Chronologische geschiedenis waterpolo
1928
Nieuwe reglementsveranderingen in het jaar van de Olympische Spelen van Amsterdam. De afmetingen van het speelveld werden opnieuw in yards gemeten. Een aan de keeper toegekende vrijworp moest genomen worden door de dichtst bij liggende speler. Ongehoorzaamheid werd als een fout beschouwd. De diepte van het bad moest minstens 1,40 meter zijn.

Het zwembad van de Olympische Spelen 1928 in Amsterdam
De 14 deelnemende landen, Argentinië, België, Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië, Hongarije, Ierland, Luxemburg, Malta, Nederland, Spanje, Tsjecho-Slowakije, Verenigde Staten en Zwitserland speelden opnieuw het knock-out tornooi. Met nu enkel extra wedstrijden voor het brons, waaraan enkel die landen mochten deelnemen die verloren hadden van de finalisten. De ploegen mochten uit 7 zwemmers en 4 reserven bestaan.
Verrassing van formaat was het goud voor Duitsland. Na verlengingen wonnen de Duitsers met 5-2 van eerste Europese kampioen Hongarije, hoewel ze halfweg nog met 0-2 in het krijt stonden. De finale werd geleid door de Belg Mauritz Blitz. Voor de Hongaren de start van een opvallende reeks: tussen 1928 en 1980 veroverden ze op alle Olympische Spelen een medaille en in totaal reven ze zeven Olympische titels binnen.
De Fransen eigenden zich het brons toe na drie keer winst: 8-1 tegen de Engelsen, 2-1 tegen de Verenigde Staten en 8-0 tegen Argentinië.
De Belgen verpletterden in de voorronde Ierland met 11-1, maar gingen in de kwartfinales met 3-5 onderuit tegen latere winnaar Duitsland. Meteen ook het sein voor inpakken en wegwezen.
Voorronde
Tsjecho-Slowakije - Groot-Brittannië: 2-4 (0-1)
Zwitserland - Nederland: 1-11 (0-3)
België - Ierland: 11-1 (6-0)
Hongarije - Argentinië: 14-0 (9-0)
Malta - Luxemburg: 3-1 (1-1)
Spanje - Frankrijk: 0-4 (0-2)
Kwartfinales
Groot-Brittannië - Nederland: 5-3 (2-2) na verlengingen
België - Duitsland: 3-5 (2-0) na verlengingen
Verenigde Staten - Hongarije: 0-5 (0-2)
Malta - Frankrijk: 0-16 (0-8)
Halve Finales
Groot-Brittannië - Duitsland: 5-8 (1-5)
Hongarije - Frankrijk: 5-3 (1-1)
Finale
Duitsland - Hongarije: 5-2 (0-2) na verlengingen
Voor het brons
Frankrijk - Groot-Brittannië: 8-1 (4-1)
Frankrijk - Verenigde Staten: 2-1 (1-1)
Frankrijk - Argentinië: 8-0 (4-0)
Finale:
Schitterende redding van de Duitse goalie Erich Rademacher tijdens de finale tussen Duitsland en Hongarije
Duitsland - Hongarije: 5-2 (0-2)
Scoreverloop 2': József Vertsey 0-1; 5': Ferenc Keserü 0-2; 9': K. Bähre 1-2; 13': M. Amann 2-2.
Tijdens de twee verlengingen van elk drie minuten: 4': M. Amann 3-2; 5': O. Cordes 4-2; 6': K. Bähre: 5:2.
De Duitse winnaars van het goud, v.l.n.r: Joachim 'Acki' Rademacher (1906-1970), Otto Cordes (1905-1970), Max Amann (1905-1945), Emil Benecke (1898-1945), Itze Gunst (1908-1992), Karl Bähre (1899-1960), Johann Blanck (1904-1983) en Erich Rademacher (1901-1979).
Karl Bähre was goed voor brons tijdens de eerste Europese Waterpolokampioenschappen 1926 in Boedapest, en haalde zilver tijdens die van Parijs (1931) Met zijn ploeg Wasserfreunde 98 Hannover won hij de Duitse titel in 1921, 1922,1923 en 1927.
Otto Cordes was lid van de ploeg die brons won op de EK van 1926 en zilver tijdens die van 1931 in Paris. Hij was een bijzonder elegante en snelle sprinter, die van 1924 tot 1927 vier opeenvolgende Duitse titels 100m vrije slag haalde en met zijn ploeg Hellas Magdeburg zeven Duitse waterpolotitels: 1924, 1925, 1926, 1928, 1929, 1930 en 1931. In 1932 haalde hij met het team zilver tijdens de OS. Hij emigreerde naar Brazilië en stierf in Sao Paulo.
Emil Benecke won Europees brons in Boedapest, Olympisch zilver in Parijs en Los Angeles. Net als Cordes maakte hij deel uit van Hellas Magdeburg waarmee hij eveneens zeven Duitse titels haalde en zes zwemtitels tussen 1917 en 1922. Hij stierf in 1943 in een Russisch krijgsgevangenkamp.
Fritz 'Itze' Gunst nam als waterpolospeler driemaal deel aan de Olympische Spelen: in 1928, 1932 en 1936. In 1928 veroverde hij goud, in 1932 en 1936 zilver. Telkens was hij ook kapitein van de ploeg. Met zijn club Wasserfreunde Hannover 98 won hij de Duitse titel in 1927, 1936, 1937 en 1938. In totaal werd hij 122 keer geselecteerd voor de nationale ploeg waarmee hij ook zilver binnenhaalde tijdens de Europese kampioenschappen van Parijs (1931), Magdeburg (1934) en Londen (1938) en de bronzen medaille in Boedapest (1926) . Zoals alle goede polospelers was hij een bierkenner, in Hannover baatte hij namelijk de 'Stuebchen Bier Halle' uit. Tijdens de Spelen van Seoel in 1988 was hij de oudste aanwezige Duitse olympiër.
Bij de Duitsers Erich Rademacher, nickname Ete, in het water, verzekeringsmakelaar van beroep en in zijn tijd de beste Duitse zwemmer. In 1924 hield hij de wereldrecords 100m, 200m, 400m en 500m schoolslag. Op het einde van zijn 23-jarige sportcarričre, die duurde van 1911 tot 1923, kon hij terugblikken op 1.012 overwinningen en 35 Duitse titels waaronder acht in de 100m schoolslag. In 1926, tijdens een trip door de USA, verpulverde hij 10 wereldrecords in elf dagen tijd. Ooit was hij eigenaar van alle wereldrecords tussen 50 yards en 500m schoolslag en brak hij in totaal 30 wereldrecords, waaronder enkele in vrije slag. Op de Europese kampioenschappen 1926 won hij op 4x200 meter vrije slag goud, en over 1500 meter vrij het brons.
Met zijn wereldtijd van 2.48 vertrok hij in Amsterdam dan ook als torenhoog favoriet in de 200m schoolslag, maar hij haalde 'slechts' zilver. Tsuruta ging met het goud lopen. Rademacher zwom de klassieke schoolslag, de Japanner echter bleef praktisch de hele wedstrijd onder water en won in een nieuw wereldrecord van 2.45.4. Sportief schudde hij zijn Japanse opponent de hand (tabakskaart van de sigarettenfirma 'Josetto' foto boven) en lang getreurd heeft de Duitser niet want die nacht veroverde hij met zijn ploegmaats het waterpologoud tegen de Hongaren. Hij was ook van de partij tijdens de Olympische Spelen van Parijs en Los Angeles, telkens goed voor waterpolozilver.
![]()
Twee schitterende reddingen van Erich Rademacher, in kleur vastgelegd voor het nageslacht.
Rademacher broer Joachim 'Acki' was ook van de partij tijdens de Spelen van 1932 toen het Duitse team zilver haalde.
Hongarije: István Barta (1895-1948), Sánder Ivády (1903-1998), Alajos Keserü (1905-1965), Márton Homonnai (1906-1969), Ferenc Keserü (1903-1968), József Vértesy (1901-1983) en Olivér Halassy (1909-1946).
Keeper István Barta nam driemaal deel aan Olympische Spelen: 1924, 1928 en 1932.
Oliver Halassy verloor tijdens een auto ongeluk in zijn jeugd het linkerbeen tot onder de knie en toch groeide hij uit tot een sensationele zwemmer en waterpolospeler. Hij wordt beschouwd als de beste halfback van zijn tijd. Zijn zwemprestaties waren misschien nog spectakulairder: hij schopte het tot Europees kampioen 1500m vrije slag en behaalde 25 Hongaarse zwemtitels. Ironie van het noodlot: door zijn handicap werd hij vrijgesteld van militaire dienst, maar in 1946 schoot een Russisch soldaat hem dood toen hij laat thuiskwam met een taxi. Hij nam deel aan drie Olympische Spelen, die van 1928, 1932 en 1936, goed voor twee gouden en één zilveren medaille. In 1931, 1934 en 1938 kroonde hij zich met het team tot Europees kampioen.
Márton Homonnai haalde vier Olympische selecties: 1924, 1928, 1932 en 1936. In totaal veroverde hij twee gouden en een zilveren medaille.
Sándor Ivády (1903-1998) was tweemaal lid van het Hongaarse Olympisch zevental: in 1928 en 1932.
József Vértesy, Alajos Keserü en zijn broer Ferenc Keserü werden driemaal geselecteerd: 1924, 1928 en 1932.
In 1928 vond de Hongaarse waterpolocoach Bela Komjadi de 'air pass' of 'dry pass' uit, een techniek waarbij een speler de bal door de lucht naar een andere speler passeerde, die hem opving zonder dat de bal het water raakte. Voordien lieten de spelers de bal op het water botsen alvorens hem op te rapen, de 'dry pass' zorgde ervoor dat het aanvalsspel meer dynamisch werd. Dit alles was een eerste aanzet van 60-jarige Hongaarse waterpolodominantie. Zijn nickname was 'Uncle Komi' en hij was de schitterende meester van het Hongaarse waterpolo. Komjadi coachte het Hongaarse Olympisch team in 1912 en 1924, en was ook de succesvolle trainer van het gouden zevental tijdens de Europese kampioenschappen van 1926, 1927 en 1931. In 1933, amper 41 jaar oud, stierf hij terwijl hij waterpolo speelde. Zijn gedrevenheid, toewijding, technieken en respect werden voortgezet door zijn niet officieel geadopteerde zoon Bela Rashel, de grootste waterpolocoach uit de Hongaarse geschiedenis, die in een tijdspanne van 64 jaar zo maar eventjes 14 van de 15 Olympische titels binnenhaalde.

Mooi bewijs dat het er ook in Amsterdam niet zachtaardig aan toe ging
Voor de derde plaats:
Frankrijk - Groot-Brittannië 8-1 (4:1);
Scoreverloop niet gekend
Frankrijk - Verenigde Staten: 2-1 (1-1)
Henry Padou 1-0; W. O'Connor 1-1; Henri Cuvelier 2-1.
Frankrijk - Argentinië: 8-0 (4-0);
Scoreverloop niet gekend
Frankrijk: Henri Padou (1898-1981), Paul Dujardin (1894-1959), Emile Bulteel (1906-1978), Jules Keignaert (1907-1994), Henri Cuvelier (1908-1937), Achilles Tribouillet (1902-?), Albert Vandeplancke (1911-1939), Albert Thévenon (1901-159) en Ernest Roger (1908-1986).
Keeper Paul Dujardin nam als waterpolospeler tweemaal deel aan Olympische Spelen, die van 1924 en 1928. In 1924 maakte hij deel uit van het Franse team dat goud veroverde. Vier jaar was het brons.
![]()
Henri Padou kon niet verhinderen dat zijn team, na het goud van vier jaar voordien, in de halve finale door de Hongaren met 5-3 kansloos werd uitgeschakeld. Padou leerde het spel in 1919 kennen als jonge gast en één jaartje later al werd hij geselecteerd voor het Olympisch team. Op zijn vijftigste speelde hij nog altijd, zij het in clubverband. Buiten een uitstekend waterpolospeler was hij ook een knap zwemmer, wat hem goed van pas kwam tijdens de polowedstrijden. Als polospeler wordt hij genomineerd als de beste, de meest veelzijdige, die Frankrijk ooit gekend heeft en sommigen durven zelfs zo ver gaan hem te rangschikken als één der besten en veelzijdigsten ter wereld. Hij leidde zijn eigen club EN Tourcoing zo maar eventjes 24 keer naar de nationale titel en vertegenwoordigde zijn land 110 keer. Eénmaal moest hij verstek geven: in Doetinchem in 1939 speelden de zes beste landenploegen ter wereld om de Horthy-bokaal, tijdens de openingsceremonie liep het mis. Alle ploegen wandelden het bad in, vooraan bij de Fransen Padou. De zon scheen die dag echter onbarmhartig hard en Padou moest het ziekenhuis in met een zonnesteek.
Albert Vandeplancke zwom in Amsterdam ook de 400m vrije slag, waar hij in de halve finales sneuvelde en de 4 x 200m vrij, waarin het team niet door de reeksen geraakte.
Halve Finale:

Beeld uit de halve finale tussen Groot-Brittanië en Duitsland, door de Duitsers met 5-8 (1-5) gewonnen. Ook hier was de partij in handen van Maurice Blitz.
Scoreverloop: K. Bähre 0-1; en 0:2; J. Rademacher 0-3; J.E.C. Budd 1-3; E. Benecke 1-4 en 1-5; K. Bähre 1-6; J.E.C. Budd 2-6; P. Radmilovic 3-6; en 4-6, and 5:6; J. Rademacher 5-7; M. Amann 5-8.

Groot Brittannië: Nicholas Beaman (1897-1970), Jack Budd (1899-1952), Leslie Ablett (1904-1952), Jack Hatfield (1893-1965), Percy Edward Peter (1902-1986), William Quick (?-?),Richard Hodgsons (1892-?), Paul Radmilovic (1886-1968) en Edward Temme (1904-1977.
John Gatenby "Jack" Hatfield was een knap zwemmer, in 1912 kwam hij terug van de OS met zilver in de 400 en 1500m vrije slag en werd hij nipt geklopt door de Canadese werelderecordhouder George Hodgson. Bovendien haalde hij brons in de 4x200m vrij. Ook tijdens de Olympische Spelen van 1920 en 1928 maakte hij deel uit van de zwemploeg, maar nu in 1928 haalde men hem binnen om snelheid te brengen in de waterpoloploeg. In zijn sportcarričre behaalde hij tussen 1912 en 1931 40 vrije slag titels(220yd, 440yd, 500yd, 880yd, 1 mijl en lange afstand) en brak hij vier wereldrecords: 400m, 300yd, 500yd en 500m vrije slag). Hij haalde vier Olympische waterpoloselecties; 1912, 1920, 1924 en 1928 en tikte in 1912 telkens als tweede aan in de finale van de 400 en 1500m en was het brons in de 4 x 200m vrij.
![]()
Edward Temme nam als polospeler deel aan de Spelen van 1928 en 1936. Hij was de eerste zwemmer die het kanaal in beide richtingen overstak (foto). Hij zwom van Frankrijk naar Engeland in 1927 en van Engeland naar Frankrijk in 1934. In 1977 stierf hij in het Italiaanse Padua.Percy Peter verwierf een eerste selectie voor waterpolo in 1928, maar had in 1920 de 400 en 1500m vrij gezwommen, maar raakte niet door de reeksen. In 1924 raakte hij eveneens niet door de voorronde van de 400m vrij, terwijl hij in 1920 brons haalde in de 4x500m vrij.
Tweede deelname voor Nicolas Budd en Richard Hodgson na de Olympische Spelen van 1924.
Leslie Ablett werd ook in 1936 geselecteerd
Hongarije - Frankrijk: 5-3 (1-1)
Scoreverloop: 2': A. Tribouillet 0-1, 3': Ferenc Keserü 1-1, 8': Henri Padou 1-2, 8': Oliver Halassy 2-2, 9': József Vértesy 3-2, 11': József Vértesy 4-2, 12': Henri Cuvelier 4-3, 13': József Vértesy 5-3.
Tweede Ronde:
De Engelse ploeg wint met 5-3 van de Nederlanders (witte caps) na verlenging
Nederland: Jan van Silfhout (1902-1956), Antoine van Senus (1900-1976), Sjaak Köhler (1902-1970), Koos Köhler (1905-1965), Cees Leenheer (1906-1979), Appie van Olst (1897-1964) en Jan Scholte (1910-1976).
Na die van 1920 de tweede Olympische waterpoloselectie voor Jan van Silfhout, in 1924 werd hij geselecteerd voor het roeiteam.
Voor ploegkapitein Han van Senus, huisarts in Capelle aan de IJssel, was het na 1924 de tweede Olympische selectie. Han van Senus is één van de vier broers, die allen goede tot uitblinkende spelers waren. Han, Piet en Roel speelden ooit in het Nederlandse zevental en jaren aan een stuk speelden de vier in het eerste zevental van 'De Maas'. In 1928 op de Olympische Spelen in eigen land speelde hij zijn laatste partijen voor de nationale ploeg.
![]()
Frans Kuijper speelde niet zoveel jaren voor het Nederlandse zevental (1926-1931), amper 9 wedstrijden, maar was een belangrijk figuur in het Internationale Waterpolo. In 1931 kroonde hij zich met 'De Dolfijn Amsterdam' tot Nederlands kampioen, maar in 1935 nam hij de leiding in handen van het nationaal team. Hij coachte het Nederlands zevental tijdens vier Olympische Spelen: 5de in Berlijn 1936, brons in Londen 1948, 5de in Helsinki 1952 en 8ste in Rome 1960. Kuijper was ook trainer tijdens 5 Europese kampioenschappen: brons in Londen 1938, 5de in Monaco 1947, goud in Wenen 1950, 4de in Turijn 1954 en zesde in Boedapest 1958. Ook de overwinning tijdens het prestigieuze tornooi 'Tropheo Italia' in 1949 was één van de hoogtepunten uit zijn carričre.
Groot-Brittannië - Nederland: 5-3 (2-2)
Scoreverloop: C. Leenheer 0-1; J. Köhler 0-2; J.E.C. Budd 1-2 en 2-2; N. Beaman 3-2; J. Scholte 3-3. Tijdens de 2 x 3 minuten verlenging: J.E.C. Budd 4-3; N. Beaman 5-3.
De Belgische ploeg: Rene Bauwens (1894-1959), Gerard Blitz jr (1901-1979), Joseph Malissart (?-?), Jules Brandeleer (?-?), Pierre Coppieters (1907-?), Henri De Pauw (1911-?), André Melardy (?-?), Louis Van Gheem (?-?) en Fernand Visser (?-?).
België - Duitsland 3-5 (2-0)
Scoreverloop: P. Coppieters 1-0, A. Mélardy 2-0, K. Bähre 2-1, E. Benecke 2-2, F. Gunst 2-3, L. Van Gheem 3-3. Tijdens de 2 x 3 minuten verlenging: K. Bähre 3-4 en 3-5.
Pierre Coppieters won in 1936 in Berlijn Olympisch brons met het polo.
René Bauwens' tweede selectie na het zilver van 1920.
Derde van de vier selecties voor Gerard Blitz.
Henri De Pauw brons in 1936 en selectie in 1948
Verenigde Staten - Hongarije: 0-5 (0-2)
Scoreverloop: 1': József Vértesy 0-1; 4': Ferenc Keserü 0-2; 10': Ferenc Keserü 0-3; 11': Ferenc Keserü 0-4; 12': Ferenc Keserü 0-5.
Verenigde Staten: George Mitchell (1901-1988), George Schroth (1899-1989), Johnny Weissmuller (1904-1984), Wallace O’Connor (1903-1950), Paul C. Samson (1905-1982), Harry C. Daniels (1900-1965), Herbert R. Topp (1900-1994), Sam Greller (1905-1972) en Richard J. Greenberg (1902-?).
Johnny Weismuller, waterpolobrons in 1924, goud 100m vrij in 1924 en 1928, goud 400m vrij in 1924, goud 4x200m vrij 1924 en 1928.
George Mitchell en George Schroth namen ook deel aan de Spelen van 1924, waar ze brons veroverden.
Paul Samson won goud in de 4x200m vrij 1928.
Wally O'Connor: brons waterpolo + goud 4x200m vrij 1924, + OS waterpolo brons 1932 + OS 1936. De Amerikanen rangschikken hem als de grootste US waterpolospeler aller tijden. In 1924 dook hij echter ook het water in voor de 4x200m vrij, goed voor goud en een wereldrecord. O'Connor was een begaafd zwemmer en won in 1926 de Amerikaanse titels 220y en 440y vrije slag. Het grootste deel van zijn carričre speelde hij bij Los Angeles AC. Hij verdiende een vijfde Olympische selectie maar omwille van Wereldoorlog II gingen die Spelen van 1940 niet door.
Het team uit Malta, met achteraan v.l.n.r: Turu Rizzo (1894-1961), ploegafgevaardigde M. Boissevain, kapitein H. Sammut, Victor Pace (1907-2000). Midden: Luis Darmanin (1908), Francisco Nappa (?-?) en Victor Busietta (?-?). Vooraan: kiné E. Busietta, Harry Bonavia (1908-), Carmello 'Meme' Busietta (?-?), Edward Magri (?-?) en Roger Vella (1905-?).
Malta - Frankrijk: 0-16 (0-8)
Scoreverloop onbekend
Voorronde:
Tjecho-Slowakije - Groot-Brittannië: 2-4 (0-1)
Scoreverloop: N. Beaman 0-1; P. Radmilovic 0-2; J.E. Budd 1-2 (eigendoel!); F. Schulz 2-2; E. Peter 2-3; J. Hatfield 2-4.
Tjecho-Slowakije: Josef Busek (1901-?), Kurt Epstein (1904-?), Frantisek Getreuer (?-?), J. Tomäsek, Michal Schmuck (1909-1980), Pavol Steiner (1908-1969), Ladislav Svehla (?-?) en Frantisek Schulz (?-?).
Josef Busk en Kurt Epstein waren er in 1936 ook bij.

Zwitserland: Eric Brochon (?-?), Robert Hürlimann (?-?), Ernest Hüttenmoser (?-?), Robert Mermoud (1908-?), Fernand Moret (1905-?), E. Ruchti, Othmar Schmalz (1903-1966) en Robert Wyss (1901-1956).
Zwitserland - Nederland: 1-11 (0-3)
Scoreverloop: C. Leenheer 0-1 en 0-2; J. Köhler 0-3; R. Mermoud 1-3; C. Leenheer 1-4; J. Köhler 1-5, 1-6, 1-7 en 1-8; A. van Senus 1-9; J. Köhler 1-10; J. van Silfout 1-11.
Robert Wyss was ook geselecteerd in 1924 en 1936, in 1924 eindigde hij als vijfde in de finale 200m schoolslag en in 1928 bereikte hij de halve finale van dat nummer.
Robert Mermoud gaf present tijdens de Spelen van 1936.
Fernand Moret was ook in 1924 geselecteerd.

Het Ierse team met het logo van de Ierse shamrock (klaverblad) op het zwempak: Stan Moore (?-?), Norman Judd (1904-1980), Michael A. O'Connor (?-?), Thomas H. Dockrell (1907-1970), John A. O'Connor (?-?), Patrick McClure (?-?) en Charles Fagan (1899-).
Michael O'Connor en Charles Faggan waren in 1924 al eens geselecteerd
België - Ierland: 11-1 (6-0)
Scoreverloop: H. de Pauw 1-0; P. Coppieters 2-0, 3-0, 4-0 en 5-0; H. de Pauw 6-0; P. McClure 6-1; R. Bauwens 7-1; P. Coppieters 8-1; R. Bauwens 9-1; H. de Pauw 10-1; J. Malissart 11-1.
Hongarije - Argentinië: 14-0 (9-0)
Scoreverloop 2': József Vértesy 1-0 ; 3': Ferenc Keserü 2-0; 4' Márton Homonnai 3-0; 4': Ferenc Keserü 4-0; 5': József Vértesy 5-0; 6': Ferenc Keserü 6-0; 61/2': Ferenc Keserü 7-0; 7': Olivér Halassy 8-0; 7': József Vértesy 9-0; 8': Alajos Keserü 10-0; 10': Márton Homonnai 11-0; 12': Alajos Keserü 12-0; 13': Oliver Halassy 13-0; 14': Ferenc Keserü 14-0.
Argentinië: Ricardo Bustamante (1901-?), Carlos Castro Feijoo (1909-?), Francisco Uranga (1905-?), Enrique Jorge Moreau (1908-?), Mario Bistoletti (1905-?), Luciano Rovere (1908-?) en Cesar S. Vasquez (1902-?).
Francisco Uranga haalde de halve finale 100m vrij
Het zevental uit Luxemburg: G. Arnoldy, Georges Bauer (?-?), Victor Klees (?-?), Eugčne Kuborn (1901-?), Charles Mersch (1908-?), Jules Staudt (?-?), Norbert Staudt (?-?), en Felix Unden (?-?).
Eugčne Kuborn werd zowel in 1924 als 1928 uitgeschakeld in reeksen 100m rug.
Waterpolo werd in Luxemburg voor het eerst gespeeld rond de jaren 1920, acht jaar later vaardigde de Luxemburgse Zwembond een selectie van Luxemburg Stadt af naar de Olympische Spelen van Amsterdam. Hoogtepunt was in de jaren 80 toen 15 ploegen, verdeeld over twee liga's, aan het nationaal kampioenschap deelnamen. Nadien ging het bergaf met de sport, Eind jaren 90 waren er slechts drie ploegen actief: Diekirch, Düdlingen en Luxemburg Stadt. Momenteel strijden vijf clubs om de nationale eer, Diekirch haakte inmiddels af, maar zowel Düdlingen als Luxemburg gooiden twee ploegen in de strijd en het Franse Longwy, net over de grens neemt eveneens deel aan de Luxemburgse competitie. In de beker mogen alleen de Luxemburgse zeventallen deelnemen.
Malta - Luxemburg: 3-1 (1-:1)
Scoreverloop : Jules Staudt 0-1; H.A. Bonavia 1-1; E. Magri 2-1; R. Vella 3-1.
Het Spaanse zevental : Angel Sabata (1911-1990), Gonzalo Jiménez (1902-1992), José Maria Puig (1903-1980), Rafael Jiménez (1914-1985), Jaime Cruells (1906-1968), Mariano Trigo (1900-1990) en Manuel Majo (1909-1955).
Spanje - Frankrijk: 0-4 (0-2)
Scoreverloop onbekend, de annalen vermeldden wel dat Padou één doelpunt scoorde.
Angel Sabata verdiende een tweede selectie in 1948
Jaime Cruells en José Maria Puig hadden in 1924 al een eerste selectie verdiend.
De tabakskaarten bleven populair, hier enkele uit de 40-delige humoristische serie 'Sporting Snap' van het Engelse merk 'Major Drapkin & Co'
Nieuwe overwinning van Cambridge tegen Oxford, 2-0 dit keer

'Hagibor Praag', kampioen van Tsjecho-Slowakije 1928. Tweede van rechts is de befaamde Oostenrijkse schrijver Friedrich Torberg. Hij begon zijn polocarričre bij het Oostenrijkse 'SC Hakoah Wien', omdat de voetbalafdeling van die ploeg geen spelers meer aannam. Toen zijn vader de Tsjechische fabriek van een Oostenrijks jeneverstoker ging leiden in Praag verhuisde de familie naar de Tsjechoslowaakse hoofdstad en verwierf ze er zelfs de Tsjechische nationaliteit en dat tot 1945. Na zijn studies ging hij voor het 'Prager Tagblatt' werken als theatercriticus en sportreporter. Inmiddels had hij zich ook aangesloten bij 'Hagibor Praag', waarmee hij kampioen speelde en in 1935 publiceerde hij de roman 'Die Mannschaft, Roman eines Sportlebens', een verhaal over de belevenissen van de jonge Harry en zijn waterpoloploeg. Zijn carričre bij het dagblad eindigde nogal abrupt toen hij als onderschrift bij een nieuwe wereldrecord van de zwemmer Peter Fick, 'Neuer Fick-Rekord' schreef, letterlijk vertaald 'Nieuw neukrecord'. Hij publiceerde heel wat boeken en schreef, vertaalde en regiseerde toneelstukken. Zijn Joodse afkomst zorgde ervoor dat zijn werken in Duitsland en Oostenrijk verboden werden, wat hij omzeilde dat door onder meerdere pseudoniemen te werken. In 1938 emigreerde hij naar Zürich, één jaartje later naar Parijs en de zomer bracht hij door aan de Côte d'Azur. Twee dagen voor de Duitsers de Franse hoofdstad veroverden, vertrok hij via Bordeaux en Bayonne naar Spanje. Van daaruit naar Porto en Lissabon, waar hij een visum voor de Verenigde Staten bemachtigde. Eind 1940 kwam hij per schip aan in New York maar reisde meteen door naar Hollywood. Met nog negen andere collega's kreeg hij daar van Warner Bross een contract als draaiboekschrijver aan 100 US dollar per week, de groep werd 'Outstanding German Anti-Nazi-Writer' genoemd. Later bleek dat die aanwerving eerder een publiciteitsstunt was van het filmhuis. In 1944 keerde hij terug naar New York om er een Duitse uitgave van 'Time Magazine' te maken. Het project sneuvelde en Torberg verdiende de kost als vertaler, vrij joernalist en theatercriticus. In 1945 huwde hij met Marietta Belak en kreeg hij het Amerikaans burgerschap. Drie jaar later keerde hij echter terug naar Wenen, al bleef hij Amerikaans staatsburger. Hij werkte er voor het Weense dagblad 'Die Presse' en de radiozender 'Rot-Weiss', terwijl hij ook stukken schreef voor de Munchense 'Suddeutsche Zeitung'. In 1954 stichtte hij het cultuurtijdschrift 'FORVM'

Het zevental van 'Nemzeti Sport Club' uit Boedapest op bezoek bij het Duitse Düsseldorf voor de officiële opening van het zwemstadion.

De waterpoloploeg van het Engelse slagschip 'HMS Enterprise' in 1928.

De mannen- en vrouwenploeg waterpolo van de Nederlandse 'Velser Zwem Vereniging'

Actiefoto tijdens het Frans kampioenschap 1928 in het Parijse zwembad Tourelles. 'Enfants de Neptune de Tourcoing' won zowel van het Algerijnse 'A.S. Montpensier' als van 'Chevalier Roze Sports de Marseille' en veroverde zijn zoveelste nationale titel.
Het legendarische 'Athlitikos Syllogos Aris' uit Thessaloniki, winnaars van het eerste Griekse kampioenschap. Staande v.l.n.r: Ioannis Seletaris en Dimitris Sarris. Midden: Kostas Petridis, Fotis Zografos, Kimon Giannakou en Nakas. Vooraan: Yiannis Varsamis, Pavlos Zombos, Stelios Dimitriou en Ippokratis Zografos.
Andrea Doria Genova, Italiaans kampioen 1928.








