Chronologische geschiedenis waterpolo
1870
Volgens Peter Bilsborough, een zwemhistoricus, speelde Schotland een grote rol in de ontwikkeling van het moderne waterpolo. Leden van de "Bon Accord Swimming Club" speelden in 1870 een spel in het water dat ze 'aquatic football' noemden. De spelers moesten in het water zitten en de bal met de voeten spelen. Het was een moeilijk spel om spelen. William Wilson, voorzitter van ASCS, werd gevraagd een alternatief te ontwikkelen en hij stelde voor om het spel met de handen te spelen. Dat jaar nog stelde de "London Swimming Association", de voorganger van de huidige "Amateur Swimming Association", een comitee aan dat de regels moest vastleggen voor het spel. In totaal werden 11 regels vastgelegd, waaronder als meest opvallende: een spelduur van 20 minuten, de bal mocht zowel onder als boven water meegenomen worden, een speler die niet in het bezit van de bal was mocht niet worden aangevallen, zoniet mocht vanop die plaats een vrijworp genomen worden. Brutale kracht was toegestaan, evenals het onderhouden van een tegenstander in het bezit van de bal. De bal mocht zelfs onder de zwemkleding verborgen worden. Een doelpunt was geldig als de bal met beide handen op de boot of het ponton werd geplaatst. De keeper stond dus op het droge en mocht op zijn tegenstrevers springen.
De eerste genoteerde beschrijving van het nieuwe "Aquatic Football" was een wedstrijd van de "Bournemouth Premier Rowing Club" op 13 juli 1876, gespeeld in open zee. De club had ook een belangrijke rol in het populairder en sneller maken van deze nieuwe sport. Zo bepaalde ze bijvoorbeeld dat het speelveld 50 yards (ongeveer 46 meter) moest zijn, dat er zeven spelers aan beide kanten mochten spelen en dat er één scheidsrechter en twee grensrechters moesten fungeren. Er waren wel nog geen doelen. Het 'doel' van beide ploegen was de bal op het ponton van de tegenstander te krijgen.
Het is de moeite waard voor het nageslacht de namen van deze pioniers even te vermelden: O.C. Mootham, W.J. en E. Worth, F.T. Cutler, H. Nash, H. en J. Harvey en A. Nethercoate.
Een persartikel uit die tijd drukte er 's anderendaags zijn verwondering over uit dat de spelers, nadat ze aan land werden getrokken, toch nog altijd correct gekleed waren. Moet er dus aardig ruw aan toegegaan zijn. Wel werd er één slachtoffer genoteerd: de zwakke gummi bal overleefde de hevige wedstrijd niet en spatte uiteen. Het belette de spelers niet het spel tot op het einde uit te spelen.

William Wilson
De Engelse sportjournalist en oud-waterpolospeler Kelvin Juba noemt de Schot William Wilson (1844-1912) als uitvinder van het 'handbal in water'. Eveneens in 1876 vroeg de zwemvereniging Aberdeen hem om regels voor een balspel in het water te ontwerpen. William Wilson wordt dan ook zowat beschouwd als de vader van het waterpolo. Hij was niet alleen een bekend journalist, maar tevens zweminstructeur en -coach. In 1883 publiceerde hij "The Swimming Instructor", één van de eerste boeken over zwemmen, waarin hij de moderne concepten beschreef van de schoolslagefficiëntie, de training, de keerpunten tijdens een wedstrijd en zelfs de veiligheid van het water. Wilson was ook de eerste die het had over gesloten zwembaden, waarvan het dak tijdens de zomermaanden kon geopend worden.
1877
In 1877 werd tijdens het 'Bon Accord Festival' in het Schotse Aberdeen de eerste wedstrijd gespeeld volgens de regels die Wilson had opgesteld. Plaats van het gebeuren was de oevers van de rivier Dee. Er werden vlaggen gepland op een afstand van acht tot tien voet uit elkaar en de spelers gebruikten de zachte bal uit Indisch rubber, pulu genoemd. Het spel was van begin tot einde een heuse worstelpartij, maar de kijkers genoten ervan.
1878

Een affiche met aankondiging van: "Brighton's West Pier, Aquatic Entertainment" op zaterdag 6 juli 1878.
Als slot wordt er een "Aquatic Polo Match" gespeeld tussen "Brighton" en "Brighton Swimming Club", met vijf spelers aan elke kant. De winnaars krijgen elke één fles Sherry. De boten liggen 50 yards uit elkaar met de beste twee goals uit drie als winnaar. Geen inkomgeld……."
1879
De wedstrijden waren meestal voorbeelden van brute kracht en worstelen in het water. Passeren en dribbelen kwamen nauwelijks voor en de spelers deden er ook geen moeite voor. Alles gebeurde ook op zeer individuele basis: elke speler dacht enkel aan zichzelf, hield nooit de hem toegewezen positie en probeerde zelf zoveel mogelijk doelpunten te scoren. Eén van de favoriete trucks was om de rubberen bal onder het badpak te verstoppen, onder water te duiken en dan zo dicht mogelijk bij de goal terug boven water te verschijnen. "Verschijnen" is hierbij het juiste woord, want er bestonden nog geen filtersystemen en het water was dikwijls een donker moeras van vuiligheid. De vorm van scoren had echter nadelen, gezien de keeper op de kant mocht staan en het doel op zijn manier verdedigde. Kwam de aanvaller te dicht bij de goal werd hij prompt besprongen door de keeper. Er wordt zelfs verteld dat Colin Lown, een grote, kolossale goalkeeper, beelden bestudeerde van deze eerste wedstrijden en hierop zijn techniek baseerde. Zijn motto luidde: "kom op eigen risico in mijn kooi ".
Doelen zoals die van voetbal werden geïntroduceerd. De afmetingen van het speelveld waren nog niet overal gelijk. Het aantal spelers werd verhoogd van drie naar negen. Maar nog steeds geen standaard afmetingen voor het speelveld.