Chronologische geschiedenis van het waterpolo

1948 - Olympische Spelen van Londen

image002_48.jpg

De Empire Pool in de Londense wijk Wembley, waar tijdens de Olympische Spelen van 1948 waterpolo, zwemmen en schoonspringen betwist werden.

Primeur voor deze Spelen waren de eerste TV-uitzendingen.

Zo maar eventjes achttien deelnemende landen in de waterpolocompetitie, die over zes groepen verdeeld werden. De beste twee landen van iedere groep stootten door naar de tweede ronde. Hier werden de resterende twaalf landen verdeeld over vier groepen. Opnieuw plaatsten de beste twee landen van iedere groep zich voor de volgende derde ronde, die verdeeld werd in twee groepen. De nummers 1 en 2 van iedere groep speelden om de medailles, de nummers 3 en 4 om de plaatsen 5 t/m 8. Maar wat de zaak nog ingewikkelder maakte was het feit dat de onderlinge resultaten uit de twee eerste ronden meetelden voor het volledige toernooi. Indien twee ploegen dus voor een tweede maal tegen elkaar moesten uitkomen werd die wedstrijd niet gespeeld, men behield gewoon de score van de vorige partij.

Dat zorgde dan ook voor een verrassing van formaat. Italië en Hongarije plaatsten zich voor de finale, maar gezien de Transalpijnen in de tweede ronde met een beslissende treffer van Gildo Arena (1921-2005) Hongarije hadden verslagen met 4-3, veroverden zij het goud. Door hun Europese titel van het jaar voordien, startten de Italianen wel als één van de grote favorieten. Nochtans zorgde Joegoslavië ei zo na voor de verrassing in de eerste ronde: 4-4 bij affluiten, het had aan een zijden draadje gehangen. In de tweede ronde hadden de Joego's de grote pech dat ze in de groep van zowel Italië als Hongarije vielen en door het 4-2 verlies tegen de Hongaren werden ze geëlimineerd voor de finale. Het Italiaanse zevental zorgde dus voor de grote verrassing, het versloeg torenhoog favoriet Hongarije, terwijl Nederland met brons zijn eerste Olympische medaille binnenhaalde.

In Groep A won België met 10-1 van Uruguay en speelde het 4-4 gelijk tegen de Verenigde Staten, waarmee het door een beter doelgemiddelde groepswinnaar werd. In de tweede ronde 1-1 gelijk tegen Zweden en door het eerdere gelijkspel tegen de Verenigde Staten en opnieuw dank zij het betere doelgemiddelde door naar ronde drie. Eerst 3-3 tegen Nederland en daarna 4-1 winst tegen Spanje zorgden voor een zitje in de finale. Die was er echter te veel aan, tegen Italië ging het Belgisch zevental 2-4 tenonder en Hongarije haalde het met 3-0, meer dan een vierde plaats zat er niet in voor de Belgen.

Groot minpunt van dit olympisch tornooi was de beschamende arbitrage van sommige scheidsrechters. Waar hebben we dat nog ooit gehoord?

image004_28.jpg

Het podium met links Hongarije, Italië in het midden op de hoogste trede en de verrassende Nederlanders rechts.

Eerste Ronde

Groep A

België - Uruguay: 10-1

Uruguay - Verenigde Staten: 0-7

Verenigde Staten - België: 4-4


Groep B

Zweden - Zwitserland: 6-1

Zweden - Spanje: 4-1

Zwitserland - Spanje: 1-5


Groep C

Nederland - India: 12-1

Chili - India: 4-7

Nederland - Chili: 14-0


Groep D

Italië - Australië: 9-0

Joegoslavië - Australië: 12-3

Italië - Joegoslavië: 4-4


Groep E

Hongarije - Groot-Brittannië: 11-2

Egypte - Groot-Brittannië: 3-3

Hongarije - Egypte: 5-2


Groep F

Frankrijk - Argentinië: 4-1

Argentinië - Griekenland: 6-2

Frankrijk - Griekenland: 7-1

Tweede Ronde

Groep G

België - Zweden: 1-1

Verenigde Staten - Zweden: 0-7

België - Verenigde Staten: 4-4


Groep H

Spanje - Nederland: 2-5

Spanje - India: 11-1


Groep I

Italië - Hongarije: 4-3

Joegoslavië - Hongarije: 1-3


Groep J

Egypte - Frankrijk: 3-3

Egypte - Argentinië: 4-4

Derde Ronde

Groep K

België - Nederland: 3-3

Zweden - Nederland: 3-5

België - Spanje: 4-1


Groep L

Italië - Egypte: 5-1

Hongarije - Frankrijk: 4-5

Italië - Frankrijk: 5-2

Finale Ronde

Plaats 1 - 4

Hongarije - Nederland: 4-4

België - Italië: 2-4

België - Hongarije: 0-3

Nederland - Italië: 2-4

Plaats 5 - 8

Zweden - Egypte: 3-2

Spanje - Frankrijk: 1-2

Spanje - Egypte: 1-3

Zweden - Frankrijk: 1-1

image947.jpg

Het gouden Italiaanse zevental, gecoacht door Pino Vale (1904-1990): Pasquale Buonocore (1916-2003), Emilio Bulgarelli (1917-1993), Cesare Rubini (1927-2011), Geminio Ognio (1917-1990), Ermenegildo Arena (1921-2005), Aldo Ghira (1920-1991), Tullo Pandolfini (1940-1999), Mario Maioni (1910-1985) en Gianfranco Pandolfini (1920-1997).

Het Italiaanse team had de bijnaam de Settebelloomdat sommige spelers van Rari Nantes Napoli steeds opnieuw het Italiaanse kaartspel Scopa speelden. De finale verliep vrij gespannen en de London Evening News blokletterde:

"Six Players Ordered Out of the Pool"

 image240.jpg

Het grote succes van het Italiaanse zevental was voor een groot deel te danken aan coach Pino Valle (1904-1990). In 1922 startte Valle zijn sportieve carričre als zwemmer op de 1500 vrije slag. In 1924 werd hij voor het Italiaanse waterpoloteam geselecteerd dat deelnam aan de Spelen van Parijs, en ook op de EK's van 1927 in Bologna en van 1934 in Magdeburg was hij van de partij. In 1929 transfereerde hij naar Firenze, waar hij niet alleen speler was maar ook de teugels in handen kreeg van Rari Nantes Florentia, ploeg die hij in 1933, 1934, 1936, 1937 en 1938 naar de nationale titel leidde. Na Wereldoorlog II werd hij de succesvolle coach van het Italiaanse zevental met een gouden plak op het EK van Monte Carlo in 1947 en het jaar nadien zelfs het hoogste schavotje tijdens de Spelen van Londen.

image004_1png.jpg

Geminio Ognio (1917-1990) nam deel aan de Spelen van 1948 en 1952, waarmee hij eerst goud won en vier jaar later brons. In Londen scoorde hij vier goals in zes gespeelde matchen.

image212png.jpg

Ook Ermenegildo (Gildo) Arena (1921-2005) verdiende Olympische selecties in 1948 en 1952. In Londen kroonde hij zich met dertien treffers tot topschutter van het tornooi en scoorde hij ook het winnend doelpunt tegen Hongarije. Sommigen willen dat hij toen de mooiste goal aller tijden maakte. Hij wordt beschouwd als één  van de betere spelers aller tijden en blijkt de uitvinder te zijn van het 'back hand shot', in het Italiaans 'beduina' en bij ons gekend als trekbal of revert. De legendarische Hongaarse trainer Bandy Zolyomy (1913-1992) kneedde hem naar zijn hand en verbeterde zijn technisch repertoire. In het begin van zijn carričre was Arena ook een uitstekende zwemmer, met nationale titels op de 100 (1945 en 1946) en 200m vrije slag (1941 en 1946). Met Rari Nantes Napoli won hij zes Italiaanse titels (1939, 1940, 1941, 1942, 1949 en 1950) en in 1951 eentje met grote rivaal Canottieri Napoli.

"Ze gaven me een Fiat 500 en 500.000 Lire," verklaarde hij die overstap en fier voegde hij eraan toe:

"Ik was dan ook de eerste waterpolo professional."

Gelukkig voor hem was de FINA die mening niet toegedaan, zoniet had hij de Spelen van 1952 mogen vergeten. In totaal verdiende hij 53 selecties voor de nationale ploeg en was hij mede verantwoordelijk voor het Europees goud in Monaco, het Olympisch goud in Londen en het Olympisch brons van Melbourne vier jaar later.

image012_13.jpg

Bij de Italianen Cesare Rubini (1927-2011) in de ploeg, die later succesvol op basket overschakelde, waarin hij niet alleen een prima speler werd, maar vooral een wereldberoemde coach. Rubini is de enige atleet die zowel in de Basket Hall of Fame als de International Swimming Hall of Fame werd opgenomen. Vier jaar na het goud van Londen, veroverde hij in Helsinki ook nog eens brons met het waterpoloteam. Nadat hij in 1946 zilver won op het EK basketbal, eigende hij zich één jaar later goud toe op het EK waterpolo. In 1948 werd hij in beide sporten voor de Olympische Spelen geselecteerd, maar Rubini koos voor waterpolo. In 1954 voegde hij aan zijn indrukwekkende collectie nog brons toe tijdens het EK in Turijn. Als speler-coach won Rubini zes nationale titels met Canottieri Olona Milan, Rari Nantes Napels en Camogli. Hij verdiende 84 caps voor het Italiaanse waterpoloteam, waarvan 42 als kapitein. Als basketbalspeler won hij tussen 1950 en 1954 vijf nationale titels op rij. Na 1956 was hij nog enkel als coach actief, wat hem met Olimpia Milano tien Italiaanse titels opleverde, met een ongeëvenaard record van 322 overwinningen tegenover slechts 28 nederlagen. Als coach van Milaan totaliseerde hij  488 overwinningen, waaronder de Europese titels van 1966, 1971 en 1972. Als kers op de taart leidde hij het nationale basketteam op de Olympische Spelen van 1980 naar zilver en tijdens de EK's naar goud in Nantes (1983), zilver in Rome (1991) en brons in Stuttgart (1985).

image002_83.jpg

Mario Majoni (1910-1985) was de eerste Italiaan die in de International Swimming Hall of Fame werd opgenomen. Hij startte zijn waterpolocarričre op 14-jarige leeftijd, tien jaar later haalde hij de nationale ploeg en werd daarvoor vijftien jaar lang opgeroepen, goed voor 118 selecties. Hij was tien jaar kapitein van het zevental, waarmee hij goud haalde op het EK van 1947 en de Olympische Spelen van 1948. Na die succesvolle Spelen van 1948 trok hij zich terug als speler, maar in 1950 stelde de Italiaanse bond hem aan als nationaal trainer, een job die hij zes Olympische Spelen lang volhield, waarbij hij het zevental steeds tussen de beste vijf rangschikte.

image057.jpg

Op de foto scoorden de Italianen hun tweede doelpunt tegen Nederland tijdens de laatste wedstrijd van het tornooi. De 4-2 in hun voordeel was meteen ook goed voor het goud.

image007_14.jpg

Het Hongaars zevental, winnaar van het zilver: Jenö Brandi (1913-1980), Oszkár Csuvik (1925-2008), Dezsö Fábián (1918-1973), Dezsö Gyarmati (1927-2013), Endre Györfi (1920-1992), Miklós Holop (1925-), László Jeney, (1923-2006), Dezsö Lemhényi (1917-2003), Károly Szittya (1918-1983), István Szívós Sr. (1920-1992) en Pŕl Pok (1929-1982).

 image018_15.jpg

László Jeney (1923-2006), de legendarische doelman van Hongarije, nam deel aan de Olympische Spelen van 1948, 1952, 1956 en 1960, goed voor tweemaal goud, éénmaal zilver en éénmaal brons. Van 1947 tot 1960 speelde hij 65 wedstrijden voor het Hongaarse zevental. Hij veroverde ook de Europese titels van 1954 en 1958 en won drie Hongaarse kampioenschappen. Het eerste met MAC in 1943, in 1947 en 1953 met Vasas Boedapest, een club die hij had helpen oprichten. In Boedapest baatte hij een bar uit, waar heel wat atleten vaste klant waren.

image006_65.jpg 

Jenö Brandi (1913-1980) was erbij in 1936 en 1948.

image005_18.jpg

Dezsö Fábián (1918-1973) verdedigde de Hongaarse kleuren tijdens de Spelen van 1948 en 1952.

image888.gif

Dezsö Gyarmati (1927-2013) wordt beschouwd als de meest succesvolle waterpolospeler uit de Olympische geschiedenis, maar ook als de grootste speler aller tijden. In totaal nam hij aan vijf Olympische Spelen deel (1948, 1952, 1956, 1960 en 1964), waarvan er drie gewonnen werden, éénmaal werd zilver gehaald en éénmaal brons. Gyarmati won ook goud op het EK van 1954 en 1962. Voor het Hongaarse team verdiende hij 108 selecties en met een persoonlijk record van 58.5 op 100m vrij was hij één van de snelste waterpolospelers in die tijd. Als nationaal trainer stuurde hij Hongarije naar Olympisch goud in Montreal (1976), zilver in Munchen (1972) en brons in Moskou (1980). Hij coachte het team ook naar de gouden medaille tijdens het eerste officiële WK in Joegoslavië. In 1976 werd hij verkozen voor het Hongaars parlement. Dezsö Gyarmati was getrouwd met Éva Székely (1927-), die in 1952 olympische kampioen 200m schoolslag werd. Hun dochter Andrea Gyarmati (1954-) won op de Spelen van 1972 zilver over 100m rugslag en brons op de 100m vlinderslag, nummer waarvan ze ook het wereldrecord hield. Andrea trouwde met en scheidde van Mihály Hesz (1943-), die in 1968 olympisch kanokampioen werd.

image962.jpg

Dezsö Lemhényi (1917-2003) verdedigde de Hongaarse kleuren op de Spelen van 1948 en 1952. In Londen speelde hij zes wedstrijden en scoorde hij drie doelpunten, vier jaar later in Helsinki dook hij twee maal het water in en potte hij vijf treffers. Hij coachte het Hongaarse zevental van 1952 tot 1960, met Olympisch goud in Melbourne (1956) en brons in Rome (1960) plus de Europese titels van 1954 en 1958. Na de spelen van Rome verhuisde hij naar Frankrijk, waar hij niet alleen de Franse waterpoloploeg trainde, maar ook Michel Rousseau (1949-) die in 1972 in Barcelona Europees goud haalde op de 100m vrije slag. In 1973 coachte hij het zevental van Canada.


Károly Szittya (1918-1983) werd zowel voor de Spelen van 1948 als voor die van 1952 geselecteerd. In Londen scoorde hij zes treffers in zes wedstrijden, in Helsinki vijf in drie wedstrijden.

image027_2.jpg

István Szívós (1920-1982) was na Wereldoorlog II één van de grootste Hongaarse spelers. Hij verdedigde de Hongaarse kleuren op de Olympisch Spelen van 1948 in Londen, die van 1952 in Helsinki en die van 1956 in Melbourne. In Melbourne waagde hij het ook op de 200m schoolslag, maar geraakte hij niet door de reeksen. Zijn zoon Istvan Jr. (1948-) trad in de voetsporen van zijn vader en werd in totaal voor vier Spelen geselecteerd. Eigenaardig genoeg werd de zoon nog voor de vader opgenomen in de International Swimming Hall of Fame.

 image031_1.jpg

Oszkar Csuvik (1925-2008) was er ook bij tijdens de Spelen van Londen, maar besloot niet terug te keren naar eigen land. Eerst leefde hij twee jaar in de Engelse hoofdstad Londen, waar hij voor London Kingsbury Club speelde, waarna hij emigreerde naar Australië. Downunder speelde hij voor Sidney University New South Wales. Opdat de Hongaarse autoriteiten hem niet op het spoor zouden komen veranderde hij zijn naam eerst in Oscar Fleming, later in Oscar Charles. Tijdens de Olympische Spelen van Helsinki in 1952 coachte hij het Australische zevental. Na die Spelen sloot hij aan bij Sydney.

image035.jpg

Op de laatste dag van het tornooi versloeg Italië het zevental uit Nederland met 4-2. Goud voor de Italianen en dank zij de twee gelijke spelen tegen de Hongaren (4-4) en de Belgen (3-3) veroverde Nederland het brons.

Nederland: Cor Braasem (1923-2009), Ruud van Feggelen (1923-2002), Henny Keetelaar (1927-2002), Nijs Korevaar (1927-), Joop Rohner (1927-2005), Frits Ruimschotel (1922-1987), Piet Salomons (1924-1948), Frits Smol (1924-2006), Hans Stam (1919-1996) en coach Frans Kuyper.

image037.jpg

Kapitein Cor Braasem (1923-2009) leidde zijn zevental naar brons. Op de Spelen van Helsinki in 1952 eindigde het zevental vijfde, nadat het twee jaar voordien Europees kampioen werd. In 1953 verhuisde Braasem naar Spanje, waar hij zowel bij Club Natacion Barcelona als bij de Spaanse nationale ploeg de touwtjes in handen nam. In 1956 koos hij voor een nieuwe uitdaging, hij werd zwemcoach van het Spaanse CN Manresa. Van 1959 tot 1962 keerde hij terug naar Nederland, waar hij de leiding van de nationale waterpoloploeg overnam van de legendarische Frans Kuyper. Na zijn sportcarričre keerde hij terug naar Spanje om de firma's die hij daar had opgestart te leiden. Tijdens de Olympische Spelen van 1968 in Mexico trad hij op als sportverslaggever. Op 14 februari 2009 stierf Cor Braasem op 85-jarige leeftijd in het Spaanse Alicante.

image009_16.jpg

Ruud van Feggelen (1923-2002) nam deel aan de Olympische Spelen van 1948 en 1952. Daarnaast verdiende hij ook een selectie voor de EK's van Monaco (1947), Wenen (1950) en Turijn (1954). In Wenen behaalde het Nederlands zevental de Europese titel, een unicum in de vaderlandse waterpologeschiedenis. Op de Spelen van Tokio (1964) vormde hij een duo met Frits Smol (1924-2006) dat de nationale selectie leidde, vier jaar later in Mexico was Gerrit Jansen (1914-1998) zijn kompaan. Hij coachte het Nederlandse zevental ook op de EK's van Leipzig (1962) en Utrecht (1966). Jaarlijks wordt in Nederland de 'Ruud van Feggelen-Award' uitgereikt, een bekroning voor de Speler van het Jaar. Van Feggelen bedacht in 1970 ook de Nationale Zwemvierdaagse.

Nijs Korevaar (1927-) speelde zeven wedstrijden op de Spelen van 1948 waarin hij vier keer scoorde. Vier jaar later dook hij negen keer het water in en potte hij drie treffers.

Piet Salomons (1924-1948) verdedigde twee wedstrijden het Nederlandse doel. Enkele maanden na de Spelen pleegde hij zelfmoord.

Frits Smol (1924-2006) was er ook tweemaal bij, in 1948 scoorde hij liefst tien treffers in zeven wedstrijden. Vier jaar later speelde hij alle negen partijen en lukte hij acht goals. Zoals hierboven vermeld leidde hij met Ruud Van Feggelen het nationale team op de Spelen van Tokio.

image039.jpg
 
Hoog bezoek tijdens de Nederlandse wedstrijden: Koningin Juliana, Prins Bernhard en de prinsessen Irene en Beatrix.

België: Henri De Pauw (1911-?), Théo-Léo De Smet (1917-?), Emile D'Hooge (1908-?), Fernand Isselé (1915-1994), Georges Leenheere (1919-?), Alphonse Martin (1930-), Paul Rigaumont (1920-) en Willy Simons (1917-2009).

Bondscoach Fernand Isselé (1915-1994), die ook als speler het water indook, had amper drie jaar de tijd gekregen om zijn spelers in topvorm te krijgen. Maar onze nationale selectie haalde een vierde plaats. Gentenaar Emiel D'Hooge (1908-?) werd, ondanks zijn 40 jaar, voor het eerst geselecteerd. Theo de Smet (1917-?) werd tot beste doelman van het tornooi uitgeroepen. Het begon goed voor de Belgen, in de voorronde werd Uruguay met 10-1 vernederd en werd er tegen de Verenigde Staten 4-4 gelijkgespeeld. Via de 1-1 tegen de Zweden haalden onze landgenoten de derde ronde, waarin met 4-1 gewonnen werd van Spanje en 3-3 gelijk gespeeld tegen Nederland. De finaleronde was er echter te veel aan, twee nederlagen op rij, 2-4 tegen Italië en 0-3 tegen Hongarije zorgden er voor dat België net naast het podium tuimelde.

Henri De Pauw (1911-?) nam succesvol deel aan de Olympische Spelen van 1928, 1936 en 1948. In 1928 speelde hij een wedstrijd, waarin hij drie goals scoorde. In 1936 speelde hij drie van de zeven wedstrijden en won hij brons met België. In 1948 werd België vierde.

Fernand Isselé (1915-1994) werd in 1936 en 1948 opgeroepen. In 1936 speelde hij in alle zeven wedstrijden en veroverde hij het brons met de Belgen. In 1948 had hij de touwtjes in handen als speler-trainer en trad hij aan in de zeven gespeelde wedstrijden.

 image088_3.jpg

Théo-Léo De Smet (1917-?), Georges Bertrand Leenheere (1919-?) en Fons Martin (1930-) (foto) werden vier jaar later opnieuw geselecteerd.

Zweden: Rune Öberg (1922-2002), Folke Eriksson (1925-2008), Knut Gadd (1916-1995), Erik Holm (1912-1999), Olle Johansson (1927-1994), Ĺke Julin (1919-2008), Rolf Julin (1918-1997), Arne Jutner (1920-2009), Olle Ohlson (1921-1983) en Roland Spĺngberg (1923-2011).

 image922.jpg

Erik Holm (1912-1999) werd driemaal Olympisch geselecteerd: 1936, 1948 en 1952.

image948.jpg image949.jpg image950.jpg

Twee deelnames voor Roland Spĺngberg (1923-2011), Arne Jutner (1920-2009) en Ĺke Julin (1919-2008): 1948 en 1952.

image951.jpg

Olle Johansson (1927-1994) werd enkel in 1948 voor het waterpoloteam opgeroepen. Zowel in 1948 als in 1952 probeerde het ook in het koninginnennummer, maar telkens overleefde hij de reeksen niet. Wel zwom hij zich beide jaren met het estafetteteam naar een vierde plaats in de 4 x 200m vrije slag.

image950.jpg image952.jpg

Ĺke (1919-2008) en Rolf Julin (1918-1997) waren de zonen van Harald Julin (1890-1967), die in 1912 met de Zweedse ploeg zilver veroverde op de Spelen van Stockholm en brons op de Olympiades van 1908 in Londen en van 1920 in Antwerpen.

image041.jpg

Frankrijk versloeg Griekenland met 7-1

Frankrijk: Jacques Bermyn (?-?), Jacques Berthe (?-?), François Debonnet (1931-), Roger Dewasch (?-?), Marco Diener (1913-1965), Robert Himgi (?-?), Robert le Bras (?-?), Maurice Lefčbvre (1913-?), Raymond Massol (?-?), Marcel Spilliaert (1924-1992) en Jacques Viaene (?-?).

Na 1936 een tweede selectie voor Maurice Lefčbvre (1913-?)

Egypte: Taha Youssef el Gamal (1923-), Dori Abdel Kader el Said (1927-), Samir Ahmed Gharbo (1925-), Mohamed Haraga (?-?), Mohamed Hemmat (?-?), Mohamed Khadry (?-?), Mohamed Abdel Aziz Khalifa (1925-) en Ahmed Fouad Nessim (1824-1956).

image008.jpg

Een beeld uit de wedstrijd Egypte - Groot-Brittannië, die op 3-3 eindigde.

Keeper Ahmed Fouad Nessim (1924-1956) was een klassebak die er in zijn eentje voor zorgde dat Egypte in Londen zevende werd op achttien ploegen. Hij was ook een goed zwemmer en haalde heel wat nationale titels. In oktober 1956 stierf hij boven de Middellandse Zee bij een vliegtuigongeluk. Volgens sommige bronnen een aanslag van de Israëlische veiligheidsdienst Mossad, die het vliegtuig van de Egyptische atleten aanzag voor een ander waarin een Egyptische veldmaarschalk zat. Andere bronnen willen dan weer dat het feit gekoppeld was aan Muhammed Fouad Nessim, een broer van Ahmed, die een hoge functie had bij de Egyptische veiligheidsdienst. In de crash stierf ook Youssef Abbas (1920-1956), een Egyptische basketvedette die zijn land vertegenwoordigde op de Spelen van 1952.

Samir Ahmed Gharbo (1925-) was vier jaar later in Helsinki opnieuw van de partij.

Taha Youssef El-Gamal (1923-) werd opgeroepen voor de Olympiades van 1948 en 1952. In Londen zwom hij zich ook in de finale van het koninginnennummer, waarin hij aantikte als achtste.

Mohamed Abdel Aziz Khalifa (1925-) en Dorri Abdel Kader El-Said (1927-) namen als Egyptenaar deel aan de Spelen van 1948 en 1952. Acht jaar later in Rome verdedigden zij de kleuren van de Verenigde Arabische Republiek. 

image043.jpg

Spanje: coach Bandy Zolyomy (1913-1992), Francisco Castillo (1921-1997), Carlos Falt (1913-1982), Carlos Martí (?-?), Agustín Mestres (1923-), Josep Pujol (?-?), Angel Sabata (1911-1990), Valentín Sabate (1921-1986) en Juan Serra (1927-2015).


image045.jpg

Angel Sabata (1911-1990) nam deel aan twee Olympisch Spelen, maar met liefst 20 jaar verschil: 1928 en 1948.

Francisco Castillo (1921-1997) en Agustín Mestres (1923-) plaatsten zich ook voor de Spelen van vier jaar nadien.

image047.jpg

Juan Serra (1927-2015) verdedigde het Spaanse doel en was de eerste speler van het Olympisch team die niet bij CN Barcelona aangesloten was. Hij verdedigde de clubkleuren van CB Sabadell.

image016_22.jpg

Joegoslavië: Juraj Amšel (1924-1988), Veljko Bakašun (1920-2007), Marko Brainovic (1920-), Luka Ciganovic (1915-?), Ivo Giovaneli (1919-2009), Božo Grkinic (1913-?), Zdravko Kovacic (1925-2015), Ivica Kurtini (1922-1990) en Ivo Štakula (1923-1958).

 image010_43.jpg

Na 1936 de tweede Spelen voor Luka Ciganovic (1915-)

image002_113.jpg

Ivo Kurtini (1922-1990) verdiende een Olympische selectie voor de Spelen van 1948 en 1952.

image209png.jpg image210png.jpg

De Croaten Veljko Bakašun (1920-2007) en Marko Brainovic (1920-) werden opgeroepen voor de Olympiades van 1948 en 1952.

image049.jpg

De Croaat Zdravko-Ciro Kovacic (1925-2015) verdedigde het Joegoslavische doel op de Spelen van 1948, 1952 en 1956. In 87 wedstrijden waarvoor hij geselecteerd werd was hij liefst 56 maal kapitein van het zevental. Ciro Kovacic was de eerste Joegoslavische atleet die opgenomen werd in de Hall of Fame en dat ondanks hij nooit Olympisch goud won. Tijdens de EK's van 1950 en 1954, en de Olympische Spelen van 1952 en 1956, werd hij uitgeroepen tot beste keeper van het tornooi. Van 1941 tot 1945 werden er geen wedstrijden gespeeld en sloot hij zich aan bij de Partizanen om zijn land tegen de Duitse bezetters te verdedigen. Na de oorlog hervatte hij zijn sportieve activiteiten, in 1957 nam hij echter, omwille van beroepsreden, afscheid van het waterpolo. Hij schopte het tot directeur van de Maritime Shipping Col, Jogolinija-Rijeka en was lid van de Joegoslavische Waterpolofederatie en het Joegoslavisch Olympisch Comité.

image011_11.jpg

Ivo Štakula (1923-1958) speelde tijdens de Tweede Wereldoorlog voor Croatië, van 1946 tot 1956 werd hij geselecteerd voor de Joegoslavische nationale ploeg. Hij nam deel aan de Spelen van 1948, 1952 en 1956. Tijdens deze laatste keerde hij niet terug naar Joegoslavië, maar verkoos hij in Melbourne te blijven, waar hij twee jaar later stierf.

image051.jpg

Het zevental van Argentinië bestond voornamelijk uit spelers van nationaal kampioen Regatas de Santa Fe, maar had ook een Hongaarse inwijkeling en twee Italianen binnen de rangen: Osvaldo Codaro (1930-), Anival Filiberti (1914-?), Ruben Maidana (1923-?), Hugo Prono (1923-?), Ladislao Szabo (1923-), Marcelo Visentín (1914-?) en Carlos Visentín (1918-).

image053.jpg

Osvaldo Codaro (1930-) verdedigde de Argentijnse kleuren tijdens de Spelen van 1948, 1952 en 1960. Met zijn 17 jaar was hij in Londen de jongste waterpolospeler. Met het Argentijnse zevental won hij de Pan Amerikaanse Spelen van 1951 en 1955.

image209.jpg

Vier jaar na 1948 een tweede Olympische selectie voor Ladislao Szabo (1923-) en de gebroeders Carlos Alberto (1918-) en Marcelo Visentin (1914-) (foto).

image284.jpg

Luiz Diez (1923-), in 1943 uitgeroepen tot beste keeper van Argentinië werd wel geselecteerd voor deze Olympiade, maar kwam niet in actie. Vier jaar later in Helsinki verdedigde hij het Argentijnse doel wel.

image055.jpg

Verenigde Staten: Kenneth Beck (1915-1982), Bob Bray (1919-2006), Ralph Budelman (1918-2002), Lee Case (1917-1984), Devere Christensen (1918-2013), Harold Dash (1917-1980), Dixon Fiske (1914-1970) en Edward Knox (1914-2004).

 image241png.jpg image242png.jpg

Na de Spelen van Berlijn een tweede selectie voor Kenneth Beck (1915-1982) en Dixon Fiske (1914-1970).

image243png.jpg

Harold Dash (1917-1980) had tijdens Wereldoorlog II zijn dienst geklopt als Naval luitenant ter zee in de Tweede Wereldoorlog. Later startte hij een eigen publiciteitsbureau dat onder andere de campagne verzorgde van de toekomstige minister van Buitenlandse Zaken Michael Howlett (1914-1992).

Groot-Brittannië: Charles William Brand (1916-1984), Roy Garforth (1918-1991), Robert Gentleman (1923-2005), Peter Hardie (?-?), Ian Johnston (1925-), Trevor J. Lewis (?-?), David Murray (1925-), Reginald Potter (?-?) en Robert Mitchell (1913-1966).

Voor Robert Mitchell (1913-1996), die van 1964 tot 1986 in de Londense gemeenteraad zetelde, waren het na Berlijn de tweede Spelen. Waar hij in 1936 nog zeven wedstrijden speelde kwam hij in het eigen Londen niet aan de bak..

Ian Johnston (1925-), David Murray (1925-) en Charles Brand (1916-1984) werden vier jaar later opnieuw geselecteerd voor de Spelen van Helsinki

image002_49.jpg

Zwitserland: Andreas Grosjean (?-?), Edouard Hauser (?-?), Georges Hauser (?-?), Heinrich Keller (?-?), Erwin Klumpp (?-?), W. Marty (?-?),Tristan Sauer (?-?), Hans Vaterlaus (?-?) en René Weibel (?-?).

image002_80.jpg

Griekenland: Richardos Brousalis (1917-?), Nikolaos Melanofeidis (?-?), Dimosthenis Stambolis (?-?), Dimitrios Zografos (?-?), Yiannis Papastephanou (?-?), Takis Provatopoulos (1914-?), Alekos Monastiriotis (?-?) en Manolis Papadopoulos (?-?).

Panagiotis Provatopoulos (1914-?) en Rikhardos Brousalis (1917-?) waren vier jaar eerder in Berlijn met hun team zesde geëindigd in de 4 x 200 m vrije slag. Brousalis schreef toen ook in voor het koninginnennummer maar zijn 1.07.5 waren een maat voor niets.

Nikolaos Melanofeidis (?-?) waagde zich ook aan de 100 rugslag, maar sneuvelde in de reeksen.

Uruguay: Ramón Abella (1922-1989), Juan Bucetta (1927-?), Raúl Castro (?-?), Julio César Costemalle (1914-?), Juan López (?-?), Osvaldo Marińo (1923-2007), Enrique Pereira (1909-1983) en Leonel Gabriel (1919-2005).

Enrique Pereira (1909-1983) en Julio César Costemalle (1914-?) waren er in 1936 ook al bij geweest.

Chili: Luis Aguirrebeńa Gabiola (1915-?), Pedro Aguirrebeńa Gabiola (1917-2009), Isaac Froimovich Schejter (1918-1988), A. Hurtado Vargas (?-?), O. Martínez Jara (?-?), Jose Salah Jaque (1920-?), Teodoro Salah Jaque (?-?) en Svante Tornvall (1916-2004).

image002_51.jpg

Australië: Arthur Burge (1917-), Roger Cornforth (1919-1976), Les McKay (1917-1981), Ben Dalley (1916-2005), Herman Doerner (1914-1976), Jack Ferguson (1922-1994), Leon Ferguson (1923-1989), Colin French (1916-1984), Eric Johnston (1914-?) en Jack King (1910-2000).

De eerste deelname van een Australische waterpoloploeg aan Olympisch Spelen, het eerste succes echter mocht pas in 1972 opgetekend worden: een gelijkspel tegen Bulgarije. Sedertdien kwalificeerden de Aussies zich voor praktisch alle Olympiades (behalve die van Atlanta in 1996) en alle WK's, met als beste prestatie de vijfde plaats op de Spelen van Los Angeles in 1984. In Perth, tijdens het WK van 1998, werd zelfs een vierde stek weggekaapt.

Roger Cornforth (1919-1976) was een echte all-round atleet. In 1937 won hij de Australische juniorentitel 110m horden en twee jaar later was hij de snelste op het nationaal kampioenschap 200m schoolslag. Cornforth vervoegde het Australisch leger in 1940, maar werd door de Japanners enkele jaren in een krijgsgevangenkamp gestoken. Na de oorlog concentreerde hij zich op rugby, wat hem in 1947 een selectie met de nationale ploeg opleverde tegen de Nieuw-Zeelandse All-Blacks, wedstrijd waarin hij een try scoorde. Omdat hij niet geselecteerd werd voor de Europese tournee van het rugbyteam begon hij met waterpolo en dat leverde hem een selectie op voor de Spelen van Londen. In 1950 koos de nationale coach hem opnieuw voor het rugbyteam en na die carričre werd hij rugbycoach van Mosman in New South Wales. Bovendien was hij een uitstekend surfer.

Een familiekwestie binnen het Australische team met de broers Jack (1922-1994) en Leon Ferguson (1923-1989). Bovendien was Jack getrouwd met June Maston (1928-2004), die met de Australische vrouwenploeg zilver haalde in de 4 x 100m en ook ingeschreven was voor het verspringen.

India: Gora Chand Seal (1923-), Samarandra Chatterjee (1922-), Suhas Chatterjee (1925-), Dwarkadas Murarji (1923-), Durga Das (1920-), Jamini Sass (1909-?), Sachin Nag (1920-1987), Isaac Monsoor (1929-) en Jahan Ahir (1921-).

Sachin Nag (1920-1987) werd vier jaar nadien opnieuw geselecteerd voor de Spelen van Londen en zwom in Helsinki ook de 100m vrije slag. Met een chrono van 1.03.8 geraakte hij echter niet door de reeksen.

Ook Isaac Monsoor (1929-) kreeg vier jaar later een nieuwe selectie. In Londen startte hij eveneens in de 100m vrije slag, maar zijn 1.06.4 waren nog trager dan die van zijn landgenoot. In Londen hetzelfde scenario, maar de 1.10.8 waren een regelrechte blamage.