contact | login

Waterpolo Geschiedenis : Waterpolo op de Olympische Spelen

1900Parijs1900 – Parijs

Waterpolo werd zo populair dat het in 1900 als eerste teamsport werd toegevoegd aan de Olympische Spelen van Parijs, zij het als demonstratiesport. Sindsdien werd geen olympiade gespeeld zonder waterpolo. In Parijs was nog geen sprake van landenploegen, de eer werd hoog gehouden door zeven clubteams. In de finale versloeg het Britse Osborne Swimming Club het Belgische Brussels Swimming Club met 7-2. De Franse clubs Libullel de Paris en Pupilles de Neptunes de Lille kregen beide brons omdat er toen nog geen wedstrijd voor de derde plaats voorzien was.

libellule
Libellule de Paris: winnaars van het brons

Bij de Britten lag een zekere Peter Kemp in het water, die op dezelfde spelen brons veroverde in een zwemdiscipline die we nu niet meer kennen: 200m met hindernissen. Zijn ploegmaat Arthur James "Archie" Robertson haalde acht jaar later, tijdens de Spelen in Londen zilver op de 3.200m steeple chase en goud in de estafette 3 x 3 mijl.

wilkinsonOok George Wilkinson bij de winnaars, De Brit wordt genoemd als de eerste grote waterpolospeler. Ondanks het feit dat hij een klassebak was op zwemgebied lukte het hem niet om ooit kampioen te worden. Reden waarom hij op 15-jarige leeftijd overschakelde op waterpolo en met succes. Hij startte zijn carrière in Manchester, maar het naburige Hyde Seal Team nodigde hem uit voor een vriendschappelijk treffen tegen de locale kampioen Osbourne Swimming Club. Wilkinson zorgde er in zijn eentje voor dat de kampioen zijn eerste nederlaag in zeven jaar kreeg aangesmeerd en dat zorgde ervoor dat hij door dat team werd uitgenodigd om mee te dingen naar de eerste Olympische titel. En met succes. Wilkinson was een krachtig speler die het liefst links voor opereerde en een fameus shot in de armen had. Hij verhuisde definitief van Manchester naar Hyde en met dat team, waarvan hij meer dan 22 jaar kapitein was, veroverde hij negen Engelse titels. Als kers op de taart werd Hyde liefst driemaal wereldkampioen en Wilkinson werd tussen 1900 en 1922 24 maal geselecteerd voor de Engelse ploeg. In 1908 veroverde hij in eigen land met Engeland opnieuw olympisch goud door België met 9-2 huiswaarts te sturen en nog eens vier jaar later in Stockholm was hij de kapitein van de ploeg die in de finale Oostenrijk met 8-0 afdroogde. In 1925 hield hij de competitie voor bekeken, 46 jaar was hij inmiddels. De supporeters hadden samengelegd en overhandigden hem een mooie som en met dat geld stampte hij een keten pubs uit de grond in en rond Manchester: "The Sportsman" in Hyde, "The Hen & Chickens" in Deansgate, "The Mess House" in Oldham en "The Wheatsheaf" in Hyde, waar hij tot aan zijn dood bleef.

In de Belgische ploeg speelde Fernand Feyaerts, die acht jaar later in Londen opnieuw zilver veroverde met het Belgische Waterpoloteam.

polo
een waterpolo wedstrijd op de OS van 1900

Zwemmen

1900zwemmen
Een zwemwedstrijd tijdens de Spelen van 1900 in het Asnières basin op de Seine

De volgende zwemdisciplines kwamen aan bod: 200m, 1000m en 4000m vrije slag, 200m rugslag, 200m ploegwedstrijd, een hinderniswedstrijd in de Seine en een onderwaterrace.

De Australiër Frederick Lane versloeg in de 200 m vrije slag de winnaar van vier jaar voordien, de Hongaar Zoltán Halmay. Drie kwartier na die finale veroverde hij ook nog eens goud in de 200m hinderniszwemmen, waar hij de Oostenrijker Otto Wahle het nakijken gaf. Ondanks hij van down under was, trad hij in Parijs aan voor de Engelse ploeg. In 1902 was hij de eerste zwemmer die met 59.6 onder de minuut dook op de 100 yards vrije slag.

FrederickLane
de Australiër Frederick Lane, winnaar van 200m vrije slag en 200m met hindernissen

Een andere Brit John Arthur Jarvis was de snelste in de 1000 en 4000m vrije slag, terwijl Ernst Hoppenberg iedereen het nakijken gaf in de 200m rug. Met zijn landgenoten won de Duitser nadien ook nog eens de 200m aflossing.

Het meest bizarre zwemnummer, waaraan 14 zwemmers uit 4 landen deelnamen, werd gewonnen door Charles de Vendeville, de Fransman zwom 60 meter onder water alvorens terug naar adem te komen happen en vermits hij drie seconden langer onder water bleef dan zijn landgenoot André Six, die dezelfde afstand aflegde, kreeg hij de overwinning toebedeeld. Toppunt was wel dat de Deen Peder Lykkeberg 90 seconden onderbleef, maar niet verder geraakte dan 28,5 meter en dat was niet voldoende voor de winst, want iedere seconde betekende 1 punt, maar per gezwommen meter werden daar twee punten aan toegevoegd. Het was dan ook de enige keer dat die 'attractie' beoefend werd op Olympische Spelen.

Olympische Anekdotes uit 1900

Voor het eerst mochten er ook vrouwen meedoen.

kraenzleinAlvin Kraenzlein, die later als tandarts afstudeerde, won vier olympische atletiektitels: 60m, 110m, 220m horden en het verspringen.

De overwinning bij het verspringen ging echter letterlijk niet zonder slag of stoot. Tijdens de voorrondes leidde zijn landgenoot Meyer Prinstein, de wereldrecordhouder in de discipline, met een sprong van 7 meter 17. Omwille van zijn geloofsovertuiging had deze laatste een overeenkomst gesloten met Kraenzlein om de finale niet op zondag te betwisten. Kraenzlein 'vergat' die belofte echter en wist in de finale een centimeter verder te springen. Het wordt gezegd dat Prinstein zo kwaad was dat hij Kraenzlein 's avonds in het gezicht sloeg en dat daaruit een algemene knokpartij ontstond binnen het Amerikaanse team. Prinstein kon zijn verlies in het verspringen wreken door het hinkstapspringen te winnen.

Omwille van de wereldtentoonstelling van dat jaar werden in de 'lichtstad' datzelfde ogenblik meerdere sportwedstrijden gespeeld. Sommige atleten dachten dat ze olympisch bezig waren, anderen dan weer niet. Zo werd de titel in het nine-hole golfen gewonnen door de Amerikaanse Margareth Abbott zonder dat ze het ooit heeft geweten, zelfs niet toen ze in 1955 stierf. Hoe dit kon? Omdat in die jaren geen gouden medailles aan de winnaars werden uitgereikt, wel zilver voor de eerste en brons voor de tweede. In die algemene verwarring was zelfs dat niet gebeurd in 1900. Toen het IOC jaren later, met terugwerkende kracht alle atleten opnieuw met goud, zilver en brons beloonde, kwam die overwinning van Abbott terug boven, maar was de dame intussen overleden.

washington
George Washington Orton wint de 2.500m

Ook veel gemor daar in Parijs: de atletieknummers werden betwist op een grasveld in le Bois de Boulogne. Er was geen piste en de springers moesten hun eigen valkuil graven. Het schermen werd betwist in het gebouw waar ook de wereldbeurs voor messenmakers doorging, wat logisch scheen voor sommige messenslijpers. Het zwemmen werd betwist in de Seine, niet de properste of de meeste rustige waterweg. De organisatoren hadden voor de werpnummers onvoldoende ruimte voorzien, zodat heel wat discuswerpers en hamerslingeraars hun worp in de bomen zagen eindigen. Erger nog, de winnende discusworp van de Hongaar Rudolf Bauer eindigde midden in het publiek. De horden waren uit afgebroken telefoonpalen gemaakt.

ewry
  Ray Clarence Ewry

Een van de meest populaire sporters in Parijs was de Amerikaan Ray Ewryn, door de Parijzenaars de 'rubberman' genoemd. Ewry won op dezelfde dag de drie springnummers zonder aanloop: het hoogspringen met 1m65, het verspringen met 3m21 en het hinkstapspringen met 10m58. De prestatie van Ewry was des te opmerkelijker omdat hij op vijfjarige leeftijd polio had gekregen en op eigen houtje aan zijn revalidatie had gewerkt.

Zijn landgenoot Irving Baxter eindigde in de drie nummers telkens tweede, maar won het 'normale' hoogspringen voor amateurs en het polsstokspringen.

baxter
Irving Knott Baxter

Professionalisme kwam voor het eerst op het toneel in de competitie van het hoogspringen: naast de amateur competitie werd er ook een professionnele georganiseerd. De Amerikaan Michael Sweeney won de professionele titel, terwijl zijn landgenoot Irving Baxter de amateur titel won. Baxter won ook het polsstok springen, maar moest even wachten om die titel in ontvangst te nemen. Het event stond namelijk geprogrammeerd op zondag en enkele rivalen protesteerden nadat ze niet kwamen opdagen om religieuze redenen. Een tweede competitie werd georganiseerd en Baxter's prestatie werd verbeterd, maar de jury besloot uiteindelijk dat enkel de resultaten van de originele competitie geldig waren.

theatoDe marathon, betwist in een loden hitte van meer dan 40°C, werd gewonnen door Michel Théato, die in Parijs loopjongen was voor een bakker. De drie Amerikanen die de marathon liepen contesteerden de uitslag, volgens hen hadden de Fransen op rang één en twee een kortere weg genomen, binnenwegen die Théato gezien zijn beroepsbezigheden bijzonder goed kende.. Hun bewijs was dat zij de enige atleten waren zonder modderspatten. Twaalf jaar later bevestigde het IOC echter de uitslag van de wedstrijd. Jaren later bleek dat Théato eigenlijk een Luxemburger was.

tewksbury
John Tewksbury

De Amerikaan John Tewksbury won 5 medailles: goud op de 200 en 400m horden, zilver op de 60 en 100m en brons op de 200m horden.

Op deze Spelen werd waarschijnlijk de jongste gouden medaille winnaar ooit gekroond. Bij het roeien zocht het Nederlandse team een vervanger voor hun stuurman. Ze kozen een Franse jongen. Na hun overwinning (de eerste ooit voor de Nederlanders op de Olympische Spelen) werd de jongen gefotografeerd, maar er zijn geen details bekend over zijn naam of leeftijd. Men schat dat de jongen ongeveer 7 jaar oud was, maar anderen denken dat hij al 12 was. In het laatste geval gaat de titel van jongste medaille winnaar ooit naar de Griekse gymnast Dimitrios Loundras, die 10 jaar en 218 dagen was toen hij in 1896 derde eindigde op de gelijke leggers. Er waren 3 deelnemers aan dat event.

In het touwtrekken goud voor de gemengde mannenploeg uit Zweden en Denemarken. Een makkie eigenlijk want alleen de Fransen waren als tegenstanders komen opdagen. De Verenigde Staten hadden weliswaar ingeschreven, maar hun wedstrijdschema kwam niet overeen met dat van de atletiek, waarvoor de meeste 'touwtrekkers' ook hadden ingeschreven. De USA gaf dan maar forfait. In de winnende ploeg deed de Deen Eugen Schmidt ook mee in het schieten en de 100m vlak, terwijl de Zweede Gustaf Söderström aantrad in het kogelstoten en discuswerpen. Beiden kwamen in die andere nummers overigens niet op het podium.

Ook Croquet en Cricket op het programma. Bij Croquet negen Fransen en één Belg. Onze landgenoot Marcel Haentjens overleefde de reeksen niet. Voor het cricket hadden vier ploegen ingeschreven, België en Nederland trokken zich echter terug. De Engelse ploeg, voornamelijk samengesteld uit ambassadepersoneel, versloeg de Fransen. Maar geen van beide ploegen had er notie van dat ze Olympische Spelen betwistten, zij dachten dat de wedstrijd een onderdeel van de Expo was. Was meteen ook het laatste Olympisch optreden voor cricket. En wat dan gedacht van het Baskische pelotspel, ook daar slechts 2 deelnemende duo’s. De Spaanse Basken versloegen de Franse.

Voor de Belgische ploeg 20 medailles, onze landgenoot Leon de Lunden won de meest gecontesteerde wedstrijd: het schieten op levende duiven. Liefst 21 haalde hij er neer, maar de discipline werd meteen van de Spelen geschrapt.

vaninnis
Hubert Van Innis

Boogschuttter Hubert Van Innis won twee titels. Met zestien gouden en drie zilveren medailles beheerste Van Innis het internationale boogschieten een halve eeuw lang. Op zijn 67ste werd hij nog wereldkampioen in Londen. Overigens blijft er van zijn medailles niet veel over. Van Innis had de gewoonte om zijn plakken weg te geven aan Jan en alleman.

Ook in het paardrijden tweemaal goud voor onze landgenoten. Bij het roeien driemaal een landgenoot op het hoogste schavot.

 

1904 >>