contact | login

Waterpolo Geschiedenis

De Rest van de Wereld

De eerste internationale wedstrijden werden in 1895 gespeeld met een 12-1 zege van Engeland tegen Ierland, terwijl Wales Ierland versloeg met 3-2.

Over het algemeen waren de spelers in die tijd geen getrainde zwemmers zoals nu, met een sterk ontwikkeld bovenlijf. Crawl was helemaal niet gekend, men zwom schoolslag, maar liefst van al op de zijde, waarbij telkens één arm boven water naar voor werd gebracht.

trudgeonJohn Trugde uit Londen bracht een efficiënte zwemstijl naar Europa, die hij bij een Zuidamerikaanse indianenstam had ontdekt. De "Trugdeon"-stijl kan als voorloper van de crawl worden beschouwd. Beide armen werden afwisselend over het water voorwaarts gebracht en met de benen werd een schaarbeweging uitgevoerd. De stijl werd gekenmerkt door een hevige rolbeweging van het bovenlichaam en had helemaal niets van de bewegingselegantie van de huidige crawl of vrije slag. Het invoeren van de "Trugdeon"-stijl door Schotse spelers veranderde het karakter van het spel.

Het waterpolo won snel aan populariteit en de rest van de wereld adopteerde de Schotse regels: Hongarije in 1889, België in 1890, Oostenrijk en Duitsland in 1894, Frankrijk in 1895 en Italië in 1900.

In Nederland zijn de eerste gegevens over waterpolowedstrijden opgetekend in het jaar 1889, toen in Leiden een balspel in water werd gespeeld. Hoewel de Hollanders in het begin overal zwaar op hun donder kregen was een Nederlandse journalist wat aan de chauvinistische kant toen hij in 1902 voor zijn krant de Nederlandsche Sport een in Antwerpen gespeeld internationaal tornooi versloeg.

Een bloemlezing:

…..Wij hadden met het oog op het vertrek van onzen trein, slechts tijd een gedeelte eener partij te zien tusschen Antwerpen en de Tritons Lillois….

... Wat wij zagen was inderdaad allerbedroevendst (of allerkoddigst, zooals men wil); ten minste op waterpolo, zooals dat volgens Engelsche of Hollandsche regelen gespeeld behoort te worden, leek het al zeer weinig…..

….De scheidsrechter wierp den bal in het water, sprak daarbij een plechtig "go" uit (waarom dit Engelsche woordje bij een partij tusschen Franschen en Belgen het sein moest wezen, snap ik niet. Ik kan toch niet aannemen, dat de scheidsrechter een Engelschman was, bij zijn blijkbaar totaal gemis aan kennis van de spelregels), en bemoeide zich verder absoluut met niets, totdat de bal door het doel van een der partijen gegaan was, waarna de scheidsrechter kranig met een schel klingelde…..

….Speet het mij aanvankelijk, dat de te late inschrijving voor dit nummer van de Haarlemsche waterpoloclub H.V.G.B. geweigerd was, na hetgeen ik gezien heb, betreur ik het voor de Haarlemsche spelers geenszins, dat zij niet hebben meegedongen. Aan dergelijk geknoei moet geen Hollandsch zevental, dat aan onze spelregels gewend is, meedoen….

…...Hoewel ik overtuigd ben, dat het spel onzer Hollandsche spelers - waar het waterpolo nog in zijn jeugd is - oneindig ver achter staat bij dat der beste Engelsche clubs en dus nog lang niet als model spel kan dienen, zou het toch misschien wenschelijk zijn, dat een volgende maal twee Hollandsche zeventallen buiten het wedstrijdnummer om eens toestemming vroegen tegen elkaar een vriendschappelijke partij waterpolo te spelen. De Antwerpsche en de Rijselsche heeren konden dan eens zien, hoe wij hier waterpolo opvatten en welk onderscheid er bestaat tusschen eene aan behoorlijke reglementen onderworpen partij polo en het geknoei dat Zondag onze lachlust opwekte.

Nederland bouwde nadien een lange traditie uit. Tijdens de Olympische Spelen van Montreal in 1976 behaalde het mannenteam zijn grootste triomf: onder leiding van Ivo Trumbic wonnen onze noorderburen het brons. De Nederlandse competitie is dan ook één van de grootste en beste wereldwijd.

Eerste Olympische Ploegensport

In 1900 was waterpolo zo populair dat het als eerste teamsport werd toegevoegd aan de Olympische Spelen van Parijs, zij het oorspronkelijk als demonstratiesport. Het waren enkel clubteams die hieraan deelnamen en in de finale versloeg het Britse team ‘Osborne Swimming Club’ het Belgische ‘Brussels Swimming Club’ met 7-2. De Franse club Libullel de Paris eindigde derde.

england1890

Tijdens de St. Louis Games van 1904, waren de Verenigde Staten het enige deelnemende land. Duitsland betoonde interesse voor deelname, maar zag hiervan af nadat het ontdekte dat de Amerikaanse stijl van waterpolo zou gespeeld worden in plaats van de Engels-Schotse versie. De daaropvolgende jaren domineerden de Britten de Europese en Olympische wedstrijden, met olympische titels in 1908 in London, in Stockholm in 1912 en in Antwerpen in 1920.

In 1906 startte de Zweden met waterpolo, zij noemden het spel vattenpolo.

Fina

Net voor de Olympische Spelen van 1908 in Londen werd de wereldzwembond, FINA, opgericht, waarbij ook waterpolospelers betrokken werden. De Schotse regels werden aanvaard om internationaal gebruikt te worden en het olympisch tornooi werd dus volgens deze regels gespeeld. Het speelveld werd duidelijk omschreven en de speeltijd werd 2 x 7 minuten met drie minuten rust tussenin. Bij de opworp moesten de spelers vanaf de doellijn opzwemmen en de bal mocht slechts met één hand gespeeld worden. De doelverdediger mocht de vier meter zone niet verlaten en de zware fouten werden ingevoerd, waaronder de buitenspelregel (2 meter zone), het opzettelijk waterspatten, het tijdgewin en het bewegen voordat een vrijworp genomen was. Bij zulke zware fout moest de speler het water verlaten tot er een doelpunt gescoord werd. Een zware fout binnen de 4 meter werd met penalty bestraft.

polo

In 1911 werd een doorslaggevende vooruitgang geboekt, toen de Fédération Internationale de Natation Amateur (FINA) de Engels-Schotse regels verplicht maakte voor alle lidstaten. Het standaardiseren van de reglementen had een direct effect vermits de disputen op belangrijke wijze zouden verminderden. Zouden moeten, want er waren heel wat wrijvingen en er ontstond heel wat verwarring omdat de scheidsrechters de nieuwe reglementen niet altijd op dezelfde manier als de Engelsen  interpreteerden,. Om al deze misopvattingen te elimineren werd in 1929 de International Water Polo Board (IWPC) opgericht die bestond uit 4 FINA-leden en 1 vertegenwoordiger uit Groot-Brittanië. Deze Board werkte een nieuwe reeks reglementen uit, die op 1 januari 1930 van kracht werden.

In 1912 werd het eerste Duitse kampioenschap georganiseerd, dat gewonnen werd door Germania 87 Berlijn.

In Zwitserland werd de eerste wedstrijd in 1917 gespeeld, terwijl het nationaal Zwitserse team op 6 augustus 1922 in Arosa zijn opwachting maakte tegen Duitsland met een verrassende 2-1 winst voor de thuisploeg.

Waterpolo werd internationaal pas echt populair in 1920 tijdens de VII° Olympiade in Antwerpen, met de deelname van twaalf ploegen. Zelfs zonder de Duitsers, de Oostenrijkers en de Hongaren, die niet mochten aantreden wegens hun betrokkenheid in de eerste Wereldoorlog. Om dezelfde reden werden die landen ook uit de FINA geweerd. De Duitsers speelden dan maar een eigen competitie, waarbij één van de reglementen verbood dat er tijdens de wedstrijd gesproken werd. Vanaf 1924 paste Duitsland opnieuw de heersende internationale regels toe.

Het Begin van de Hongaarse Suprematie

De eerste Europese kampioenschappen werden in 1926 gespeeld in Boedapest, de Hongaren wonnen het tornooi voor Zweden en Duitsland. Meteen ook het begin van een periode waarin eerst Duitsland en later Hongarije het internationale waterpolo domineerden. Dat alles eindigde in 1980 toen Joegoslavië, de Verenigde Staten, Rusland, Italië en Spanje zeer competitieve teams in het water brachten.

In 1928 vond de Hongaarse waterpolocoach Bela Komjadi de air pass of dry pass uit, een techniek waarbij een speler de bal via de lucht passeerde naar een andere speler, die hem opving zonder dat de bal het water raakte. Voordien lieten de spelers de bal op het water botsen alvorens hem op te rapen, maar de dry pass zorgde ervoor dat het aanvalsspel meer dynamisch werd. Dit alles was een eerste aanzet van 60-jarige Hongaarse dominantie van het waterpolo.

Begin 1950 werden het stilliggen bij onderbrekingen afgeschaft, voor de trainers meteen ook de start voor het bijwerken van de conditie en de zwemkracht van hun spelers.

Na de Olympische Spelen van Rome in 1960 werden de reglementen opnieuw aangepast. Vier kwartjes van 5 minuten, tijdens de pauze van twee minuten moesten de ploegen van kant wisselen, tijdens de kwartjes konden alleen zwaar gekwetste spelers gewisseld worden en dan nog met akkoord van de scheidsrechter. De bank werd uitgebreid tot vier wisselspelers.

 

<< het vrouwenwaterpolo                               de geschiedenis van de waterpolobal >>