, hij
stierf de volgende dag in het hospitaal.
Het was ook de laatste keer dat de medailles uit 100% goud
bestonden, de nieuwe waren uit zilver bekleed met bladgoud.
Gastland Zweden verbood de bokscompetitie.
In de moderne vijfkamp een bekend iemand: niemand minder
dan George S. Patton, later als Generaal bekend in Wereldoorlog II.
De Belgische schermers haalden weer gouden medailles in
de degen: er was goud voor Paul Anspach individueel en voor de degen-herenploeg,
die bestond uit Paul en Henri Anspach, Robert Hennet, Fernand de Montigny,
Jacques Ochs, François Rom, Gaston Salmon en Victor Willems.
Deze Spelen brachten het enige IOC lid ooit voort die een medaille won. De Oostenrijker Otto Herschmann won zilver in het team schermen. Hij werd later president van het Oostenrijkse Olympische comité, maar stierf in een Nazi concentratie kamp op 14 juni 1942.
Het thema van deze Spelen was uithouding, met de langste Olympische fietswedstrijd ooit (320km) en de 11 uur durende worstelwedstrijd Grieks-Romeinse stijl tussen de Est Martin Klein en de Fin Alfred Asikainen. Om niet onder te doen won de Fin Hannes Kohlemainen 3 titels op de 5.000 en 10.000 meter en op de 12.000m cross country.
<< 1908 1920
>>
|