Chronologische geschiedenis waterpolo

1904 - Olympische Spelen in St Louis

image851_1.jpg

De Olympische Spelen van 1904 in St Louis moesten normaal de doorbraak betekenen voor het waterpolo. In 1900 in Parijs was het nog een demonstratiesport, nu in de Verenigde Staten zou de echte waarde getoond worden. Jammer maar helaas werd het een zeer merkwaardig tornooi, waaraan enkel drie Amerikaanse clubteams deelnamen. Terwijl de rest van de wereld de finesse aanmoedigde hielden de Amerikanen het bij het ruwe. De andere landen zegden dan ook af omdat er volgens de zeer brutale Amerikaanse regels gespeeld zou worden.

Er was wel een sterk Duits team komen opdagen, dat ook aan de competitie wilde beginnen, maar zich meteen terugtrok toen het merkte dat er met half opgepompte ballen gespeeld werd en dat er in plaats van met worpen enkel gescoord kon worden als de speler de bal in het tegenoverliggende doel plaatste. Bovendien kwamen de Duitse spelers uit verschillende teams en schudden de Yankees plots een nieuw reglement uit de mouw waarin gestipuleerd stond dat de hele ploeg uit een en dezelfde club moest komen. Om al deze redenen besliste het IOC later om het tornooi van 1904 niet in de erelijsten op te nemen en evenmin in de medailleklassementen.

Bovendien waren de spelomstandigheden wraakroepend, na de eerste speeldag belandden zeven spelers met tyfus in bed, een gevolg van het zwaar besmeurde water. Een paar weken later stierven drie atleten als gevolg van een besmetting met de E. Coli bacterie. Het is echter niet duidelijk of het polospelers waren of zwemmers, die hun wedstrijden eveneens in hetzelfde water gezwommen hadden. De mogelijke oorzaak was een rioolpijp die in de vijver uitmondde en in volle zicht van de toeschouwers alle rioleringswater in de vijver uitstortte. Daar kwam nog bij dat de honden en beren, die waren ingehuurd om de toeschouwers met hun truckjes te vermaken, 's morgens vroeg in de vijver gingen baden en hun 'mest' daarin achterlieten.

image153.jpg

James E. Sullivan (1862-1914), later beroemd voor de Sullivan Athletic Award, was verantwoordelijk voor de aquatische gebeurtenissen en ontkende met klem de onhygiënische toestanden.

De krant New York Herald rapporteerde het volgende:

'Het water was groen en slijmerig, zoals de stilstaande, verrotte plassen die men in moerassen vindt. Na de eerste competitiedag moesten zeven van de twaalf NYAC spelers het bed houden, ziek van de gevolgen van het water waarin ze gezwommen hadden.' 

image002_16.jpg         image004_1.gif

Twee actiefoto's uit de waterpolocompetitie van de Olympische Spelen in St Louis. Als ironie van het noodlot werd de plas waarin de competitie betwist werd de 'Life Saving Exhibition Lake' genoemd. Het was helemaal geen zwembad, wel een ovale, artificiële waterplas gegraven door de 'Louisiana Purchase Commission'. Lang voor de Spelen aan St. Louis werden toegekend, werd het meertje 'The United States Life Saving Exhibition Lake' genoemd, omdat het initieel gegraven werd voor een reeks demonstraties van reddingstechnieken, uitgevoerd door de U.S. Coast Guard.

Wat de competitie verder vertroebelde was de weigering van Missouri Athletic Club om voor het zilver tegen Chicago Athletic Club te spelen, zodat uiteindelijk slechts twee wedstrijden doorgingen.

image005_3.jpg

New York Athletic Club, de winnaar van het waterpologoud. NYAC klopte Missouri AC met 5-0 en Chicago AA kreeg er met 6-0 van langs.

De winnaars: David Bratton (1869-1904), George Van Cleaf (1879-1905), Leo Goodwin (1883-1957), Louis Handley (1874-1956), David Hesser (1884-1908), Joseph Ruddy (1878-1962), James Steen (1876-1949) en coach Gus Sundstrom (1885-1936).

image852.jpg

Bij de winnaars heel wat beroemdheden. Eerst en vooral Joe Ruddy Sr (1878-1962), die met het zwemteam ook de 4 x 50 yards won. De volgende 50 jaar zou hij heel wat Amerikaanse waterpolospelers opleiden bij de New York Athletic Club, waaronder zijn drie zonen Ray (1911-1938), Don en Joe Jr. Onder zijn leiding was de club tussen 1930 en 1939 onklopbaar, zowel indoor als outdoor werd ze al die jaren Amerikaans kampioen. Het spreekt voor zich dat dat op Amerikaanse wijze gebeurde, met zachte bal en keiharde duels. In 1945 zagen de Amerikanen af van die stijl, omdat ze internationaal nergens meer aan de bak kwamen. En dat kon dus niet voor de Yanks die overal en in alles de besten wilden zijn, reden waarom ze de klassieke regels aanvaardden. Joe Sr. won zijn eerste zwemwedstrijd op 14-jarige leeftijd tijdens de Wereldtentoonstelling in Chicago. Dertien jaar later huwde hij Mary Veronica Donahue, ook al een zwemkampioene. Ruddy had zich inmiddels in zo maar eventjes 25 verschillende sporten bekwaamd en dat hebben zijn vijf kinderen Mary, Dorothy, Joe, Ray en Donald geweten. Hun eerste zwemles kregen ze toen ze elf maanden oud werden. 2,5 jaar betekende dat hij ze meenam naar zee waar ze tegen de golven moesten opzwemmen. Drie jaar oud, maar toch al meesters in de crawl. De twee meisjes wonnen dan ook alle zwemwedstrijden waaraan ze meededen. Maar ook de jongens kregen een keiharde opvoeding, alle drie schopten ze het tot zeer goede polospelers. De oudste Ray (1911-1938) verdiende drie selecties voor het Olympisch zwemteam (1928, 1932 en 1936), won zes keer het Amerikaanse kampioenschap lange afstand en was zeven keer op rij de beste in de President's Cup Race. Op 15-jarige leeftijd was hij de jongste Amerikaanse olympisch kampioen. Het palmares van de familie was dan ook indrukwekkend. Joe Jr. en neefje Steve (1901-1964) werden voor het olympisch team gekozen, zowel in waterpolo als in zwemmen. Vader Ruddy kon ontzettend lang onder water blijven, zijn record lag bij 3 min19 en uit statistieken blijkt dat hij liefst 150 mensenlevens redde. In 1935 kwam hij echter negatief in het nieuws bij een omkoopschandaal. Sedert 1903 had hij een belangrijke post binnen het stadsbestuur van New York, waarbij hij ook een beslissende rol had in de aanwerving van personeel. Nazicht van zijn bankrekening leerde de onderzoekers dat er zo maar eventjes $ 104.006 op zijn rekening stond, die hij onmogelijk met zijn salaris van 11.331 $ verdiend kon hebben. De brave man liet zich dus riante steekpenningen toeschuiven en hij werd dan ook meteen geschorst.

image009_4.jpg

Ploegmaat Louis Handley (1874-1956) was nog zo'n monument uit de zwemwereld. Tot zijn 22ste woonde hij in Rome, waar zijn vader een hoge pief was bij de twee pausen. Het was Handley die de Amerikaanse crawl populair maakte en bovendien spande hij zich in voor de emancipatie van de vrouwelijke zwemsters. Toen hij in 1956 op 82-jarige leeftijd overleed aan een hartaanval had hij het hele zwemwereldje op zijn kop gezet. Handley kneedde heel wat Olympische zwemkampioenen: zo begeleidde hij Gertrude Ederle (1905-2003) de eerste vrouw die het Engelse kanaal overstak, Charlotte Boyle (1899-1990), Ethelda Bleibtrey (1902-1978) en Aileen Riggins (1906-2002). Als waterpolospeler deed hij het ook meer dan voortreffelijk, zij het vooral in de Amerikaanse versie van het spel. Samen met zijn teamgenoot Leo Goodwin (1883-1957) ontwikkelde hij de fameuze 'salmon leap'.

Handley, die kapitein was van het Olympisch Team en van de New York Athletic Club, schreef ook het boek ‘Swimming and Watermanship’, waarin hij vermeldde:

"Er worden in dit land  twee stijlen van waterpolo gepromoot, de Amerikaanse of intercollegiale speelstijl, gespeeld door de teams van de Intercollegiate Swimming Association, en de internationale of voetbal-variëteit, voor clubs aangesloten bij de Amateur Athletic Union. Algemeen mag gezegd worden dat zij het verschil vertegenwoordigen dat tussen rugby en football bestaat".

In 2008 kwam de L'Osservatore Romano in een artikel terug op deze finale, meer bepaald op de rol van Luigi de Breda of Lou Handley. Het bleek namelijk dat zijn vader de persoonlijke butler was geweest van zowel Paus Leo XIII (1810-1903) als Paus Pius X (1835-1914) en volgens de krant had de gewonnen gouden medaille dus ook een Vaticaans tintje. Omdat er in die tijd in Italië nog geen zwembaden waren had de jonge Luigi leren zwemmen in de Tevere rivier, die toen nog niet vervuild was. De reporter haalde ook aan dat Lou waterpolo speelde lang voor Johnny Weismuller (1904-1984), die pas in 1924 brons haalde tijdens de OS in Parijs en nog langer dan Carlo Pedersoli (1929-), beter bekend als Bud Spencer, die de sleutelfiguur was van de Italiaanse 5-0 overwinning tegen Spanje in 1955. Nog steeds volgens de reporter was Luigi ofte Lou de eerste coach van de Amerikaanse dameswaterpolo die in 1920 en 1924 haar opwachting maakte tijdens de Olympische Spelen van respectievelijk Antwerpen en Parijs.

image005png.jpg

'Budd' Goodwin (1883-1956), een derde lid van het gouden team, won met zijn ploeggenoten ook nog eens de 4 x 50-yard vrije slag en brons in het afstandsduiken, een Olympische discipline die slechts éénmaal betwist werd. Vijf zwemmers, allen Amerikanen, doken vanuit stand het water in en diegene die na 60 seconden de verste afstand had afgelegd werd winnaar. Bovendien mochten ze onder water geen enkele beweging uitvoeren.

De winnaars van de zilveren medaille Chicago Athletic Association: Rex Beach (1877-1949), Jerome Steever (1880-1957), Edwin Paul Swatek (1885-1966), Charles Healy (1883-?), Frank Kehoe (?-?), David Hammond (1881-1940) en William Tuttle (1882-1930).  

image853.jpg

Ook bij Chicago een beroemdheid in het water. Rex Ellingwood Beach (1877-1949) was niet alleen waterpolospeler, maar ook een bekend Amerikaanse novelle- en toneelschrijver. Hij studeerde af als advocaat maar toog tijdens de Klondike Gold Rush naar Alaska in de hoop er rijk te worden. Na vijf jaar echter had hij nog steeds geen gram goud gevonden en stortte hij zich op het schrijven.

image007_9.jpg

Zijn eerste novelle 'The Spoilers' was gebaseerd op het ware verhaal van corrupte staatsambtenaren die goud stalen van de goudzoekers. Het boek werd in 1906 een bestseller, waarna nog een hele reeks avontuurlijke novellen van zijn hand verschenen. Veel van zijn werken werden zelfs verfilmd, 'The Spoilers' werd eerst als een toneelstuk opgevoerd maar tussen 1914 en 1955 liefst vijfmaal verfilmd. De meest gekende versies zijn die van 1932 met Gary Cooper (1901-1961) en die van 1942 met John Wayne (1907-1979), die beiden de hoofdrol Roy Glennister voor hun rekening namen. Na de dood van zijn vrouw pleegde Beach in 1949 op 71-jarige leeftijd zelfmoord in Sebring, Florida, nadat bij hem keelkanker was vastgesteld

Edwin Swatek (1885-1966) deed ook mee aan de  50 en 100 yard vrije slag en de 100 yard rugslag. Overigens zonder succes.

David Hammond (1881-1940) haalde met zijn team zilver in de 4 x 50 yards vrije slag, net als William Tuttle (1882-1930).

image010_3.jpg

Het bronzen Missouri Athletic Club: John Meyers (1880-1975), Manfred Toeppen (1887-1968), Gwynne Evans (1880-1965), Amedee Reyburn (1879-1920), Fred Schreiner (1879-1937), Augustus Goessling (1878-1963) en William Orthwein (1881-1955).

John Meyers (1880-1971) schreef zich ook in voor 1 mijl vrije slag, maar eigenaardig genoeg haalde hij de meet niet.

Gwynne Evans (1880-1965), Amedee Reyburn (1879-1920) en William Orthwein (1881-1955) veroverden ook nog eens brons in de 4 x 50 yards vrije slag. In de finale van de 100 yard rugslag eindigde Orthwein als vierde.

Augustus Goessling (1878-1963) zwom tijdens de spelen van 1908 de 100m rug en 200m vrije slag. In beide nummers werd hij er al in de eerste ronde uitgezwommen.

image012.gif

New York Athletic Club werd met Joseph Ruddy, Charles Daniels, Leo Goodwin en Louis Handley winnaar van het éénmalig gezwommen estafettenummer 4 x 50 yards vrije slag.

Als afsluiting van het zwemgebeuren werd voor het eerst maar ook voor het laatst een 4 x 50 yard vrije slag gezwommen. Met een controversieel begin: het sterke Duitse team werd niet tot de competitie toegelaten omdat de zwemmers uit verschillende clubs kwamen. Waarschijnlijk het gevolg van het Duitse terugtrekken uit de polocompetitie. De Amerikanen dienden klacht in, die uiteraard aanvaard werd, waardoor de Amerikanen ook hier de drie medailles veroverden. De New York Athletic Club, met Daniels als slotzwemmer en verder Ruddy, Goodwin en Handley, won het goud in 2:04.6. Chicago Athletic Club was met Hammond, Tuttle, Gotez en Thorne goed voor het zilver, terwijl Missouri Athletic Club met Reyburn, Evans, Schwartz en Orthwein het brons veroverde. Negen van de twaalf mannen op het podium waren dus polospelers.